NICE Run RUN1500 - aandrijving voor schuifpoorten (A), exclusief besturing
| Beschikbaarheid van het product: | Op voorraad | We verzenden producten standaard binnen 24 uur. |
|---|
op voorraad
€ 877,21 incl. btw
| Gewicht |
|---|
| 19 kg |
Beschrijving van het product NICE Run RUN1500 - aandrijving voor schuifpoorten (A), exclusief besturing
NICE RUN1500 is een afzonderlijke niet-omkeerbare aandrijving voor een schuifpoort met een vleugel tot 1 500 kg en 14 m. De motor is 24 V DC, netvoeding 230 V AC. Heeft een ingebouwde besturingseenheid RBA3R10 en elektromechanische eindschakelaar.
De losse motor verschilt van de set: kies de radio-ontvanger, afstandsbediening, fotocellen, waarschuwingslamp en tandheugel op basis van de gewenste uitrusting.
Accessoires en besturingseenheid
De losse aandrijving bevat een besturingseenheid. Voor een complete automatisering moeten de tandheugel, bediening en veiligheidsvoorzieningen worden aangevuld, afhankelijk van de poort. RUN1500-sets hebben de uitrusting die afzonderlijk wordt vermeld.
| Wat | Waarom | Type |
|---|---|---|
| Besturing | Instelling en service van de aandrijving; controleer bij vervanging de aanduiding op de geïnstalleerde printplaat. | |
| Waarschuwingslamp | Geeft beweging aan. De FLASH-uitgang is laagspanning. | |
| Fotocellen | Detecteren obstakels in het beveiligde gebied. Ze vervangen geen beoordeling van alle risico's van de poort. | |
| Zender | Kies afstandsbedieningen op basis van de ontvanger en de familie van de radiocodering. | |
| Ontvanger | Zonder ontvanger kan een losse motor geen radiosignalen ontvangen. NICE-ontvangers. |
|
| Bediening via mobiel | Maak onderscheid tussen de instelling van de aandrijving en de dagelijkse bediening. Wi-Fi-relaismodules sluit aan via een potentiaalvrij contact. |
|
| Antenne | Betere ontvangst bij een geschikte plaatsing. De antenne is geen voeding voor het waarschuwingslicht. | |
| Toetsenbord | Toegang zonder aparte afstandsbediening. |
|
| Sleutelschakelaar | Bediening met een sleutel via een potentiaalvrij contact. | |
| Kaartlezers | Toegang met een kaart of sleutelhanger. |
|
| Tandheugel | Brengt de beweging van het rondsel over op het poortblad. Kies het type op basis van de belasting en de bevestiging. | |
| Noodstroomvoorziening | Maakt beperkt gebruik mogelijk tijdens een stroomstoring. |
|
Huidige vervangende printplaat: RBA3R10. Ouder model RBA3 is vervangen. Controleer bij een bestaande installatie de daadwerkelijke printplaat en connectoren; de aanduiding RUN-familie garandeert op zichzelf niet dat alle modellen dezelfde besturing hebben.
Aandrijving in de verpakking en sets
- 1 × NICE RUN1500-motor met 24 V-motor en ingebouwde besturingseenheid; de radio-ontvanger voor een losse aandrijving moet apart worden aangeschaft.
- 2 × ontgrendelingssleutels voor handmatige bediening.
- Montage- en verankeringselementen en eindschakelelementen passend bij de RUN1500-variant met elektromechanische schakelaar.
- Montagehandleiding. Tandheugel, ontvanger, afstandsbediening en veiligheidsuitrusting worden afzonderlijk gekozen.
De sets bevatten een RUN1500-motor met mechanische eindschakelaar, een OXIBD-ontvanger en één MYGO4-afstandsbediening. Ze verschillen in fotocellen, zwaailamp en tandheugel; de sleutelschakelaar moet apart worden aangeschaft.
| Set | Extra uitrusting ten opzichte van de losse motor |
|---|---|
| RUN1500 (B) | OXIBD + 1 × MYGO4 zonder fotocellen, zwaailamp en tandheugel |
| RUN1500 (C) | OXIBD + 1 × MYGO4 EPMB |
| RUN1500 (D) | OXIBD + 1 × MYGO4 EPMB, ELDC |
| RUN1500 (E) | OXIBD + 1 × MYGO4 EPMB, 4 m LZ-1 |
| RUN1500 (F) | OXIBD + 1 × MYGO4 EPMB, ELDC, 4 m LZ-1 |
| Set met accessoires | Set inclusief tandheugel |
|---|---|
RUN1500-set (D)![]() OXIBD, MYGO4, EPMB, ELDC. | RUN1500-set (F)![]() OXIBD, MYGO4, EPMB, ELDC, 4 m LZ-1. |
Bij het vergelijken moet u de volledige beweging van de poort, de gebruiksintensiteit en de voeding controleren. Een hogere gewichtslimiet garandeert op zichzelf niet dat de aandrijving geschikt is voor een specifieke installatie.
Eigenschappen van de aandrijving
- Robuuste behuizing van aluminiumlegering met epoxycoating en een slagvaste afdekking.
- BlueBUS met tweedraads aansluiting en ondersteuning voor geadresseerde fotocellen.
- Instelling van de snelheid, de kracht en de pauzetijd; automatische sluiting optioneel.
- De besturing houdt rekening met de temperatuur en beperkt het aantal bewegingen bij overbelasting. De krachtreserve moet nog steeds mechanisch worden gecontroleerd.
- Diagnose via zwaailamp en leds, geheugen voor de laatste acht bewegingen en een onderhoudsteller.
- Master/Slave voor twee schuifvleugels die in tegengestelde richting bewegen.
Aandrijving kiezen en bedrijfsgrenzen
De RUN1500 is bedoeld voor één schuifvleugel tot 1 500 kg en 14 m lang. Gewicht, lengte en bewegingsweerstand moeten gezamenlijk worden beoordeeld. De maximale gewichtsaanduiding betekent niet dat elke poort van 1 500 kg op de hoogste snelheid moet worden gebruikt.
| Wat moet u controleren | Grens / voorwaarde |
|---|---|
| Gewicht van de vleugel | Maximaal 1 500 kg; afhankelijk van het gewicht nemen het aantal cycli en de toegestane snelheid af. |
| Lengte van de vleugel | Maximaal 14 m; de lengte bepaalt het basisaantal cycli. |
| Aanloop | De benodigde kracht moet minder zijn dan de helft van 1 000 N, dus minder dan 500 N. |
| Gelijkmatige beweging | De benodigde kracht moet minder zijn dan de helft van 560 N, dus minder dan 280 N over het volledige traject. |
| Reserve | NICE adviseert een krachtreserve van 50% voor verhoogde wrijving bij ongunstige weersomstandigheden. |
Voor een gebruikelijke keuze raden we aan ook bij de afmetingen en het gewicht een marge aan te houden en als richtlijn onder 80% van de maximumwaarden te blijven. Dit is een hulpmiddel bij het kiezen, geen vervanging voor het meten van de benodigde kracht en het controleren van wind, ijsvorming en de cyclustabel. De vleugel moet soepel met de hand kunnen worden verschoven en mag niet vanzelf in beweging komen.
Aantal cycli afhankelijk van de lengte
| Lengte van de vleugel | Cycli/u | Achtereenvolgend |
|---|---|---|
| Tot 4 m | 60 | 30 |
| Meer dan 4 tot 6 m | 40 | 20 |
| Meer dan 6 tot 7 m | 34 | 17 |
| Meer dan 7 tot 8 m | 30 | 15 |
| Meer dan 8 tot 10 m | 20 | 12 |
| Meer dan 10 tot 12 m | 20 | 10 |
| Meer dan 12 tot 14 m | 17 | 8 |
Reductie op basis van gewicht
| Gewicht van het vleugelblad | Aandeel cycli | Maximale snelheid |
|---|---|---|
| Tot 200 kg | 100 % | V6 |
| Meer dan 200 tot 400 kg | 100 % | V6 |
| Meer dan 400 tot 500 kg | 95 % | V6 |
| Meer dan 500 tot 600 kg | 90 % | V5 |
| Meer dan 600 tot 700 kg | 85 % | V5 |
| Meer dan 700 tot 800 kg | 80 % | V5 |
| Meer dan 800 tot 900 kg | 75 % | V5 |
| Meer dan 900 tot 1 000 kg | 70 % | V4 |
| Meer dan 1 000 tot 1 200 kg | 65 % | V4 |
| Meer dan 1 200 tot 1 350 kg | 60 % | V3 |
| Meer dan 1 350 tot 1 500 kg | 55 % | V3 |
Vermenigvuldig de waarden uit de eerste tabel met het aandeel uit de tweede tabel en overschrijd de uitkomst niet. Eén cyclus betekent openen en sluiten. Voorbeeld: vleugelblad 5 m / 650 kg: 40 × 0,85 = 34 cycli/u, 20 × 0,85 = 17 achter elkaar, maximaal V5. Ononderbroken werking duurt maximaal 10 minuten. Bij hoge temperaturen kan de beveiliging het aantal bewegingen verder beperken. Snelheidsinstelling.
Indicatieve levensduur
Tel de indices voor lengte, gewicht en relevante omstandigheden bij elkaar op. Zoek de som op de horizontale as in de grafiek en lees het geschatte aantal cycli af. Het resultaat is een schatting bij regelmatig onderhoud, geen garantie voor de levensduur of het aantal jaren.
| Eigenschappen van de volledige automatisering | Index | Levensduurgrafiek |
|---|---|---|
| Lengte minder dan 6 m | 5 % |
Horizontaal: index in %. |
| 6 tot 9 m | 10 % | |
| 9 tot 12 m | 15 % | |
| 12 tot 14 m | 20 % | |
| Gewicht 100 tot 200 kg | 5 % | |
| 200 tot 400 kg | 10 % | |
| 400 tot 600 kg | 20 % | |
| 600 tot 800 kg | 30 % | |
| 800 tot 1 000 kg | 40 % | |
| 1 000 tot 1 200 kg | 50 % | |
| 1 200 tot 1 500 kg | 60 % | |
| Boven 40 °C / onder 0 °C of een luchtvochtigheid boven 80 % | 20 % | |
| Stof, zand of zoutgehalte | 15 % | |
| Snelheid hoger dan L4 „snel“ | 15 % |
Voorbeeld: 6,5 m / 450 kg in een stoffige omgeving: 10 % + 20 % + 15 % = 45 %, in de grafiek ongeveer 200 000 cycli. Kies bij een waarde op de grens van twee intervallen voor de beoordeling de hogere index, als conservatieve inschatting. Extrapoleer de grafiek niet buiten het weergegeven bereik. De aandrijving mag niet worden geïnstalleerd in een zure, zoute of explosieve atmosfeer; de regel over zoutgehalte in de tabel is geen toestemming voor dergelijk gebruik.
Montage van de aandrijving en tandheugel
Laat de montage en elektrische aansluiting uitvoeren door een vakbekwaam persoon. Koppel vóór werkzaamheden de netvoeding en eventuele accu- of zonnevoeding los. De poort moet voorzien zijn van stevige mechanische eindaanslagen, een beveiliging tegen ontsporen en een voldoende stevige geleiding. De eindschakelaar van de aandrijving vervangt de mechanische aanslag van de poort niet.
- Controleer of de poort over het volledige traject soepel met de hand beweegt en de grenzen voor de benodigde kracht. Beveilig gevaarlijke knelpunten, inclusief de achterzijde van het schuifpoortblad.
- Kies een stevige, vlakke fundering op een plek die niet kan overstromen. Zorg dat de sleutel en de behuizing toegankelijk blijven. Leg de kabelbuizen zo aan dat er geen water naar de aandrijving wordt geleid.
- Plaats de ankerplaat evenwijdig aan de poort, volgens de oorspronkelijke tekening. De ankers steken ongeveer 30–40 mm boven de plaat uit. Laat het beton volledig uitharden voordat u de bouten vastdraait.
- Monteer de aandrijving en lijn deze uit met het poortblad. Draai na montage van de tandheugel de bevestiging vast en dek de moeren af met de meegeleverde doppen.
Tandheugel – module 4
Het rondsel heeft module 4, 18 tanden. De tandheugel moet dezelfde module hebben en geschikt zijn voor het gewicht van het poortblad. Het gewicht van de poort mag niet op het rondsel rusten. Kies nylon- en stalen uitvoeringen op basis van de gegevens van het specifieke tandheugel, niet alleen op basis van een overeenkomende module.
- Ontgrendel de motor en plaats het hekblad bij de montage van de tandheugel minstens 50 cm van de gesloten eindpositie.
- Bevestig de tandheugel met geschikte bevestigingsmiddelen aan het hekblad; houd over de volledige baan tussen de tandheugel en het rondsel 1–2 mm.
- Houd bij het verbinden van de delen de tandsteek gelijkmatig. Beweeg het hek met de hand over de volledige baan en controleer de uitlijning; de zijdelingse afwijking mag volgens de fabrikant maximaal 5 mm bedragen.
- Controleer na het vastdraaien opnieuw of het hek vrij beweegt, de speling correct is en de eindschakelaars werken.
Eindposities – verschil tussen de varianten
De RUN1500 heeft een elektromechanische eindschakelaar. De eindnokjes op de tandheugel bedienen de schakelaar in de open en gesloten positie. Plaats ze zo dat het hekblad tijdens elektrisch gebruik vóór de vaste aanslagen stopt en de schakelaar bij handmatig bewegen betrouwbaar omschakelt.
Stel vóór het inleren de openingsrichting in met de schakelaar op de printplaat, overeenkomstig de oriëntatie van de aandrijving. Schakel bij het wijzigen van de richting alle voedingen uit. Na het inleren van de baan controleert u of het hek ongeveer 50–70 cm vóór het einde vertraagt en ongeveer 2–3 cm vóór de mechanische aanslag stopt. De werkelijke positie moet worden bevestigd door beide richtingen te testen.
Bekabeling
| Doel | Kabel en maximale lengte |
|---|---|
| Netvoeding | 3 × 1,5 mm² tot 30 m. Bij een langere kabelroute: 3 × 2,5 mm² en een beschermende aarding bij de automatisering, volgens het ontwerp van de elektricien. |
| Waarschuwingslamp | 2 × 0,5 mm²; 20 m. |
| Antenne | RG58; maximaal 20 m, aanbevolen lengte minder dan 5 m. |
| BlueBUS / fotocellen | 2 × 0,5 mm² tot 30 m; bij een kabelroute van meer dan 30 tot 50 m: 2 × 1 mm². |
| Vaste veiligheidslijsten | 2 × 0,5 mm²; 30 m, aansluiting afhankelijk van het STOP-type. |
| Bewegende veiligheidslijst | 2 × 0,5 mm²; 30 m; gebruik voor de verbinding met het bewegende hekblad een geschikt apparaat, bijvoorbeeld FT210B. |
| Sleutelschakelaar | 2 kabels van 2 × 0,5 mm² of één kabel van 4 × 0,5 mm²; 50 m. |
Gebruik kabels die geschikt zijn voor de betreffende omgeving. Laat in de aandrijving ongeveer 20–30 cm kabellengte over en bevestig de kabels zo dat ze niet uit de klemmen kunnen worden getrokken. De netvoedingskabel moet een beschermingsgeleider hebben en volledig veilig kunnen worden losgekoppeld.
Aansluiting en oriëntatie op de printplaat
De voedingsspanning van de aandrijving is 230 V AC; de motor zelf werkt op 24 V DC. Sluit geen netspanning aan op de laagspanningsklemmen of BlueBUS. De printplaat heeft de knoppen OPEN, STOP/SET en CLOSE, leds L1–L8, een SM-ontvengeraansluiting en een BusT4-interface via IBT4N.
Aansluitschema
FLASH = waarschuwingslamp; OGI = programmeerbare uitgang; TX/RX = zender en ontvanger van de fotocel; Aerial = antenne; Receiver = ontvanger voor afstandsbedieningen; Selector = richtingsschakelaar. De klemopschriften zijn hetzelfde als op de printplaat.
| Klem | Aansluiting en belangrijke voorwaarde |
|---|---|
| FLASH | Uitgang voor één of twee waarschuwingslampen met een 12 V-lamp, maximaal 21 W, volgens de aansluitinstructies van de fabrikant. Gebruik voor ledverlichting een compatibele ELDC. Waarschuwingslamp en antenne. |
| OGI | 24 V DC (−30 % / +50 %), maximaal 4 W; de functie wordt bepaald door II/L4. De fabrieksinstelling is radio-uitgang 3; dit is dus niet automatisch een lampje voor een openstaande poort. De +/−-volgorde van deze uitgang staat niet op het schema aangegeven; leid deze niet af uit de hulpvoeding. |
| BlueBUS | Tweedraads voeding en communicatie voor compatibele accessoires. Fotocellen worden parallel aangesloten zonder polariteit. |
| STOP | Veiligheidsingang NO, NC of 8,2 kΩ; het type wordt tijdens het inleren herkend. Een toestandswijziging stopt de beweging en laat het hek kort terugbewegen. |
| SbS | Stapsgewijs commando via een potentiaalvrij NO-contact; werking volgens II/L2. |
| OPEN | Openen via een potentiaalvrij NO-contact. |
| CLOSE | Sluiten via een potentiaalvrij NO-contact. Als I/L7 ON, gaat het om gedeeltelijk openen. |
| Aux In | Hulp- ingang, standaard NC met STOP-functie. Herprogrammering via Oview. Dit is geen voedingsuitgang voor accessoires. |
| ANTENNA / Aerial | Sluit de middelste geleider en de afscherming van de coaxkabel aan volgens het oorspronkelijke schema; dit is geen +/−-voeding. |
Hulpvoeding – specifieke polariteit
Met de connectororiëntatie zoals op de volgende afbeelding: rechter klem van het STOP-klemmenpaar = min (−), linker klem van het SbS-klemmenpaar = plus (+). De hulpuitgang is 24 V DC, −30 % / +50 %, in totaal maximaal 100 mA. Verbind op het accessoire + met de plus van de voeding en − met de min van de voeding; het NO/COM-bedieningscontact blijft afzonderlijk.
De polariteitsvolgorde geldt voor deze hulpvoedingsaansluiting. Pas deze niet toe op FLASH, OGI, antenne of BlueBUS. Een module met een hoger stroomverbruik moet een geschikte afzonderlijke voeding hebben; sluit het potentiaalvrije contact ervan aan op SbS. Aux In wordt niet gebruikt voor voeding.
ELDC-waarschuwingslamp en antenne
ELDC heeft een laagspanningsingang voor de verlichting van 12–36 V DC, die u op FLASH aansluit. Het detail hieronder maakt onderscheid tussen het paar voor de lamp en het antennepaar. Sluit geen 230 V aan op het lampklemmenpaar. In de afgebeelde aansluiting geeft de fabrikant de +/−-volgorde van het lampklemmenpaar niet aan; gebruik daarvoor niet de polariteit van de hulpuitgang STOP/SbS.
Antenne
Sluit de ELDC-antenne of ABFKIT aan met een aparte RG58-kabel op de antenne-ingang: de middenader op het signaalsymbool en de afscherming op het aardingssymbool, volgens het schema. Sluit de antennedraden niet aan op het voedingspaar. De antenne moet geschikt zijn voor de frequentie van de ontvanger.
Sleutelschakelaar, relais en besturingsingangen
Voor SbS, OPEN en CLOSE zijn potentiaalvrije NO-contacten vereist. Bij EKS of een relaismodule sluit u COM en NO van het gekozen contact aan op de twee aansluitingen van de betreffende ingang. Contacten hebben geen +/−. Sluit geen voeding aan op de ingangen. Bij een permanent OPEN-contact kan de poort open blijven staan, zoals bij een timer; schakel hiervoor de netvoeding van de aandrijving niet uit.
STOP en veiligheidslijst
| Type apparaat | Aansluitprincipe |
|---|---|
| NO-contacten | Parallel. |
| NC-contacten | In serie. |
| Twee veiligheidslijsten van 8,2 kΩ | Afhankelijk van de fabrikant kunnen ze parallel worden aangesloten; bij meer dan twee lijsten gebruikt u een serieschakeling met één afsluitweerstand van 8,2 kΩ. |
| Combinatie NO / NC | Parallelle takken; in de NC-tak een serieweerstand van 8,2 kΩ, volgens het goedgekeurde aansluitschema. |
Potentiaalvrije contacten en passieve weerstandsveiligheidslijsten hebben geen voedingsaansluiting +/−. Een elektronische veiligheidslijst kan een eigen voeding nodig hebben – raadpleeg de handleiding. Voer na elke wijziging aan de bedrading de apparaatinleerprocedure en een veiligheidstest uit. Een NO/NC-aansluiting alleen garandeert niet dezelfde foutdiagnose als een weerstandsveiligheidslijst. Brug de veiligheidsingang niet om een storing te verhelpen.
BlueBUS-fotocellen
Bijvoorbeeld EPMB: sluit beide elementen, TX en RX, parallel aan dezelfde twee BlueBUS-draden aan. Plus en min hoeven niet te worden toegewezen. TX en RX van één paar moeten dezelfde bruginstellingen en hetzelfde adres hebben; geef het volgende paar een ander ondersteund adres. Voer na het toevoegen of verwijderen van een apparaat de inleerprocedure.
| Adres van het paar | Beveiligde beweging / plaatsing |
|---|---|
| FOTO | Buitenste paar op ongeveer 50 cm; stopt en keert de beweging om tijdens het sluiten. |
| FOTO II | Buitenste paar op ongeveer 100 cm; beveiliging tijdens het sluiten. |
| FOTO 1 | Binnenste paar op ongeveer 50 cm; beveiliging tijdens het sluiten. |
| FOTO 1 II | Binnenste paar op ongeveer 100 cm; beveiliging tijdens het sluiten. |
| FOTO 2 | Buitenste paar voor beveiliging tijdens het openen. |
| FOTO 2 II | Binnenste paar voor beveiliging tijdens het openen. |
| FOTO 3 | Paar dat het volledige bewegingsgebied overspant; gecombineerd gebruik met FOTO II vereist een juiste positionering van TX en RX ten opzichte van elkaar. |
De exacte instelling van de bruggen staat op de kaart EPMB – bruginstellingstabel. Controleer na het instellen de optische uitlijning en de reactie van elk paar in de beveiligde bewegingsrichting. Wijzig bij een normale veiligheidsconfiguratie een paar niet in een openingscommando door verbinding A door te knippen.
EPMOW heeft IBW nodig en is zonder aanvullende uitrusting geen vervanging voor een bedraad paar. FT210B met een batterijgevoede zender op het bewegende poortblad geeft de status van de weerstandsveiligheidslijst door aan BlueBUS; volg voor de aansluiting en adressering de handleiding van de FT210B.
Eerste ingebruikname en inleerprocedure
- Controleer de montage, eindschakelaars, aarding en bedrading. Het poortblad moet ongeveer halverwege de loop staan en de motor moet vergrendeld zijn.
- Sluit de voeding aan. BlueBUS moet ongeveer eenmaal per seconde knipperen; de fotocellen TX/RX geven aan dat ze werken. FLASH en OGI moeten uit zijn. Schakel bij een storing de voeding uit en controleer de bedrading.
- Voer eerst de apparaat-inleerprocedure uit, daarna de inleerprocedure voor de loop en ten slotte de tests. Tijdens de beweging moet het volledige gebied vrij zijn.
Apparaten inleren – OPEN + STOP/SET
- Houd tegelijkertijd OPEN en STOP/SET ongeveer 3 seconden ingedrukt.
- Laat de knoppen los zodra L1 en L2 snel beginnen te knipperen.
- Wacht tot de procedure is voltooid. De STOP-led moet branden en L1/L2 mogen niet langer aangeven dat de inleerprocedure bezig is. L1–L8 geven vervolgens de functiestatussen weer.
Voer deze stap ook uit als er geen veiligheidsaccessoires zijn aangesloten. Zolang L1/L2 knipperen, is de herkenning niet voltooid; begin niet op goed geluk met het inleren van de loop.
Loop inleren – CLOSE + STOP/SET
- Houd na een geslaagde herkenning van de apparaten CLOSE en STOP/SET ongeveer 3 seconden ingedrukt.
- Laat de knoppen los zodra de motor start. De eerste beweging moet openen zijn. Als de poort sluit, druk dan op STOP/SET, schakel de voeding uit, corrigeer de richtingsschakelaar en herhaal de procedure.
- De aandrijving opent tot aan de eindschakelaar en sluit vervolgens. Wacht tot de volledige inleerprocedure is voltooid en let op eventuele diagnosemeldingen.
- Open en sluit de poort enkele keren volledig. Controleer de vertraging, de eindposities en of de motor niet tegen een vaste aanslag drukt.
Test en oplevering
- Controleer de stevigheid van de montage en de handmatige ontgrendeling. Bij de test moet het poortblad met een kracht van maximaal 390 N handmatig in beide richtingen kunnen worden geschoven; bovendien moet het voldoen aan de strengere voorwaarden voor de benodigde kracht bij de keuze van de aandrijving.
- Test elk paar fotocellen en elke veiligheidslijst afzonderlijk. Bij een statuswijziging knippert BlueBUS tweemaal snel; controleer ook of het poortblad correct reageert.
- Laat de krachten vakkundig meten nadat de gevoeligheid is ingesteld en na elke wijziging die de veiligheid kan beïnvloeden. Alleen voldoen aan de gewichtslimiet en het plaatsen van fotocellen is niet voldoende.
- Overhandig de handleiding, de documentatie van de volledige automatisering, de instructies voor het ontgrendelen en het onderhoudsschema. Lever de poort niet op zolang de veiligheidstest niet volledig is uitgevoerd.
Programmering van de besturingseenheid
OPEN / CLOSE verplaatsen de LED-selectie; STOP/SET bevestigt of opent door het ingedrukt te houden de programmering. Bij normaal gebruik dienen ze om te openen, te stoppen en te sluiten. Wijzig de instellingen wanneer de poort stilstaat. Herhaal de test na een wijziging van de kracht, snelheid of werking van de veiligheidsvoorzieningen.
Niveau I – functies in- en uitschakelen
- Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 begint te knipperen, ongeveer 3 seconden; laat de knop daarna los.
- Selecteer de LED van de functie met OPEN of CLOSE.
- Druk kort op STOP/SET. Kort knipperen betekent OFF, langer knipperen ON.
- Wijzig desgewenst de volgende functie. Als u ongeveer 10 seconden geen knop indrukt, wordt de programmering beëindigd en worden de wijzigingen opgeslagen.
| LED – functie en betekenis | Status |
|---|---|
| L1 – Automatisch sluiten ON: na het openen sluit de poort na de pauze die is ingesteld bij II/L1. OFF: automatisch sluiten is uitgeschakeld. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L2 – Sluiten na fotocel ON: na het vrijmaken van de fotocel sluit de poort na 5 s. Als automatisch sluiten niet is ingeschakeld, wordt eerst het openen voltooid; als het wel is ingeschakeld, kan het vrijmaken van de fotocel de opening versnellen. STOP annuleert deze reeks. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L3 – Altijd sluiten ON: na herstel van de stroom detecteert de besturing een open poort en begint deze na 5 s voorwaarschuwing te sluiten. OFF: deze herstelprocedure wordt niet uitgevoerd. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L4 – Stand-by ON: ongeveer een minuut na het einde van een beweging schakelt de besturing BlueBUS en de indicaties uit, behalve het langzaam knipperende BlueBUS-lampje; bij een commando wordt de werking hervat. Handig bij gebruik van een accu of zonne-energie. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L5 – Startpiek ON: gebruikt bij het starten de maximale kracht in plaats van geleidelijk te accelereren. Na het starten geldt II/L5. OFF: geleidelijke start. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L6 – Voorwaarschuwing ON: het waarschuwingslicht knippert 3 s voordat de beweging begint. OFF: het waarschuwingslicht begint te knipperen zodra de beweging begint. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L7 – CLOSE als gedeeltelijke opening ON: de ingang CLOSE bedient de gedeeltelijke opening volgens II/L6. OFF: de ingang CLOSE sluit de poort. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
| L8 – Slave-modus ON: ondergeschikte motor in een paar; de Master bestuurt de commando's en de beweging. OFF: zelfstandige / hoofdregeling. | Fabrieksinstelling: OFF ON = ingeschakeld OFF = uitgeschakeld |
Niveau II – parameterwaarden
- Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 knippert en laat de knop los. Selecteer met OPEN/CLOSE de LED van de parameterinvoer.
- Druk opnieuw op STOP/SET en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 3 seconden gaat de waarde-LED branden.
- Houd STOP/SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de waarde.
- Laat STOP/SET los. Druk niet meer op een knop en wacht ongeveer 10 seconden totdat de waarde is opgeslagen en de programmering is beëindigd.
| Ingangs-LED – naam en beschrijving | Instellings-LED – waarde |
|---|---|
| L1 – Pauzetijd Pauze vóór automatisch sluiten; vereist I/L1 ON. | L1 – 5 s L2 – 15 s L3 – 30 s (fabrieksinstelling) L4 – 45 s L5 – 60 s L6 – 80 s L7 – 120 s L8 – 180 s |
| L2 – SbS-functie Volgorde van de commando's van de stapsgewijze ingang en het bijbehorende radiokanaal. | L1 – Openen – stop – sluiten – stop L2 – Openen – stop – sluiten – openen (fabrieksinstelling) L3 – Openen – sluiten – openen – sluiten L4 – Appartementencomplex: negeert een volgend commando tijdens het openen L5 – Appartementencomplex 2: een commando langer dan 2 s stopt de beweging L6 – SbS 2: een commando korter dan 2 s opent gedeeltelijk; langer dan 2 s opent volledig L7 – Bediening met ingedrukte knop L8 – Halfautomatisch openen, sluiten zolang de knop ingedrukt is |
| L3 – Motorsnelheid V1–V6 zijn oplopende snelheden; overschrijd de limiet voor het gewicht niet. | L1 – V1 zeer langzaam L2 – V2 langzaam L3 – V3 gemiddeld L4 – V4 snel (fabrieksinstelling) L5 – V5 zeer snel L6 – V6 uitzonderlijk snel L7 – Openen V4, sluiten V2 L8 – Openen V6, sluiten V4 |
| L4 – Functie van uitgang OGI Programmeerbare uitgang 24 V / 4 W. De indicator voor een geopende poort is pas vanaf waarde L1 beschikbaar. | L1 – Indicator voor geopende poort L2 – Actief wanneer de poort gesloten is L3 – Actief wanneer de poort geopend is L4 – Radio-uitgang 2 L5 – Radio-uitgang 3 (fabrieksinstelling) L6 – Radio-uitgang 4 L7 – Onderhoudsindicator L8 – Elektrisch slot |
| L5 – Motorkracht Stel de krachtlimieten alleen in op het noodzakelijke niveau en controleer ze door de krachten te meten. | L1 – Uitzonderlijk lichte poort L2 – Zeer lichte poort L3 – Lichte poort L4 – Middelzware poort L5 – Middelzware tot zware poort (fabrieksinstelling) L6 – Zware poort L7 – Zeer zware poort L8 – Extra zware poort |
| L6 – Gedeeltelijke opening Afstand voor gedeeltelijke opening; maximaal volgens het werkelijk ingeleerde traject. | L1 – 0,5 m L2 – 1 m L3 – 1,5 m L4 – 2 m (fabrieksinstelling) L5 – 2,5 m L6 – 3 m L7 – 3,4 m L8 – 4 m |
| L7 – Onderhoudswaarschuwing Grens voor het aantal manoeuvres; de automatische waarde houdt rekening met de kracht en de bewegingsduur. | L1 – Automatisch L2 – 1.000 manoeuvres L3 – 2.000 manoeuvres (fabrieksinstelling) L4 – 4.000 manoeuvres L5 – 7.000 manoeuvres L6 – 10.000 manoeuvres L7 – 15.000 manoeuvres L8 – 20.000 manoeuvres |
| L8 – Foutgeschiedenis De laatste acht manoeuvres uitlezen; dit is geen instelling en wist het geheugen niet. | L1 – Laatste manoeuvre L2 – 2e vanaf het einde L3 – 3e vanaf het einde L4 – 4e vanaf het einde L5 – 5e vanaf het einde L6 – 6e vanaf het einde L7 – 7e vanaf het einde L8 – 8e vanaf het einde |
Het instellen van de snelheid en kracht vervangt niet het verhelpen van wrijving of het verwijderen van een obstakel. Wanneer OGI wordt gebruikt als poortstatuslampje, is het uit als de poort gesloten is, brandt het als de poort open is, knippert het langzaam tijdens het openen en snel tijdens het sluiten. Bij gebruik van de vergrendelfunctie moet het apparaat voldoen aan de spanning en de uitgangslimiet.
Lang SbS-commando – open houden
Met een SbS-commando langer dan 2 s kan de poort worden geopend en open blijven staan, bijvoorbeeld met een timer. Dit geldt zolang de SbS-ingang niet opnieuw is geprogrammeerd voor de sluitfunctie. Kies voor de normale bediening met een relaismodule een korte puls; permanent inschakelen kan het verwachte gedrag veranderen.
Afstandsbediening, BusT4 en back-up
De ontvanger wordt bij uitgeschakelde voeding in de SM-connector. De losse aandrijving wordt geleverd zonder radio-ontvanger; in de genoemde RUN1500-sets is de OXIBD. De keuze van de afstandsbediening hangt af van de ontvanger en de ingestelde coderingsfamilie, niet alleen van de frequentie.
| Ontvanger | Afstandsbediening kiezen |
|---|---|
| OXIBD | Afstandsbedieningen MYGO2, MYGO4, MYGO8, DOMIW3C, ON3EBD afhankelijk van de ondersteunde eenrichtings- of tweerichtingsmodus. Controleer bij oudere afstandsbedieningen welke geheugenfamilie is ingesteld. |
| OXI | Eenrichtingsbediening met O-Code / FloR, bijvoorbeeld ON2E, ON4E, ON9E, INTI2, FLO2RE, FLO2R-S. De ontvanger ondersteunt ook andere coderingsfamilies; controleer bij het toevoegen van een afstandsbediening welke familie in het bestaande geheugen is opgeslagen. |
| SMXI | Een eenrichtingsontvanger met FloR-codering, bijvoorbeeld FLO2RE, FLO2R-S. SMXIS is een andere ontvanger voor Smilo; verwar deze aanduidingen en afstandsbedieningen niet met elkaar. |
| OXILR | Groot bereik met geschikte LR-zenders, bijvoorbeeld ON3ELR. De voordelen van LR gelden in combinatie met de bijbehorende LR-afstandsbediening. |
Radiocommando's
| Uitgang ontvanger | Commando van de besturing |
|---|---|
| 1 | SbS – stap-voor-stapcommando |
| 2 | Gedeeltelijke opening |
| 3 | Openen |
| 4 | Sluiten |
Koppel afstandsbedieningen en wis ze volgens de instructies voor de betreffende ontvanger; de motorknoppen zijn geen knop voor het radiogeheugen. Handleiding voor het koppelen van NICE-afstandsbedieningen en de kaart van de gekozen ontvanger beschrijven de bijbehorende procedures. Test na het opslaan elke knop en controleer welk commando deze daadwerkelijk geeft.
BusT4 / IBT4N en Aux In
Oview wordt aangesloten via IBT4N op BusT4; hiermee kunt u de compatibele besturing instellen, diagnosticeren en beheren. BIDI-WIFI is in de eerste plaats een programmeer- en diagnose-interface. Controleer bij het kiezen van een module voor normale bediening via een mobiele telefoon de verbindingsmethode, het bereik en het aantal gebruikers. BiDi-ZWave is bedoeld om een compatibele aandrijving op een Z-Wave-systeem aan te sluiten. Kies beide modules voor de daadwerkelijk geïnstalleerde versie van de besturingskaart en de bijbehorende Opera-interface. BusT4 is geen paar voedingsklemmen. Verbind de connector niet met BlueBUS of de antenne.
Aux In is af fabriek een NC-veiligheidsingang met STOP-functie; via Oview kan een andere functie worden toegewezen. Controleer na de wijziging de uiteindelijke reactie van de poort. De voeding van het externe relais wordt afzonderlijk geregeld, afhankelijk van de polariteit en de limiet van 100 mA.
Noodaccu en Solemyo
Voor de compatibele RBA3R10 kan de oorspronkelijke PS124 of de huidige PSS124 worden gebruikt, met de juiste meegeleverde kabel voor de R10. Sluit de accu pas aan nadat de montage en programmering zijn voltooid en de netspanning is uitgeschakeld. Gebruik de daarvoor bestemde connector en plaats de accu op een beschermde locatie in de aandrijving; sluit de accu niet aan op de motorklemmen, FLASH of BlueBUS.
Test na aansluiting de werking zowel op netspanning als op accu. Het aantal bewegingen is afhankelijk van de belasting, temperatuur, leeftijd en lading van de accu. Bij een Master/Slave-paar heeft elke motor een eigen accu nodig.
Bij een zonne-energiesysteem Solemyo gebruikt u de daarvoor bestemde aansluiting en controleert u de energiebalans. Bij voeding via Solemyo mag de aandrijving niet tegelijkertijd op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Handig is Standby I/L4.
Twee schuifvleugels die naar elkaar toe bewegen – Master/Slave
Een paar compatibele RUN1500-aandrijvingen kan twee naar elkaar toe bewegende schuifvleugels aansturen. Elke vleugel moet afzonderlijk aan de gewichts- en gebruikslimieten voldoen. Twee motoren verhogen de limiet voor één vleugel niet.
Houd bij de verbinding tussen de printplaten deze volgorde aan: 1 Master → 1 Slave en 2 Master → 2 Slave volgens de connectororiëntatie in het schema. De cijfers 1/2 geven hier posities aan, geen universele voedingsaansluitingen +/−. Gangbare BlueBUS-fotocellen zijn polariteitsongevoelig.
- Monteer beide motoren en stel de tegengestelde openingsrichtingen in volgens de geometrie van de vleugels.
- Sluit de printplaten aan volgens het schema terwijl de voeding is uitgeschakeld. Gemeenschappelijke apparaten en de radio-ontvanger worden op de Master aangesloten.
- Schakel de voeding in en stel op de Slave-motor I/L8 Slave ON.
- Leer de apparaten eerst in op de Slave en daarna op de Master. Voer de trajectinleerprocedure uit op de Master.
- Test de samenwerking, alle veiligheidsreacties en de eindposities van beide vleugels.
Op de Slave kunnen eigen FLASH, OGI, STOP en SbS worden aangesloten; de SbS-knop van de Slave opent alleen de Slave-vleugel. OPEN, CLOSE en Aux In worden niet gebruikt op de Slave. Standby, piek, Slave, OGI en kracht kunnen afzonderlijk worden ingesteld; ook kan de foutgeschiedenis ervan worden uitgelezen. Bij gebruik van noodaccuvoeding heeft elke motor een eigen accu nodig.
Diagnose en probleemoplossing
Tel bij een storing eerst het aantal snelle FLASH-knippersignalen: de groep wordt na een pauze van ongeveer één seconde herhaald. Normaal knippert het lampje tijdens beweging ongeveer 0,5 s aan / 0,5 s uit. Schakel vóór reparaties alle voedingen uit.
| Knippersignalen | Betekenis en volgende stap |
|---|---|
| 1 | BlueBUS Apparaat gewijzigd of niet herkend; controleer de bekabeling, adressen en inleerprocedure. |
| 2 | Fotocel Verwijder de hindernis, reinig en richt de optiek uit; controleer het adres en de bewaakte richting. |
| 3 | Krachtbegrenzing Controleer de handmatige beweging, wrijving en aanslagen. Pas eventueel pas daarna de kracht aan en meet de veilige krachten opnieuw. |
| 4 | STOP Controleer de status van de contacten of de veiligheidslijst en de STOP-bekabeling. |
| 5 | Interne parameters Wacht ten minste 30 s en geef de opdracht opnieuw. Blijft de fout bestaan, laat de besturing dan onderhouden. |
| 6 | Bewegingslimiet De printplaat heeft de beweging begrensd; wacht tot deze is afgekoeld en controleer de toegestane cycli. |
| 7 | Intern elektrisch circuit Koppel alle voedingsbronnen enkele seconden los en herhaal de test. Neem bij herhaling contact op met de serviceafdeling. |
| 8 | Continu bedieningssignaal Controleer of OPEN is ingeschakeld of dat er een timer actief is; de printplaat wacht tot het bedieningssignaal wordt vrijgegeven. |
| 9 | Automatisering geblokkeerd door bedieningssignaal Hef de elektronische vergrendeling op met de daarvoor bestemde ontgrendelopdracht. Dit is geen mechanische ontgrendeling met een sleutel. |
Led-indicatoren op de printplaat
| Led / status | Betekenis |
|---|---|
| BlueBUS uit | Geen voeding of een storing; controleer de toevoer en zekeringen. |
| BlueBUS brandt continu | Ernstige storing; koppel alle voedingsbronnen kort los. Neem bij herhaling contact op met de serviceafdeling. |
| BlueBUS 1×/s | Normale werking. Twee snelle knippersignalen geven aan dat een ingang is gewijzigd of dat een bedieningssignaal is ontvangen. |
| STOP brandt / is uit | Brandt = normale status herkend; is uit = STOP geactiveerd. |
| SbS / OPEN / CLOSE brandt | Het betreffende contact of bedieningssignaal is actief. |
| L1 + L2 knipperen | Inleren van BlueBUS- / STOP-apparaten vereist. |
| L3 + L4 knipperen | Inleren van de vleugellengte vereist. |
Meest voorkomende symptomen
| Probleem | Wat controleren |
|---|---|
| Afstandsbediening geeft geen led-signaal | Controleer de batterij van de zender en de juiste polariteit bij vervanging. |
| Afstandsbediening licht op, maar de poort reageert niet | Controleer de ontvanger, de registratie van de zender en de coderingsfamilie; radiografische bediening. |
| Reageert niet en BlueBUS brandt niet | Voeding en zekeringen F1/F2. Zoek eerst de oorzaak van de storing en vervang daarna alleen de zekering door een exemplaar van hetzelfde type en dezelfde waarde. |
| Keert de bewegingsrichting onmiddellijk om | Obstakel, weerstand in de geleiding of gevoeligheidsinstelling; verhoog de kracht niet zonder de mechanica te controleren. |
| Sluit niet automatisch | I/L1, tijd II/L1, geactiveerde fotocel/STOP of een permanent OPEN-signaal. |
| OGI geeft niet aan dat de poort open is | Controleer eerst II/L4; standaard is radio-uitgang 3 ingesteld. |
| Zwaailamp werkt niet | Aansluiting van FLASH, compatibiliteit en kortsluiting. Verwissel het lichtpaar niet met de antenne. |
Geschiedenis van de laatste acht bewegingen
- Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 knippert om de programmering te openen en laat de knop los.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de invoer-LED L8. Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- De brandende leds geven bewegingen met een fout aan: L1 is de laatste en L8 de achtste vanaf het einde. Selecteer met OPEN/CLOSE de gewenste beweging terwijl u STOP/SET ingedrukt houdt.
- De geselecteerde led knippert volgens de diagnostische tabel. Laat STOP/SET los.
Noodbediening bij een storing van een veiligheidsvoorziening
Het veiligst is om de poort te ontgrendelen en handmatig te verplaatsen. Gebruik de noodbediening met ingedrukte knop alleen als u volledig zicht hebt op de vrije ruimte en onder de voorwaarden die de installateur heeft vastgesteld: geef een commando; als de aandrijving alleen een fout meldt, geef het commando binnen 3 s opnieuw en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 2 s beweegt de poort alleen zolang de knop ingedrukt blijft. De veiligheidsdetectie kan beperkt zijn; laat het apparaat onmiddellijk repareren en los het probleem niet op door de ingang permanent te overbruggen.
Ontgrendeling en onderhoud
Ontgrendel alleen een stilstaand poortblad, dat is beveiligd tegen onbedoelde beweging. Steek de meegeleverde sleutel in en ontgrendel het ontgrendelmechanisme volgens de markering op de aandrijving; maak het mechanisme los en verplaats de poort handmatig. Bij de uitvoering met ontgrendelingshendel moet u deze na het ontgrendelen ook openen. Zet het mechanisme terug, vergrendel het en verwijder de sleutel om het weer te vergrendelen. Controleer na het hervatten van de werking of de aandrijving goed is vergrendeld en de eindposities correct zijn.
Regelmatig onderhoud
Laat professioneel onderhoud uitvoeren uiterlijk elke 6 maanden of na 20 000 bewegingen, afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt. Controleer de verankering, corrosie, geleiding, het rondsel, de tandheugel, de eindschakelaars en alle veiligheidsvoorzieningen. Koppel vóór controle van de mechanica de netvoeding en back-upvoedingen los; voer na afloop de test opnieuw uit. De gebruiker mag de optiek van de fotocellen reinigen met een zachte, vochtige doek en obstakels verwijderen wanneer de aandrijving beveiligd is.
Onderhoudswaarschuwing
| Percentage van de ingestelde limiet | FLASH / OGI als onderhoudsindicator |
|---|---|
| Minder dan 80 % | FLASH werkt normaal; OGI brandt 2 s aan het begin van het openen. |
| 81–100 % | FLASH brandt 2 s aan het begin van de beweging; OGI knippert tijdens de beweging. |
| Meer dan 100 % | FLASH brandt 2 s aan het begin en einde van de beweging; OGI knippert onafgebroken. |
De OGI-functie moet zijn ingesteld op II/L4, waarde L7. De servicelimiet wordt ingesteld via II/L7. Er worden bewegingen geteld, geen gebruiksjaren.
De teller aflezen
- Open de programmering en selecteer de invoer-LED L7.
- Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt, totdat de waarde-led brandt; blijf de knop ingedrukt houden.
- Druk kort tegelijk op OPEN en CLOSE. Het aantal keren dat de waarde-led knippert, geeft veelvouden van 10 % van de limiet aan; 4 keer knipperen betekent bijvoorbeeld 40–49 %. Onder 10 % knippert de led niet.
- Laat STOP/SET los.
De serviceteller resetten
- Open na het uitgevoerde onderhoud de programmering en selecteer de invoer-LED L7.
- Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt totdat de waarde-led gaat branden, en houd de knop ingedrukt.
- Houd OPEN en CLOSE tegelijkertijd minstens 5 s ingedrukt en laat ze daarna los. Snel knipperen bevestigt dat de teller is gereset.
- Laat STOP/SET los en controleer de ingestelde servicelimiet.
Door de teller te resetten worden de afstandsbedieningen of de instellingen van de besturingsprint niet gewist. Gebruik bij wijziging van accessoires de procedure voor het inlezen van apparaten; gebruik bij een nieuwe instelling van de eindposities de procedure voor het inleren van de slaglengte. Bij vervanging van de besturingsprint moeten de inbedrijfstelling en tests voor de betreffende besturing worden uitgevoerd; de procedure voor het radiogeheugen hoort bij de ontvanger.
Technische gegevens en afmetingen
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Model | NICE RUN1500 |
| Eindschakelaar | Elektromechanisch |
| Motor / netvoeding | 24 V DC / 230 V AC, 50–60 Hz |
| Besturingseenheid | Ingebouwd; RBA3R10 |
| Gewicht / lengte van het poortblad | Maximaal 1 500 kg / 14 m, onder de voorwaarden die bij de keuze van de aandrijving zijn vermeld |
| Maximaal opgenomen vermogen / stroomverbruik | 400 W / 2 A |
| Maximaal aanloopkoppel / kracht | 35 Nm / 1 000 N |
| Nominaal koppel / kracht | 20 Nm / 560 N |
| Onbelaste snelheid | 0,25 m/s; zes basissnelheden van ongeveer 100 / 85 / 70 / 55 / 45 / 30 % |
| Snelheid bij nominale belasting | 0,18 m/s |
| Bedrijf | Maximaal 60 cycli/uur bij een kort en licht poortblad; verlaag dit aantal afhankelijk van de lengte en het gewicht |
| Ononderbroken bedrijf | Maximaal 10 minuten |
| Rondsel | Module 4, Z18, steek 12,6 mm, steekcirkeldiameter 72 mm |
| Beschermingsgraad / temperatuur | IP44 / −20 tot +50 °C |
| Gewicht van de aandrijving | 19 kg |
| Benodigde montageruimte | Volgens de onderstaande maattekening en de daadwerkelijk geleverde uitvoering van de behuizing |
| Hulpvoeding voor accessoires | 24 V DC, totaal 100 mA; + links SbS, − rechts STOP volgens de oriëntatie van het schema |
| OGI | 24 V, maximaal 4 W; programmeerbare functie |
| Radio-ontvanger | Optioneel voor de SM-connector |
| Back-upvoeding | Compatibele PS124 / PSS124 met de bijbehorende kabel; eventueel Solemyo wanneer de netvoeding is losgekoppeld |
De behuizing beschermt de aandrijving tegen normale weersinvloeden; IP44 betekent niet dat de aandrijving onder water mag komen te staan. Laat bij de montage voldoende ruimte vrij om de behuizing te openen en onderhoud en ontgrendeling uit te voeren. Lever elektrische en elektronische onderdelen en batterijen in bij een geschikt inzamelpunt; gooi ze niet bij het gewone huishoudelijke afval.
Hoe kan ik dit artikel bestellen?
Kies de manier die u het beste uitkomt:
- bestellen via de webshop: gebruik de koopknop om het artikel in uw winkelwagen te plaatsen (u vindt de koopknop hier in de tabel met productvarianten).
- bestellen per e-mail: bestel via [email protected]
























