NICE Run RUN2500 - zelfstandige aandrijving voor schuifpoorten (A)
| Beschikbaarheid van het product: | Op voorraad | We verzenden producten standaard binnen 24 uur. |
|---|
op voorraad
€ 988,81 incl. btw
| Gewicht |
|---|
| 25 kg |
Beschrijving van het product NICE Run RUN2500 - zelfstandige aandrijving voor schuifpoorten (A)
NICE RUN2500 – aandrijving voor schuifpoorten
NICE RUN2500 is een losse aandrijving zelfremmend elektromechanische aandrijving met geïntegreerde besturing RUA1. De motor en de netvoeding zijn 230 V AC. Heeft een elektromechanische eindschakelaar.
Voor één poortvleugel tot 2 500 kg en 18 m; de geschiktheid hangt ook af van de bewegingsweerstand en de gebruiksfrequentie. De losse aandrijving bevat geen ontvanger, afstandsbediening, fotocellen of tandheugel. De behuizing is slagvast; de behuizing is gemaakt van een aluminiumlegering met epoxycoating.
Losse aandrijving of set
De letter aan het einde van de setaanduiding geeft aan welke uitrusting is inbegrepen. Het motormodel blijft RUN2500; P staat voor een inductieve eindschakelaar, niet voor een krachtigere motor.
| Set met accessoires | Losse aandrijving | Set met tandheugel |
|---|---|---|
1 × RUN2500 met RUA1, 1 × OXIBD, 1 × MYGO4. 1 paar EPMB. 1 × ELDC. | Mechanische eindschakelaar. | 1 × RUN2500 met RUA1, 1 × OXIBD, 1 × MYGO4. 1 paar EPMB. 1 × ELDC. Plus 4 m tandheugel LZ-1. |
| Volgende set | Verschillen in de uitrusting |
|---|---|
| NICE RUN2500B | Motor en RUA1, OXIBD-ontvanger en 1 afstandsbediening; zonder fotocellen, zwaailamp en tandheugel. |
| NICE RUN2500C | Uitrusting B + 1 paar EPMB; zonder zwaailamp en tandheugel. |
| NICE RUN2500E | Uitrusting C + 4 m LZ-1; zonder zwaailamp. |
De tandheugel in de set is niet automatisch geschikt voor het maximale gewicht van 2 500 kg. Kies voor een zware poort het draagvermogen en materiaal op basis van de keuze van de tandheugel; stem eventuele wijzigingen in de uitrusting af voordat u bestelt. Vier meter tandheugel is slechts geschikt voor een overeenkomstige baanlengte.
Accessoires voor RUN2500
Selecteer hieronder de benodigde uitrusting op basis van uw poort en de daadwerkelijk geïnstalleerde ontvanger. De ingebouwde RUA1 vervangt de radio-ontvanger of de veiligheidsvoorzieningen niet.
| Wat | Waarom | Type |
|---|---|---|
| Signaallamp | Waarschuwt voor beweging en meldt storingen. Wordt aangesloten op FLASH; de antenne heeft een aparte coaxkabel. | |
| Fotocellen | Detecteren een obstakel in de lichtstraal; de reactie wordt bepaald door het adres van het paar. Ze vervangen geen beveiliging van alle gevaarlijke zones van de poort. |
BlueBUS-aansluiting; FT210B voor bewegende veiligheidslijst. TX en RX van één paar hebben hetzelfde adres. |
| Zender | Kies op basis van de codering en het type geïnstalleerde ontvanger. Dezelfde frequentie alleen bevestigt de compatibiliteit niet; LoRa en tweerichtingsfuncties vereisen een bijpassende ontvanger. | |
| Ontvanger | De radio-ontvanger wordt in de SM-connector geschoven; koppelen is afhankelijk van de ontvanger. Voor Wi-Fi/GSM is een ondersteunde interface of een potentiaalvrij P.P.-contact vereist. |
|
| Antenne | Voor een groter bereik van de afstandsbediening. | |
| Toetsenbord | EDSWG vereist een compatibele radio-ontvanger. Bij EDSB moet de specifieke RUA1-versie BlueBUS-bedieningsapparaten ondersteunen; alleen de aanwezigheid van de bus bewijst de compatibiliteit niet. | |
| Sleutelschakelaar | Om de poort met een sleutel te bedienen via een schakelaar die met een kabel op een willekeurige plek op de aandrijving is aangesloten. Potentiaalvrij contact op P.P.; sluit de verlichting afzonderlijk aan, volgens de polariteit en het stroomverbruik. | |
| Kaartlezers | Gebruik ETPB pas nadat is bevestigd dat de geïnstalleerde RUA1 BlueBUS-bedieningsapparaten ondersteunt. Een kaartlezer met potentiaalvrij relais wordt aangesloten op P.P. en afzonderlijk gevoed, afhankelijk van het stroomverbruik. |
|
| Tandheugel | Vereiste tandheugel met module 4. Kies het materiaal, de bevestiging en het draagvermogen op basis van het volledige poortblad; een nylon tandheugel is niet automatisch geschikt voor het maximum van 2 500 kg. |
|
Stroomuitval | De motor wordt gevoed via het 230 V-net. PS124 en Solemyo zijn geen directe noodstroomvoorzieningen voor deze aandrijving. Gebruik bij stroomuitval de handmatige ontgrendeling. |
Wat de aandrijving mogelijk maakt
BlueBUS sluit compatibele fotocellen aan met een tweeadrige kabel; de ondersteunde beveiligingsadressen en de limiet van 15 belastingseenheden staan vermeld bij aansluiting van fotocellen. De instelbare kracht, obstakelgevoeligheid, automatische sluitpauze en vertraging staan vermeld in de programmeertabellen.
De temperatuurregeling beschermt de motor tegen oververhitting en verlaagt bij hoge temperaturen het toegestane aantal cycli. Storingen worden aangegeven door de zwaailamp en led. Aansluiting Master/Slave maakt het mogelijk twee tegenovergesteld bewegende schuifpoortvleugels te synchroniseren.
Het tandwiel heeft module 4; de tandheugel moet geschikt zijn voor het gewicht en de constructie van de poort. De veiligheid moet worden gecontroleerd op de volledig afgewerkte poort, inclusief de beveiliging van gevaarlijke zones en de botskrachten. De poort moet stevige eindaanslagen en een beveiliging tegen uit de geleiding lopen hebben.
Een NICE RUN2500-aandrijving kiezen
Doorslaggevend zijn de massa en lengte van de volledige bewegende poortvleugel, inclusief vulling en contragewicht, niet alleen de doorgangsbreedte. Controleer de handmatige beweging over het volledige traject. De benodigde kracht om de poort in beweging te brengen moet lager zijn dan 695 N en om de beweging te handhaven lager dan 415 N; dit is de helft van de piek- en nominale kracht. Houd rekening met winterse omstandigheden, ijs en andere factoren die de weerstand verhogen.
| Parameter | Maximum van de fabrikant | Onze indicatieve aanbeveling |
|---|---|---|
| Gewicht van de poortvleugel | 2 500 kg | Tot 2 000 kg |
| Lengte van de poortvleugel | 18 m | Ongeveer tot 14,4 m |
De aanbevolen reserve van ongeveer 20% helpt bij een gangbare keuze. Dit bevestigt niet dat elke poort van deze omvang geschikt is; de mechaniek, de werkelijke krachten en de vereiste gebruiksfrequentie moeten nog steeds worden gecontroleerd.
Maximaal aantal cycli
Eén cyclus bestaat uit een volledige opening en sluiting. Kies eerst de rij op basis van de lengte; vermenigvuldig beide aantallen met de gewichtsfactor en rond het resultaat naar beneden af. Zware beweging en hoge temperaturen kunnen het beschikbare aantal verder verlagen.
| Vleugellengte | Max. cycli/uur | Max. opeenvolgende cycli |
|---|---|---|
| Tot 6 m | 42 | 42 |
| Meer dan 6 tot 9 m | 28 | 28 |
| Meer dan 9 tot 12 m | 21 | 21 |
| Meer dan 12 tot 15 m | 17 | 17 |
| Meer dan 15 tot 18 m | 14 | 14 |
| Vleugelgewicht | Beschikbaar aandeel cycli |
|---|---|
| Tot 500 kg | 100 % |
| Meer dan 500 tot 900 kg | 80 % |
| Meer dan 900 tot 1 200 kg | 75 % |
| Meer dan 1 200 tot 1 500 kg | 60 % |
| Meer dan 1 500 tot 1 800 kg | 50 % |
| Meer dan 1 800 tot minder dan 2 000 kg | De coëfficiënt is niet vastgesteld; individuele bevestiging van de werking is vereist. |
| 2 000 tot 2 300 kg | 40 % |
| Meer dan 2 300 tot 2 500 kg | 30 % |
Bij een vleugel van 16 m / 2 400 kg komt dit uit op 14 × 0,30 = 4,2: voor de planning maximaal 4 cycli/uur en 4 opeenvolgende cycli, vóór verdere beperking door de temperatuur. Dertig procent betekent het beschikbare aandeel, niet een aftrek van 30 %. Voor een vleugelgewicht tussen 1 800 en 2 000 kg wordt de coëfficiënt niet afgeleid van de aangrenzende rijen.
Indicatieve levensduur
Tel de indexen voor gewicht, lengte en overige invloeden op die waarschijnlijk bij meer dan 10 % van de bedrijfsduur voorkomen. Gebruik de som in de grafiek. Het aantal cycli is een indicatieve schatting, geen garantie of vast aantal jaren.
Voorbeeld 2 400 kg / 16 m: 60 % + 35 % = 95 % nog vóór de overige invloeden. Een frequente onderbreking door de fotocel voegt 10 % toe, samen 105 %: dat valt buiten de aanvaardbare grenzen. De aanwezigheid van fotocellen op zich betekent niet dat de index automatisch wordt opgeteld. Gebruik de aandrijving niet in een zure, zoute of explosieve atmosfeer; de zoutindex is geen toestemming voor dergelijk gebruik.
Aandrijving en besturing in afbeeldingen
| ontgrendeling | besturingseenheid | bedradingsschema |
|---|---|---|
![]() |
![]() |
![]() |
| Handmatige ontgrendeling » | Besturingseenheid RUA1 » | Bedrading van RUA1 met ELDC, EPMB en EKS » |
Installatie van de NICE RUN2500-aandrijving
Bevestig de aandrijving op een stevige, horizontale fundering, buiten een plek die kan overstromen. Bepaal de hoogte aan de hand van de werkelijke positie van de tandheugel en het tandwiel. Bij een vrijdragende schuifpoort kan een hogere fundering of een geschikte stevige console nodig zijn; de constructie ervan moet de belasting veilig kunnen overbrengen. Het gewicht van de poort mag de motor niet belasten.
Bekabeling
Leg de netvoeding gescheiden van laagspannings- en signaalkabels. Kies accessoires, bekabeling en beveiliging op basis van de specifieke installatie. Oorspronkelijke standaardsamenstelling:
|
|
| Doel | Kabel | Max. lengte |
|---|---|---|
| A – netvoeding | 3 × 1,5 mm² | 30 m; bij meer dan 30 m minimaal 3 × 2,5 mm², na beoordeling van spanningsverlies en beveiliging |
| B – waarschuwingslamp | 2 × 0,5 mm² | 20 m |
| B – antenne | RG58-coaxkabel | 20 m; minder dan 5 m aanbevolen |
| C – BlueBUS | 2 × 0,5 mm² | 30 m; bij 30–50 m 2 × 1 mm² |
| D – sleutelschakelaar | 2 kabels van 2 × 0,5 mm² of 4 × 0,5 mm² | 50 m |
| E – vaste veiligheidscontactlijsten | 2 × 0,5 mm² | 20 m |
| F – beweegbare veiligheidscontactlijst | 2 × 0,5 mm² | 30 m; beweegbare kabelgeleiding of FT210B |
Montage en controle van de fundering
- Ontgrendel vóór de montage de aandrijving en controleer of de poort soepel handmatig beweegt, goed wordt geleid, vaste eindaanslagen heeft en tegen uit de geleiding lopen is beveiligd.
- Leg de kabelmantelbuizen aan en plaats de funderingsplaat met vier ankers. Laat de draadeinden maximaal 40 mm boven de plaat uitsteken.
- Stel de plaat waterpas, plaats deze in een stevige fundering en laat het beton goed uitharden. Monteer de motor niet op een zachte of instabiele ondergrond.
- Bevestig de motor met vier moeren en ringen, stel de positie ten opzichte van de tandheugel af en draai de bevestiging vervolgens vast.
- Controleer over de volledige slag de speling, de verbindingen van de tandheugel, de geleiding van het poortblad en de positie van de schakelaars. Bevestig de kabels zo dat ze niet los kunnen raken en in bewegende onderdelen terechtkomen.
Tandheugel en eindposities
De poort beweegt doordat het aandrijftandwiel zijn draaimoment via de tandheugel overbrengt in een lineaire beweging. tandheugel van de aandrijving. Er worden hoofdzakelijk twee soorten tandheugels gebruikt:
![]() |
Nylon tandheugel (eventueel met stalen versterking) – wordt met zelftappende schroeven door de ogen aan de poort bevestigd. Ideaal voor relatief lichte en korte poorten. Door de wrijving tussen het stalen tandwiel en de nylon tandheugel is de beweging stil. |
![]() |
Stalen tandheugel – wordt aan de poort bevestigd door draadbeugels vast te lassen, waarop de tandheugel vervolgens wordt vastgeschroefd. Wordt gebruikt voor langere en zwaardere poorten. Door de wrijving van het stalen tandwiel tegen de stalen tandheugel is de beweging iets luider. |
Het is essentieel dat de tandmodule van de aandrijving compatibel is met de module van de tandheugel. De aandrijving NICE Run RUN2500 heeft een tandmodule van 4.
De aandrijving bepaalt de eindpositie bij openen en sluiten met behulp van eindschakelaarbeugels die op de tandheugel worden gemonteerd:
| 1. Stel de aandrijving waterpas met behulp van de vier afstelpunten | 2. De poort en de aandrijving moeten waterpas staan | 3. Houd ongeveer 1-2 mm ruimte tussen de tandheugel en het aandrijftandwiel, zodat het gewicht van de poort niet op de aandrijving rust. |
![]() |
![]() |
![]() |
| 4. Draai de bevestiging van de aandrijving vast, zodat deze niet verschuift wanneer de aandrijving aangrijpt | 5. Stel de eindschakelaarbeugels af volgens de onderstaande procedure. Aan beide uiteinden van de slag moeten vaste mechanische aanslagen blijven zitten. |
|
![]() |
![]() |
Speling 1–2 mm moet over de volledige slag behouden blijven. Lijn de tandheugel uit met het tandwiel; controleer tijdens een handmatige beweging of de zijdelingse afwijkingen maximaal 5 mm bedragen en of de overgangen tussen de delen soepel verlopen. Draai de motor na het afstellen stevig vast.
De eindschakelaars afstellen
De RUN2500 heeft een elektromechanische eindschakelaar. De beugels op de tandheugel bedienen de hendel ervan.
- Schuif het poortblad handmatig naar de open positie, minimaal 2–3 cm vóór de vaste aanslag.
- Schuif de beugel over de tandheugel in de openingsrichting totdat de eindschakelaar wordt geactiveerd.
- Schuif de beugel in dezelfde richting nog minimaal 2 cm verder en bevestig deze.
- Stel op dezelfde manier ook de console voor de gesloten positie af.
- Controleer na het vergrendelen van de aandrijving en het inleren van het traject of de poort vóór beide mechanische aanslagen stopt.
Aansluiting van de NICE RUN2500-aandrijving
Laat de montage en elektrische aansluiting uitvoeren door een vakbekwaam persoon. Koppel de netvoeding los en controleer of de spanning eraf is voordat u de behuizing opent, aansluitingen maakt of klemmen loskoppelt. De netaansluiting is 230 V AC; de accessoireklemmen hebben andere spanningen en functies.
Netvoeding 230 V AC
Het netcircuit moet voorzien zijn van geschikte overstroom- en aardlekbeveiliging en een betrouwbare PE-aansluiting. Gebruik een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften; als deze niet bij de aandrijving zit, moet ze tegen onbedoeld inschakelen kunnen worden vergrendeld.
| Klem | Draad en functie |
|---|---|
| L | Fasedraad; doorgaans bruin. |
| N | Nuldraad; doorgaans blauw. |
| PE / beschermingsaarde | Geel-groene beschermingsdraad. Klasse I vereist een betrouwbare beschermingsaarding. |
Leid de netkabel door de kleinere kabelwartel en de overige kabels door de grotere. Pas de membranen nauwsluitend aan de kabels aan, herstel de afdichting en zet de kabels vast tegen uittrekken. Laat binnen voldoende kabellengte over, ongeveer 20–30 cm; kabels mogen de kap of bewegende delen niet hinderen.
Klemmen van de RUA1-besturingseenheid
| Klem | Toepassing, spanning en polariteit |
|---|---|
| FLASH – zwaailamp | ELDC sluit met twee aders aan op FLASH, volgens detail van de zwaailampklemmen. De uitgang is bedoeld voor een laagspanningswaarschuwingslamp; de maximale belasting komt overeen met één of twee zwaailampen met elk een lamp van 12 V / 21 W. Dit is geen permanente voeding voor accessoires. WLT heeft een eigen instelling. Houd eventuele +/−-polariteit aan volgens de markering op de betreffende zwaailamp en printplaat; neem de polariteit van de hulpaansluiting niet over. |
| S.C.A. – indicator | 24 V DC, maximaal 4 W, spanning −30 % / +50 %. Functie volgens II/L4. Controleer bij gepolariseerde accessoires de +/−-klemmen op de betreffende printplaat; de volgorde kan niet uit het onderstaande schema worden afgeleid. |
| BLUEBUS | Voeding en communicatie voor compatibele apparaten. Fotocellen worden zonder polariteit. Totale limiet: 15 BlueBUS-belastingseenheden. Voor twee Master/Slave-motoren geldt een vaste volgorde voor de draden. |
| STOP | Potentiaalvrije NO-, NC- of 8,2 kΩ-weerstandsapparaten; het type wordt door de RUA1 ingeleerd. Een wijziging van de ingeleerde status stopt de beweging, gevolgd door een korte terugloop. De contacten hebben geen +/−-polariteit en er mag geen externe spanning op worden aangesloten. |
| P.P. / STEP-BY-STEP | Potentiaalvrij NO-contact voor stapbediening. Sluit het relais van de module met de COM- en NO-contacten aan op beide P.P.-klemmen; het contact heeft geen polariteit. De voeding van de module is afzonderlijk aangesloten. |
| OPEN | Potentiaalvrij NO-contact voor openen; zonder polariteit. |
| CLOSE | Potentiaalvrij NO-contact voor sluiten; bij I/L7 ON gaat de poort gedeeltelijk open. Zonder polariteit. |
| AERIAL / antenne | Sluit de middenader en de afscherming van de coaxkabel aan volgens de markeringen bij de klemmen van de ontvanger/printplaat. Dit zijn geen voedingsaansluitingen +/−. RG58, ingang 52 Ω; kies een antenne die past bij de frequentie van de ontvanger. |
Meerdere apparaten op STOP
NO-contacten worden parallel aangesloten, NC-contacten in serie. Twee weerstandsapparaten van 8,2 kΩ kunnen parallel worden aangesloten; gebruik bij meer apparaten een schakeling met één eindweerstand van 8,2 kΩ volgens het apparaatschema. Voor een combinatie van NO en NC is een weerstand van 8,2 kΩ in serie met de NC-tak vereist. Vervang een veiligheidscontactlijst niet door een eenvoudige draadbrug. Voer na een wijziging het inleren en de veiligheidstest opnieuw uit.
Zekeringen
Controleer deze pas nadat de netvoeding is losgekoppeld. Vervang zekeringen F1/F2 door zekeringen van hetzelfde type, met dezelfde tijdkarakteristiek en de waarde die op de gemonteerde printplaat staat. Als de zekering herhaaldelijk doorslaat, moet de oorzaak worden opgespoord; plaats geen zwaardere zekering.
Aansluitschema van RUA1 met ELDC, EPMB en EKS
De klemmen aan de bovenrand van de RUA1 zijn van links naar rechts FLASH, S.C.A., BLUEBUS, STOP, P.P., OPEN en CLOSE, in dezelfde oriëntatie als op de afbeelding. De antenne heeft een aparte connector.
De afbeeldingen van accessoires zijn schematisch; controleer de klemmen aan de hand van de markeringen op het geleverde product. EKS stuurt hier OPEN en CLOSE aan met twee contacten C (gemeenschappelijk contact) + NO (normaal open). Sluit voor stapbediening het gekozen contact C + NO aan op het P.P.-klemmenpaar. Potentiaalvrije contacten hebben geen polariteit; sluit er geen externe voeding op aan.
Het schema toont de standaardfunctie CLOSE – sluiten. Als u functie L7 op niveau I, schakelt deze ingang in plaats van sluiten gedeeltelijk openen.
ELDC-zwaailamp en antenne
Sluit beide draden van de uitgang FLASH op RUA1 aan op het klemmenpaar ELDC gemarkeerd met het lampsymbool. De ELDC is een laagspannings-ledzwaailamp voor 12–36 V DC; sluit op deze klemmen geen netspanning van 230 V aan. De klemmen voor de lamp en de antenne zijn gescheiden. De FLASH-uitgang knippert en geeft ook diagnostische reeksen.
Bij dezelfde oriëntatie van het ELDC-detail zit het paar FLASH links en het paar voor antenne rechts. In het antennepaar is de linker klem voor de middengeleider van de coaxkabel en de rechter voor de afscherming. Sluit het andere uiteinde van de coaxkabel aan volgens de symbolen bij de antenne-ingang van de RUA1 of volgens de antenneaansluiting op de OXIBD, als u de ingang daarvan gebruikt. De afscherming mag geen kortsluiting maken met de middengeleider.
De voedingsaansluiting van de lamp is in dit detail niet gemarkeerd met +/−. Als de meegeleverde uitvoering van de zwaailamp of de printplaat een polariteit aangeeft, houd die dan aan; de polariteit van de hulpvoeding van 24 V wordt niet overgenomen op FLASH. Gebruik voor de lamp 2 × 0,5 mm² en voor de antenne een aparte RG58-kabel, volgens de bekabelingstabel.
EPMB-fotocellen en BlueBUS
NICE EPMB sluit u aan op het paar BLUEBUS op de RUA1, zonder polariteit +/−. Beide draden dienen voor de voeding en communicatie; sluit ze niet aan op de hulpuitgang van 24 V. TX is de zender en RX de ontvanger. TX en RX van één paar hebben hetzelfde adres; een volgend paar moet een ander adres hebben. De besturing ondersteunt maximaal 15 BlueBUS-belastingseenheden; het aantal eenheden is niet automatisch gelijk aan het aantal paren. Uitleg over het BlueBUS-systeem.
Parallelle aansluiting van één of meer paren
Monteer de fotocellen tegenover elkaar en lijn de optische assen uit. Houd bij meerdere paren ook rekening met de oriëntatie van TX/RX, zodat ze elkaar niet storen. Voer na het toevoegen of verwijderen van een apparaat de procedure voor het inleren van apparaten uit en test alle veiligheidsstralen.
Plaatsing van fotocellen bij een schuifpoort
De afbeelding toont mogelijke posities, niet de verplichte uitrusting van elke poort. Kies de functie van elk beveiligingspaar volgens de adrestabel van de RUA1. FT A / FT B duiden afzonderlijke optische apparaten voor de bewegende rand aan, niet een extra standaardpaar EPMB.
Voor de beveiligingsaansluiting van EPMB mag u verbinding A op TX of RX niet onderbreken. De adressen FA1/FA2 in de afbeelding zijn bedieningsfuncties om openen te activeren; ze behoren niet tot de zeven beveiligingsadressen van de RUA1 in de onderstaande tabel. Gebruik ze alleen als ondersteuning door de betreffende besturingseenheid is bevestigd.
Adressen en jumpers van EPMB-fotocellen
Stel de jumpers in terwijl de voeding is uitgeschakeld; doe dit op TX en RX op dezelfde manier. Bewaar ongebruikte jumpers op de daarvoor bestemde plaats op de fotocel. In één netwerk mogen geen twee paren hetzelfde adres hebben. De afbeeldingen tonen de jumperconfiguratie, niet de voedingspolariteit.
Behoud bij vervanging van een fotocel het juiste adres en controleer of deze wordt herkend en veilig reageert. Herhaal de inleerprocedure als het aantal apparaten of hun adressen verandert. Onderbreek tijdens de test de straal bij zowel het openen als het sluiten en controleer of de reactie overeenkomt met de gekozen functie.
Beweegbare veiligheidsrand en FT210B
NICE FT210B verzendt de status van de weerstandgevoelige veiligheidsrand van 8,2 kΩ via een optische straal. De TX op de poortvleugel wordt gevoed door een eigen batterij; de RX is zonder polariteit aangesloten op BlueBUS. Stel het adres en de aansluiting van de veiligheidsrand in volgens de FT210B; dit is geen gewoon paar met een bedrade voeding voor TX. Het stroomverbruik van RX telt mee voor de BlueBUS-belasting.
Radio-ontvanger voor aandrijvingen
Voor een nieuwe opstelling kunt u kiezen voor NICE OXIBD voor de SM-connector. Kies bij een bestaande opstelling de afstandsbedieningen op basis van de daadwerkelijk geïnstalleerde SMXI/OXI-ontvanger. Steek de ontvanger in terwijl de netvoeding is uitgeschakeld; sla de zenders op volgens de handleiding voor het koppelen van afstandsbedieningen en de betreffende ontvanger. Het radiogeheugen, het inleren van het traject en de instellingen van de RUA1 zijn afzonderlijke zaken.
![]() |
NICE Run-aandrijving RUN2500 wordt geleverd met de besturingseenheid NICE RUA1, die een SM-connector biedt voor aansluiting van een externe radio-ontvanger (bijv. NICE OXI, NICE SMXI). Deze ontvanger is nodig om opdrachten te ontvangen die worden verzonden door afstandsbedieningen, en is dus noodzakelijk om de schuifpoort op afstand te bedienen met een afstandsbediening. |
De bewegingsrichting van de poort kiezen
De openingsrichting van de schuifpoort moet worden gekozen met het oog op de plaatsing van de aandrijving ten opzichte van het schuifpoortblad. Bekijk de poort vanaf de kant waar de aandrijving is geplaatst.
![]() |
![]() |
| Als de poort naar links opent, zet u de schakelaar naar links. | Als de poort naar rechts opent, zet u de schakelaar naar rechts. |
De schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de besturingseenheid RUA1 in het midden.
Eerste inschakeling en inleren van apparaten
Laat het poortblad ongeveer halverwege de baan staan, vergrendel de aandrijving en controleer de richtingsinstelling, de eindschakelaars en of de baan vrij is. Schakel de voeding in. BLUEBUS moet ongeveer eenmaal per seconde knipperen, TX/RX van de fotocellen moeten werking aangeven en FLASH/S.C.A. moeten bij een stilstaande, gesloten poort uit zijn, afhankelijk van de ingestelde modus. Schakel bij een onjuiste status de voeding uit en verhelp eerst de storing.
- Houd tegelijkertijd OPEN + STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- Laat los wanneer L1 en L2 snel beginnen te knipperen.
- Wacht tot de herkenning van BlueBUS en de STOP-ingang is voltooid. L1/L2 stoppen met aangeven dat inleren vereist is en de STOP-led moet branden; L3/L4 kunnen blijven knipperen zolang de baan nog niet is ingeleerd.
- Herhaal het inleren na het toevoegen of verwijderen van een apparaat en test de veiligheidsfunctie ervan opnieuw.
De baanlengte inleren
- Houd na het succesvol inleren van de apparaten CLOSE + STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- Laat los zodra de beweging begint. De eerste beweging moet het openen zijn..
- Als de poort sluit, stop deze dan met STOP, schakel de voeding uit, corrigeer de richtingsinstelling en herhaal het inleren.
- Laat de poort volledig openen tot aan de eindschakelaar en vervolgens volledig sluiten tot aan de tweede eindschakelaar. Houd de baan tijdens het inleren vrij.
- Controleer de juiste eindposities, de gedeeltelijke opening en meerdere volledige cycli.
De poort testen en opleveren
De installateur controleert de beweging in beide richtingen, de bevestiging van de aandrijving en de tandheugel, de eind- en mechanische aanslagen en elk veiligheidselement afzonderlijk. De fotocellen worden getest tijdens het openen, het sluiten en in stilstand, overeenkomstig hun functie. De botskrachten moeten worden gemeten; herhaal de test na een wijziging van de kracht, gevoeligheid of aanloop. Neem de poort niet in gebruik als de beveiliging niet werkt. De gebruiker moet de sleutels en handleiding ontvangen, plus uitleg over de handmatige ontgrendeling en het onderhoud.
De aandrijving programmeren
Op de RUA1-printplaat bevinden zich de knoppen OPEN, STOP/SET en CLOSE en acht leds L1–L8. De poort moet stilstaan voordat u instellingen wijzigt. Veiligheidsinstellingen mogen alleen door een installateur worden aangepast, waarna de volledige poort moet worden getest.
| Knop | Normale werking / programmering |
|---|---|
| OPEN ▲ | Openen / naar de volgende led gaan. |
| STOP/SET | Stoppen / instellingen openen en bevestigen. |
| CLOSE ▼ | Sluiten / naar de vorige led gaan. |
Niveau I – functies in- en uitschakelen
- Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 begint te knipperen, ongeveer 3 s; laat de knop los.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de led van de functie.
- Druk kort op SET om ON/OFF om te schakelen. Tijdens het programmeren betekent kort knipperen OFF en lang knipperen ON.
- Stel de volgende functie op dezelfde manier in of druk 10 s lang op geen enkele knop. De instellingen worden opgeslagen en de programmeermodus wordt afgesloten.
| Led – functie en betekenis | Status |
|---|---|
| L1 – Automatisch sluiten Na het openen sluit de poort na de pauze die is ingesteld bij II/L1. De fabrieksinstelling voor de pauze is 30 s. Bij OFF wacht de poort op een commando. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L2 – Sluiten na fotocel Na het vrijmaken van de doorgang sluit de poort na 5 s. Met I/L1 OFF opent de poort eerst volledig; met I/L1 ON stopt het openen zodra de fotocellen weer vrij zijn. Het STOP-commando annuleert deze functie tijdens de betreffende manoeuvre. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L3 – Altijd sluiten Na herstel van de stroom sluit de poort als deze openstaat; vóór de beweging waarschuwt het zwaailicht 5 s lang. Bij OFF blijft de poort stilstaan nadat de voeding is hersteld. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L4 – Vertraging Aan het einde van het openen en sluiten bedraagt de snelheid ongeveer 60 % van de nominale snelheid. Het beschikbare koppel wordt gehalveerd; vertragen is mogelijk niet geschikt bij een zware poort of grote weerstand. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L5 – Piek Bij ON wordt de zachte aanloop uitgeschakeld en wordt de maximale aanloopkracht gebruikt. Dit vervangt niet het verhelpen van wrijving, problemen met de rail of een vastgevroren poort. Controleer na de wijziging of de krachten veilig zijn. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L6 – Voorwaarschuwing Het zwaailicht waarschuwt 3 s voordat de beweging begint. Bij OFF begint het zwaailicht pas te knipperen zodra de beweging begint. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L7 – CLOSE = gedeeltelijk openen Het CLOSE-commando via de klemmen of radio activeert een gedeeltelijke opening volgens II/L6. Bij OFF betekent dit sluiten. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
| L8 – Ondergeschikte eenheid – Slave Schakel dit alleen in op de tweede motor in een Master/Slave-opstelling. Bij OFF is de aandrijving de Master. | OFF – fabrieksinstelling ON – functie ingeschakeld |
Buiten de programmeermodus brandt de led van de betreffende functie bij ON en is deze uit bij OFF. Als L1/L2 of L3/L4 gelijktijdig knipperen, kan dit betekenen dat apparaten of de baan moeten worden ingeleerd; zie leddiagnose.
Niveau II – instelbare waarden
- Houd SET ingedrukt tot L1 begint te knipperen, ongeveer 3 s; laat los.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de led van de parameter.
- Druk opnieuw op SET en houd de knop ingedrukt tijdens het instellen. Na ongeveer 3 s gaat de led van de huidige waarde branden.
- Houd SET ingedrukt en kies de waarde met de knoppen OPEN/CLOSE. Laat SET daarna los.
- Herhaal de procedure voor de volgende parameter; wacht om af te sluiten 10 s zonder op knoppen te drukken.
| Ingangs-led – naam en beschrijving | Instellings-led – waarde |
|---|---|
| L1 – Pauzeduur Tijd tot automatisch sluiten wanneer I/L1 is ingeschakeld. | L1 – 5 s L2 – 15 s L3 – 30 s (fabrieksinstelling) L4 – 45 s L5 – 60 s L6 – 80 s L7 – 120 s L8 – 180 s |
| L2 – Stap-voor-stapmodus Volgorde van de opdrachten via P.P. en het betreffende radiokanaal. | L1 – Openen → stop → sluiten → stop L2 – Openen → stop → sluiten → openen (fabrieksinstelling) L3 – Openen → sluiten → openen → sluiten L4 – Gemeenschappelijke doorgang: tijdens het openen reageert het systeem niet op een volgende opdracht; tijdens het sluiten opent het opnieuw L5 – Gemeenschappelijke doorgang 2: zoals L4; een opdracht langer dan 2 s stopt de beweging L6 – Stap-voor-stapmodus 2: een korte opdracht van maximaal 2 s zorgt voor gedeeltelijk openen L7 – Aanwezigheidsmodus: beweging zolang de opdracht ingedrukt wordt gehouden L8 – Halfautomatisch openen; sluiten zolang de opdracht ingedrukt wordt gehouden |
| L3 – Gevoeligheid voor obstakels Een hogere gevoeligheid reageert al op minder weerstand. Stel eerst het motorvermogen in op II/L5 en daarna de gevoeligheid; meet na een wijziging de botskrachten. | L1 – Zeer hoog – lichte poorten L2 – Zeer hoog L3 – Hoog L4 – Gemiddeld L5 – Gemiddeld laag (fabrieksinstelling) L6 – Laag L7 – Zeer laag L8 – Zeer laag – zware poorten |
| L4 – S.C.A.-uitgang Functie van de 24V-uitgang, max. 4 W. De keuze van de radiokanalen hangt ook af van de ontvanger. | L1 – Openingsindicator: uit wanneer de poort gesloten is, brandt wanneer deze open is; knippert langzaam tijdens het openen en snel tijdens het sluiten (fabrieksinstelling) L2 – Actief wanneer de poort gesloten is L3 – Actief wanneer de poort open is L4 – Radio-uitgang 2 L5 – Radio-uitgang 3 L6 – Radio-uitgang 4 L7 – Onderhoudsindicator L8 – Elektrisch slot |
| L5 – Motorkracht Koppelregeling. De kracht wordt niet alleen op basis van het gewicht bepaald; gebruik geen overmatige kracht om een mechanisch defect te verhelpen. | L1 – 40% L2 – 50% L3 – 60% L4 – 80% L5 – 100% L6 – Halfautomatisch 40–100% L7 – Halfautomatisch 60–100% L8 – Automatisch 0–100% (fabrieksinstelling) |
| L6 – Gedeeltelijk openen Afstand voor voetgangersdoorgang. Deze moet binnen de werkelijke loopweg van de poort vallen. | L1 – 0,5 m L2 – 1,0 m (fabrieksinstelling) L3 – 1,5 m L4 – 2,0 m L5 – 2,5 m L6 – 3,0 m L7 – 3,4 m L8 – 4,0 m |
| L7 – Onderhoudswaarschuwing Aantal bewegingen sinds het onderhoud. Openen en sluiten zijn twee bewegingen; één volledige cyclus bestaat uit openen én sluiten. | L1 – Automatisch op basis van de bewegingszwaarte (fabrieksinstelling) L2 – 2 000 bewegingen L3 – 4 000 bewegingen L4 – 7 000 bewegingen L5 – 10 000 bewegingen L6 – 15 000 bewegingen L7 – 20 000 bewegingen L8 – 30 000 bewegingen |
| L8 – Foutenlogboek Registraties van de laatste acht bewegingen; dit is geen instelbare standaardwaarde. | L1 – Meest recente beweging L2 – Op één na meest recente beweging L3 – Op twee na meest recente beweging L4 – Op drie na meest recente beweging L5 – Op vier na meest recente beweging L6 – Op vijf na meest recente beweging L7 – Op zes na meest recente beweging L8 – Op zeven na meest recente beweging |
Twee schuifvleugels – Master/Slave
Elke vleugel heeft een eigen RUN en een eigen netvoeding van 230 V AC. De ene motor is Master, de andere Slave. Het aantal motoren verhoogt de gewichtslimiet of lengtelimiet per vleugel niet.
BlueBUS-verbinding
Houd tussen de motoren de volgorde van de draden aan: klem 1 Master → 1 Slave en 2 Master → 2 Slave. Bij dezelfde oriëntatie als op de afbeelding van de klemmen van RUA1 is 1 de linker en 2 de rechter klem van het BLUEBUS-paar. De cijfers 1/2 geven deze posities aan, niet de voedingspolen +/−. Bij EPMB-fotocellen is de polariteit van het BlueBUS-paar niet van belang.
- Stel de openingsrichtingen van beide tegenover elkaar geplaatste vleugels in en sluit ze volgens het schema aan terwijl de voeding is losgekoppeld.
- Sluit de ontvanger en de gemeenschappelijke veiligheids- en bedieningselementen aan op Master.
- Schakel beide motoren in. Stel op Slave niveau I, L8 = ON.
- Voer het inleren van de apparaten eerst op Slave en daarna op Master uit.
- Start het inleren van de loopweg op Master en controleer de gezamenlijke beweging en alle beveiligingen.
Op Slave kunnen FLASH, S.C.A., de veiligheidslijst STOP en P.P. afzonderlijk worden aangesloten. De P.P.-opdracht op Slave opent alleen de eigen vleugel volledig; OPEN/CLOSE wordt niet gebruikt op Slave. De meeste instellingen worden door Master geregeld. Gevoeligheid, vermogen, S.C.A.-uitgang, Piek en foutgeschiedenis worden ook beoordeeld voor de specifieke tweede aandrijving.
Voeding van externe accessoires
De hulpvoeding van RUA1 bedraagt 24 V DC, −30% / +50%, maximaal 100 mA in totaal. Bij een nominale spanning van 24 V komt dit neer op ongeveer 16,8–36 V; de aangesloten module moet dit bereik aankunnen. De voeding en het opdrachtcontact zijn twee afzonderlijke draadparen.
| Doel | RUA1-klem | Accessoireklem |
|---|---|---|
| Voedingsmin − | Rechter STOP-klem in de oriëntatie van de afbeelding hieronder | − / GND van de voeding van het apparaat |
| Plus van de voeding + | Linkerklem P.P. in dezelfde oriëntatie | + / V+ van de voeding van het apparaat |
| Stap-voor-stapcommando | Beide P.P.-klemmen | Potentiaalvrij relais COM en NO; polariteitsonafhankelijk |
Gebruik bij een hoger stroomverbruik, een ongeschikt spanningsbereik of inschakelpieken een aparte voeding die bij de module past en sluit op P.P. alleen een geïsoleerd potentiaalvrij contact aan. Gebruik de FLASH-uitgang of BlueBUS niet als vervanging voor de hulpvoeding.
Permanent open poort en timer
Een potentiaalvrij P.P.-commando van langer dan 2 s opent de poort en houdt deze open zolang het commando actief is, bijvoorbeeld via een tijdschakelaar. De functie wordt niet gebruikt in modus II/L2, waarde L5 „Gezamenlijke inrit 2“. Controleer bij een onverwacht permanent commando de timer en de betreffende ingang.
Noodbediening bij een beveiligingsstoring
Alleen onder direct toezicht en wanneer de veilige doorgang volledig vrij is: geef na afwijzing van het eerste commando wegens een beveiligingsstoring binnen 3 s opnieuw een commando en houd dit ingedrukt. Na ongeveer 2 s komt de poort in beweging zolang u het commando ingedrukt houdt; zodra u loslaat, stopt de poort. Dit is een tijdelijke noodmodus, geen vervanging voor reparatie. Overbrug beveiligingen nooit voor permanent gebruik.
Onderhoud en service
Voer onderhoud uit uiterlijk om de 6 maanden of na 20 000 bewegingen, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Koppel de voeding los, controleer de bevestiging, corrosie, slijtage van het wiel en de tandheugel, de geleiding en de vrije beweging; reinig de fotocellen en voer de veiligheidstests opnieuw uit. De service-indicator vervangt het regelmatige onderhoud niet.
Onderhoudswaarschuwing
De drempel wordt ingesteld met II/L7. Stel voor weergave van onderhoud via S.C.A. in op II/L4 = L7.
| Tellerstatus | FLASH / onderhoudsindicator |
|---|---|
| Onder 80 % van de drempel | FLASH knippert normaal; de indicator brandt 2 s bij het begin van het openen. |
| 81–100 % van de drempel | FLASH brandt 2 s aan het begin en knippert daarna normaal; de indicator knippert tijdens de beweging. |
| Boven 100 % van de drempel | FLASH brandt 2 s aan het begin en aan het einde; de indicator knippert continu. |
Het aantal bewegingen controleren
- Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt om de programmeermodus te openen en laat los wanneer L1 knippert.
- Selecteer met OPEN/CLOSE ingang L7.
- Houd SET ingedrukt en wacht ongeveer 3 s totdat de led van de actuele waarde gaat branden.
- Houd SET ingedrukt en druk kort tegelijkertijd op OPEN + CLOSE; laat de toetsen daarna los.
- Het aantal knippersignalen van de waarde-led geeft de verbruikte tientallen procenten van de drempel aan; als de led niet knippert, is de waarde lager dan 10 %. Laat SET los.
De serviceteller resetten
- Selecteer na het onderhoud II/L7 volgens dezelfde procedure.
- Houd SET ingedrukt en wacht ongeveer 3 s totdat de led van de waarde gaat branden.
- Houd SET ingedrukt, druk minstens 5 s op OPEN + CLOSE en laat deze twee toetsen vervolgens los.
- Snel knipperen bevestigt de reset; laat SET los en wacht tot de programmeermodus is afgesloten.
Met deze procedure wordt de serviceteller gereset. Hiermee worden geen zenders gewist en wordt het inleren van het traject of een volledige reset van de besturingseenheid niet vervangen. Probeer bij een elektronische storing geen niet-geverifieerde toetscombinatie; volg de diagnose- en serviceprocedure voor de betreffende RUA1.
Problemen oplossen
Koppel eerst de voeding los voordat u aan een geopende aandrijving werkt. Metingen aan de netspanning of onder spanning staande klemmen mogen alleen worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon. Neem contact op met onze technische ondersteuning en vermeld het motormodel, de aanduiding van de printplaat en het aantal knippersignalen.
Op basis van het storingssymptoom
| Symptoom | Wat controleren |
|---|---|
| Afstandsbediening licht niet op | Controleer de batterij en de contacten in de afstandsbediening volgens de handleiding. |
| Afstandsbediening licht op, maar de poort reageert niet | Controleer de compatibiliteit en het geheugen van de ontvanger; koppelen. Test ook de knop of P.P. om onderscheid te maken tussen een radiostoring en een storing van de aandrijving. |
| BLUEBUS brandt niet | Controleer de netvoeding en zekeringen terwijl de voeding veilig is losgekoppeld; overbrug de beveiliging niet. |
| Commando wordt niet geregistreerd | Bij een wijziging van de BLUEBUS-ingang knippert de led tweemaal snel; een NO-commando op P.P./OPEN/CLOSE moet de betreffende led doen branden. Controleer het contact en de kabel. |
| Poort komt in beweging, stopt of keert om | Controleer eerst handmatig op wrijving, de rail, loopwagens, ijs, speling op de tandheugel en de aanslagen. Controleer daarna de instelling van de kracht/gevoeligheid; bij een wijziging moeten de botskrachten opnieuw worden gemeten. |
| Zwaailamp werkt niet | Controleer FLASH, de bedrading, kortsluiting en of de zwaailamp compatibel is. Tijdens het knipperen kan de gemeten spanning schommelen tussen ongeveer 10–30 V DC; dit is geen constante 24 V-voeding. |
| S.C.A. werkt niet | Controleer eerst modus II/L4 en vervolgens de belasting tot 4 W, de kabel en de uitgang van ongeveer 24 V DC. |
| Eindschakelaar stopt de beweging niet | Controleer de bevestiging en positie van de beugels van de elektromechanische eindschakelaar. Stop bij een verkeerde bewegingsrichting en corrigeer de richtingsschakelaar. |
Diagnose met de zwaailamp
Tijdens normale beweging knippert de zwaailamp met een regelmatig patroon. Een foutcode bestaat uit een reeks knippersignalen, een pauze van 1 s en dezelfde reeks opnieuw; tel de knippersignalen van één reeks.
| Knippersignalen | Betekenis / oplossing |
|---|---|
| 1 | BlueBUS Controleer de apparaten, bedrading en adressen. Voer het inleren opnieuw uit na een reparatie of een bewuste wijziging van de configuratie, niet om een niet-werkende beveiliging te verdoezelen. |
| 2 | Fotocel Als de lichtstraal tijdens de beveiligde bewegingsrichting wordt onderbroken, is dit een normale reactie. Controleer bij een vrije doorgang of de fotocellen schoon en uitgelijnd zijn en of de adressen kloppen. |
| 3 | Detectie van weerstand / obstakel Verwijder het obstakel en hef de mechanische weerstand op. Verhoog de kracht of piekwaarde niet zonder de poort te controleren en daarna een veiligheidstest uit te voeren. |
| 4 | STOP De aangeleerde status is gewijzigd. Controleer de veiligheidslijst, contacten en bedrading; overbrug de beveiliging niet. |
| 5 | Interne parameters Wacht 30 s en geef het commando opnieuw. Neem bij herhaling van de storing contact op met de RUA1-service. |
| 6 | Bewegingslimiet / temperatuur Wacht enkele minuten en laat de motor afkoelen. Controleer de vereiste frequentie en de mechanische weerstand. |
| 7 | Elektronische circuits Koppel de voeding enkele seconden los en probeer het opnieuw. Neem contact op met de serviceafdeling als de storing aanhoudt. |
| 8 | Permanent commando Controleer de timer of een permanent actieve bedieningang. Als de poort bewust open wordt gehouden, kan deze status normaal zijn. |
Led van de besturingseenheid
BLUEBUS, STOP, P.P., OPEN, CLOSE
| LED / status | Betekenis |
|---|---|
| BLUEBUS brandt niet | Geen voeding of storing. Controleer de netvoeding en de zekeringen. |
| BLUEBUS brandt continu | Ernstige fout. Koppel de voeding veilig los en controleer de bedrading; neem bij herhaling contact op met de servicedienst. |
| BLUEBUS knippert eenmaal per seconde | Normale werking. |
| BLUEBUS knippert tweemaal snel | Wijziging van de ingangstoestand of ontvangen commando. |
| BLUEBUS knippert in een reeks | Code zoals bij diagnose van het waarschuwingslicht. |
| STOP brandt | De juiste STOP-toestand is ingeleerd. |
| STOP brandt niet | Wijziging van de STOP-toestand of het inleren is niet voltooid; controleer de beveiliging. |
| P.P./OPEN/CLOSE brandt | Het betreffende potentiaalvrije contact is actief. |
| P.P./OPEN/CLOSE brandt niet | Het betreffende contact is niet actief. |
LED L1–L8
Tijdens normaal gebruik betekent branden dat de functie van niveau I is ingeschakeld; niet branden betekent dat deze is uitgeschakeld. L1 automatische sluiting, L2 sluiting na fotocel, L3 altijd sluiten, L4 vertraging, L5 piek, L6 voorwaarschuwing, L7 CLOSE = gedeeltelijke opening, L8 Slave. Een afzonderlijk knipperende LED kan programmering aanduiden; L1/L2 samen duiden op het verzoek om apparaten in te leren, L3/L4 samen op het inleren van het traject.
Foutgeschiedenis uitlezen
- Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt en laat los wanneer L1 knippert; selecteer met OPEN/CLOSE de ingang L8.
- Houd SET ingedrukt; na ongeveer 3 s gaan de LED's branden van de manoeuvres waarbij een fout is geregistreerd.
- Houd SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de betreffende registratie. L1 is de meest recente registratie, L8 de achtste meest recente.
- Lees het aantal knippersignalen van de geselecteerde registratie af volgens de diagnose van het waarschuwingslicht. Laat SET los en wacht tot de programmering is beëindigd.
NICE RUN2500 handmatig ontgrendelen
Stop de poort, koppel de elektrische voeding los en beveilig het poortblad tegen ongecontroleerde beweging. Ontgrendel alleen wanneer de poort stilstaat.
- Schuif het slotkapje opzij.
- Steek de sleutel erin en draai deze met de klok mee.
- Trek de ontgrendelingshendel uit.
- Beweeg het poortblad handmatig en gecontroleerd.
Voer voor het opnieuw vergrendelen de procedure in omgekeerde volgorde uit. Controleer of de aandrijving weer aangrijpt voordat u de voeding herstelt. Houd de sleutel binnen handbereik, ook wanneer de inrit gesloten is.
Technische gegevens NICE RUN2500
Gegevens voor de 230 V-uitvoering van de RUN2500. Controleer de elektrische waarden en de uitvoering altijd ook aan de hand van het typeplaatje van de geleverde motor. De nominale waarden gelden bij benadering bij 20 °C.
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Model | RUN2500 – elektromechanische eindschakelaar |
| Type en besturing | Elektromechanische aandrijving voor schuifpoorten, RUA1; de insteekbare radio-ontvanger is niet inbegrepen bij de losse motor. |
| Motor- en netvoeding | 230 V AC, 50/60 Hz; tolerantie volgens het typeplaatje van de geleverde uitvoering. |
| Max. gewicht / lengte | 2 500 kg / 18 m; overige voorwaarden en beschikbare cycli volgens geschiktheidstabellen. |
| Tandwiel | 18 tanden, module 4, steek circa 12,6 mm; steekcirkeldiameter 60 mm. |
| Piek koppel / kracht | 50 Nm / 1 390 N |
| Nominaal koppel / kracht | 30 Nm / 830 N |
| Onbelaste snelheid | 0,17 m/s bij 50 Hz, circa 10,2 m/min. |
| Nominale snelheid | 0,14 m/s bij 50 Hz, circa 8,4 m/min. |
| Nominale frequentie bij een poortblad van 15 m | 15 cycli/h bij nominaal koppel en een poortblad van 15 m. Daarnaast gelden limieten afhankelijk van lengte, gewicht en temperatuur; dit is geen aantal cycli achter elkaar zonder pauze. |
| Continu bedrijf | Maximaal 60 min bij nominaal koppel, met aanvullende beperkingen voor het aantal cycli. Bij 50 °C maximaal 10 min; bij een poortblad van 15 m maximaal 7 cycli/h. |
| Opgenomen vermogen / stroom | Aanloop: 870 W / 3,8 A; nominaal: 600 W / 2,7 A. |
| Elektrische beveiliging | Klasse I – beschermende aarding PE. |
| FLASH | Eén of twee waarschuwingslichten met elk een lamp van 12 V / 21 W; dit is geen permanente hulpvoeding. |
| S.C.A. | 24 V DC, max. 4 W, spanning −30 % / +50 %. |
| Hulpvoeding | 24 V DC, −30 % / +50 %, max. 100 mA totaal; exacte polariteit STOP/P.P.. |
| BlueBUS | Max. 15 belastingseenheden; fotocellen zijn niet polariteitsgevoelig. |
| STOP | Potentiaalvrij NO/NC of weerstand van 8,2 kΩ; ingeleerde toestand. |
| P.P., OPEN, CLOSE | Potentiaalvrije NO-contacten. |
| Radio / antenne | SM-connector, ontvanger afzonderlijk te kiezen. Antenne-ingang 52 Ω, RG58 of vergelijkbare coaxkabel. |
| Programmering | 8 functies AAN/UIT en 8 parameters; niveaus I en II. |
| Inleren | BlueBUS-apparaten, type STOP-ingang en trajectlengte met vertragings-/gedeeltelijke-openingspunten. |
| Bedrijfstemperatuur | −20 tot +50 °C |
| Beschermingsgraad | IP44 |
| Ongeschikte omgevingen | Zure, zoute of mogelijk explosieve atmosfeer. |
| Totale afmetingen | 400 × 255 × 390 mm volgens de technische tabel; de montageafmetingen staan in de oorspronkelijke tekening hieronder. |
| Gewicht van de motor | 24,5 kg |
| Levensduur | Indicatief 150 000–450 000 cycli, afhankelijk van som van de indexen en de grafiek; geen garantie. |
Afmetingen van de aandrijving
Hoe kan ik dit artikel bestellen?
Kies de manier die u het beste uitkomt:
- bestellen via de webshop: gebruik de koopknop om het artikel in uw winkelwagen te plaatsen (u vindt de koopknop hier in de tabel met productvarianten).
- bestellen per e-mail: bestel via [email protected]





































