NICE Run RUN2500I - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten
| Beschikbaarheid van het product: | Op voorraad | We verzenden producten standaard binnen 24 uur. |
|---|
op voorraad
€ 1.009,24 incl. btw
| Gewicht |
|---|
| 25 kg |
Beschrijving van het product NICE Run RUN2500I - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten
NICE RUN2500I is een onomkeerbare elektromechanische aandrijving voor een schuifpoort tot 2.500 kg en een vleugellengte tot 18 m. Deze heeft een elektromechanische eindschakelaar, besturing RUA2 en een frequentieregelaar RUA3. Eenfasige voeding 230 V AC voedt via de frequentieregelaar een driefasige motor. De aanduiding I staat voor frequentieregelaar; dit is geen inductieve eindschakelaar zoals bij versie P.
Geschikt voor intensief gebruik van zwaardere poorten, mits de mechanische weerstand en het aantal cycli binnen de grenzen blijven. De frequentieregelaar regelt de snelheid binnen het bereik van 0,06–0,25 m/s en behoudt bij ingeschakelde vertraging het beschikbare vermogen, zelfs bij ongeveer 0,05 m/s. Hierdoor wordt het risico kleiner dat de zware poortvleugel aan het einde van de baan stopt. Stel de snelheid en gevoeligheid af op de poort en controleer vervolgens of de veiligheidskrachten aan de eisen voldoen.
Het gaat om een afzonderlijke aandrijving voor één schuifpoortvleugel. Bij stroomuitval kan de aandrijving met een sleutel worden ontgrendeld. Kies de ontvanger, zender en veiligheidsaccessoires op basis van de gewenste uitrusting; complete uitvoeringen vindt u in het overzicht van de sets.
| Snel navigeren | |
|---|---|
| Keuze en limieten | Accessoires |
| Sets | Montage |
| Aansluiting | Fotocellen |
| Eerste ingebruikname | Programmering |
| Diagnose | Onderhoud |
| Ontgrendeling | Specificaties |
| PDF-handleiding |
Compatibele accessoires
| Wat | Waarom | Type |
|---|---|---|
| Waarschuwingslichten | Waarschuwt wanneer de poort beweegt. Kies de uitvoering voor FLASH en de antenne op basis van de frequentie van de ontvanger. Aansluiting van FLASH. | |
| Fotocellen | Beveiligen de doorgang volgens hun adres; BlueBUS heeft twee draden zonder polariteit. Aansluiting en adressen. | |
| Draadloze fotocellen | Voor EPMOW is een IBW-interface vereist. FT210B heeft een zender op batterijen en een ontvanger die op BlueBUS is aangesloten; het systeem kan ook het signaal van een bewegende veiligheidslijst doorgeven. | |
| Radio-ontvangers | Installeer de plug-inontvanger SM wanneer de voeding is uitgeschakeld. De codering en frequentie van de zender moeten overeenkomen met de gekozen ontvanger. | |
| Zenders | Bediening van de poort; voor het grote bereik van ON3ELR is een LR-ontvanger vereist. Voor tweerichtingsfuncties is een geschikte ontvanger vereist. Koppelen. | |
| Antenne | Voor een groter bereik. Sluit de coaxkabel aan op de antenne-ingang; de frequentie moet overeenkomen met die van de ontvanger. | |
| Sleutelschakelaars / toetsenborden / lezers | Potentiaalvrije contacten van de sleutelschakelaar bedienen P.P./OPEN/CLOSE. BlueBUS-toetsenborden en -lezers worden als apparaten ingeleerd; draadloze apparaten worden met de ontvanger gekoppeld. | |
| Wi-Fi / GSM-bediening | BiDi-ZWave vereist een bijbehorende Opera-interface en een Z-Wave-systeem. De universele Wi-Fi/GSM-module bedient P.P. via een geïsoleerd COM–NO-contact; kies de voeding afzonderlijk op basis van de spanning en de maximale stroomafname. | |
| Tandheugels | Module 4; kies het materiaal, de bevestiging en het draagvermogen op basis van het volledige poortblad. Een nylon tandheugel is niet automatisch geschikt voor elke zware poort. Montage van de tandheugel. | |
| Programmeren via mobiel | BiDi-WiFi is vooral bedoeld voor programmering en diagnose via de My Nice Pro-app. Controleer de Bus-T4-interface van de betreffende RUA2 en de bijbehorende aansluiting volgens de handleiding van de module. De mogelijkheden voor poortbediening en netwerkinstellingen zijn afhankelijk van de configuratie ervan. | |
| Stroomuitval | De RUN2500I vereist een netaansluiting van 230 V AC. De PS124-back-upvoeding en de Solemyo-zonneset voor 24V-aandrijvingen kunnen niet op deze motor worden aangesloten. Gebruik zonder geschikte voeding de handmatige ontgrendeling. |
|
Bij een bestaande installatie kunnen oudere onderdelen blijven werken LUCYB, MLBT, ELB, MOFB, MOSE, MOTXR, SMXI. Controleer bij vervanging de spanning, interface en codering; compatibiliteit met een oud onderdeel betekent niet dat dit nog in productie is. Kies nieuwe uitrusting uit de hierboven genoemde geschikte alternatieven.
Sets en losse aandrijving
De sets verschillen qua uitrusting, niet qua limiet van de motor. Elke set bevat één aandrijving; de lengte van de tandheugel moet worden afgestemd op het volledige poorttraject.
| Set met fotocellen en zwaailamp | Losse aandrijving | Set met tandheugel |
|---|---|---|
| NICE RUN2500I – set D Aandrijving, ontvanger OXIBD, zender MYGO4, paar EPMB en zwaailamp ELDC. | NICE RUN2500I – losse aandrijving Besturing RUA2 en inverter RUA3 in de aandrijving. Ontvanger, zender, fotocellen, zwaailamp en tandheugel kiest u afzonderlijk. | NICE RUN2500I – set F Aandrijving, ontvanger OXIBD, zender MYGO4, paar EPMB en zwaailamp ELDC. |
| Andere variant | Extra uitrusting voor de aandrijving |
|---|---|
| Set B | OXIBD + MYGO4 |
| Set C | OXIBD + MYGO4 + paar EPMB |
| Set E | Uitrusting C + 4 m LZ-1 |
Bij een set met 4 m tandheugel en een langere poort moet u de benodigde extra lengte bijbestellen; controleer ook of de tandheugel geschikt is voor het gewicht en de gebruiksintensiteit. De inhoud van elke afzonderlijke set staat vermeld op de bijbehorende productpagina.
Keuze van de aandrijving en gebruikslimieten
Gewicht en lengte zijn bepalend van het volledige bewegende poortblad, inclusief vulling en contragewicht, niet alleen de doorgangsbreedte. De poort moet over het hele traject soepel bewegen, correct geleid worden en voorzien zijn van stevige mechanische eindaanslagen. Meet de weerstand bij het starten en tijdens het bewegen, en houd rekening met een marge voor verslechterde omstandigheden in de winter.
| Parameter | Limiet voor één aandrijving |
|---|---|
| Gewicht van het poortblad | 2 500 kg |
| Lengte van het poortblad | 18 m |
| Eindschakelaar | Elektromechanisch – beugels op de tandheugel bedienen de hefboom |
De beschikbare startkracht bedraagt maximaal 1 660 N en de nominale kracht 700 N. Hanteer bij de beoordeling van het mechaniek een veiligheidsmarge van ten minste 50%: de benodigde startkracht moet minder dan 830 N zijn en de kracht om de beweging in stand te houden minder dan 350 N. Dit zijn geen toegestane stootkrachten op een persoon; die worden met een afzonderlijke veiligheidstest gecontroleerd.
Aantal cycli op basis van lengte en gewicht
Eén cyclus is één volledige opening en sluiting. Vermenigvuldig het aantal cycli per uur en achter elkaar uit de rij voor de lengte met de gewichtsfactor. Rond voor de planning naar beneden af. Temperatuur en mechanische weerstand kunnen het resultaat verder verlagen.
| Lengte van het poortblad | Max. cycli/uur | Max. opeenvolgende cycli |
|---|---|---|
| Tot 6 m | 42 | 42 |
| Meer dan 6 tot 9 m | 28 | 28 |
| Meer dan 9 tot 12 m | 21 | 21 |
| Meer dan 12 tot 15 m | 17 | 17 |
| Meer dan 15 tot 18 m | 14 | 14 |
| Gewicht van het poortblad | Factor voor het aantal beschikbare cycli |
|---|---|
| Tot 500 kg | 100 % |
| Meer dan 500 tot 900 kg | 80 % |
| Meer dan 900 tot 1 200 kg | 75 % |
| Meer dan 1 200 tot 1 500 kg | 60 % |
| Meer dan 1 500 tot 1 800 kg | 50 % |
| Meer dan 1 800 en minder dan 2 000 kg | Er is geen factor vastgesteld; stem het gebruiksplan af met de technische ondersteuning. |
| 2 000–2 300 kg | 40 % |
| Meer dan 2 300 tot 2 500 kg | 30 % |
Voorbeeld: poortblad 10 m / 2 100 kg → 21 × 0,40 = 8,4. Plan maximaal 8 cycli/uur en 8 opeenvolgende cycli, vóór toepassing van verdere beperkingen. De nominale testwaarde van de inverteraandrijving is 28 cycli/uur bij 10 m; voor de specifieke poort moet daarnaast ook de strengere limiet op basis van lengte en gewicht worden aangehouden. De cataloguswaarde van 56 cycli/uur is geen algemene gebruikslimiet die voor elke poort geldt.
Indicatieve levensduur
Tel de indexen voor gewicht, lengte en andere relevante invloeden bij elkaar op. Neem overige invloeden mee als de kans dat ze optreden groter is dan 10%. De grafiek toont een indicatief aantal cycli bij regelmatig onderhoud, geen garantie of aantal jaren. De horizontale as geeft de som van de indexen in % weer; de verticale as het aantal cycli.
Bij een totaal boven 100 % vallen de omstandigheden buiten de aanvaardbare grens. Kies de aandrijving op basis van de volledige poort en het gebruik; alleen al het aanhouden van het toegestane gewicht garandeert niet dat de aandrijving geschikt is.
Als u uw keuze wilt laten controleren, neem contact met ons op en vermeld de lengte en het gewicht van de poort en het verwachte aantal cycli.
Montage van de schuifpoort en aandrijving
Ontgrendel de aandrijving vóór de montage en controleer of de poort soepel met de hand beweegt, stabiel wordt geleid, tegen uit de geleiding springen is beveiligd en in beide eindposities stevige aanslagen heeft. De poort mag niet vanzelf bewegen. Bescherm de aandrijving tegen overstroming; de ondergrond moet stevig zijn en veilige ontgrendeling mogelijk maken.
- Leg kabelbuizen aan en plaats een funderingsplaat met vier ankers. Laat boven de plaat maximaal 40 mm.
- Lijn de plaat uit volgens de oorspronkelijke tekening, evenwijdig aan het poortblad. Laat het beton volledig uitharden.
- Bevestig de motor met moeren en ringen, stel de positie ten opzichte van de tandheugel af en draai de bevestiging na het afstellen stevig vast.
- Bevestig de kabels zodat ze niet kunnen worden losgetrokken of in contact komen met bewegende onderdelen. Plaats alle afdichtingen van de kabelwartels en de behuizing terug.
Tandheugel en speling bij het tandwiel
Gebruik een geschikte tandheugel met module 4; stem de materiaalkeuze en het draagvermogen af op de poort. Het gewicht van het poortblad mag niet op het tandwiel rusten. Houd tussen de tandheugel en het tandwiel een speling van 1–2 mm over de volledige loop.
Lijn de delen van de tandheugel uit met het tandwiel; de zijwaartse afwijking mag tijdens handmatig verplaatsen maximaal 5 mm bedragen. Controleer of de verbindingen soepel lopen en elk deel goed is bevestigd. Gebruik geen krachtigere motor om een verkeerd gemonteerde tandheugel te compenseren.
Elektromechanische eindschakelaars
- Verplaats het poortblad met de hand naar de open positie, tot minstens 2–3 cm vóór de vaste aanslag.
- Schuif de beugel in de openingsrichting over de tandheugel totdat de eindschakelaar wordt geactiveerd. Schuif de beugel in dezelfde richting nog minstens 2 cm verder en bevestig hem.
- Stel de beugel voor de gesloten positie op dezelfde manier af.
- Vergrendel de aandrijving, laat de loopweg inleren en controleer vervolgens of de poort vóór beide vaste aanslagen stopt. De beugels van de eindschakelaars vervangen de mechanische aanslagen niet.
Bekabeling
| Aansluiting | Doorsnede / type | Max. lengte |
|---|---|---|
| Netvoeding 230 V | 3 × 1,5 mm² | 30 m |
| FLASH | 2 × 0,5 mm² | 20 m |
| Antenne | Coaxkabel RG58 | 20 m; aanbevolen: minder dan 5 m |
| BlueBUS | 2 × 0,5 mm² | 30 m |
| Sleutelschakelaar | 2 kabels van 2 × 0,5 mm² of 4 × 0,5 mm² | 50 m |
| Aansluiting van de veiligheidscontactlijst | 2 × 0,5 mm² | 30 m; gebruik een geschikte flexibele kabel of FT210B |
Kies bij een netvoedingskabel langer dan 30 m een grotere doorsnede, bijvoorbeeld 3 × 2,5 mm², en zorg voor een geschikte beschermende aarding. Voor BlueBUS is bij een lengte van meer dan 30 m tot 50 m een kabel van 2 × 1 mm² vereist. Een elektricien moet de kabeldoorsneden en beveiligingen beoordelen op basis van het traject, de omgeving en het spanningsverlies; signaalkabels zijn geen vervanging voor netvoedingskabels.
Elektrische aansluiting en besturingseenheid RUA2
Laat de elektrische aansluiting uitvoeren door een vakbekwaam persoon. Koppel de netvoeding los en controleer of er geen spanning aanwezig is voordat u de behuizing opent of aansluitklemmen wijzigt. De netvoeding, motor en uitgangen voor accessoires hebben verschillende functies en spanningen.
Voeding 230 V AC
| Klem | Aansluiting |
|---|---|
| L | Fasedraad |
| N | Nuldraad |
| PE / aardingssymbool | Groen-gele beschermingsdraad; een aandrijving van klasse I moet geaard zijn |
Voer de netvoedingskabel door een afzonderlijke, kleinere kabelwartel. Bevestig de accessoirekabels in de grotere kabelwartel; laat binnenin ongeveer 20–30 cm reserve. De membranen moeten de kabels nauw omsluiten en de bedrading mag de behuizing niet hinderen.
Oriëntatie en functies van de aansluitklemmen
| Klem | Doel, spanning en polariteit |
|---|---|
| FLASH | Uitgang voor zwaailamp, belasting volgens het aansluitschema: 12 V / 21 W per lamp, maximaal twee lampen. ELDC of WLT sluit ze aan volgens hun handleiding; het is geen permanente voedingsbron. Volg bij een gepolariseerde zwaailamp de aanduidingen op de aansluitklemmen van de lamp en op de FLASH-uitgang. De volgorde van +/− op de 24 V-hulpvoeding is niet van toepassing op FLASH. |
| S.C.A. | Uitgang voor de 24 V DC-indicator, max. 4 W, tolerantie −30 % / +50 %. Functie volgens II/L4. Controleer bij een gepolariseerd apparaat de markering van de daadwerkelijke uitgang; de +/− van de hulpvoeding wordt hier niet aangesloten. |
| BLUEBUS | Voeding en communicatie van compatibele apparaten via twee parallelle draden zonder polariteit. Limiet van 15 BlueBUS-belastingseenheden, niet van 15 paar fotocellen. |
| STOP | Potentiaalvrije apparaten met NO- of NC-contact, of met een weerstand van 8,2 kΩ. Een wijziging van de aangeleerde status interpreteert de besturing als een stop met een korte terugloop. Zonder voedingsaansluiting +/−. |
| P.P. / STEP-BY-STEP | Potentiaalvrij NO-contact voor stapbediening. Sluit het relais COM–NO van het accessoire aan op beide P.P.-klemmen; polariteit is niet van belang. De voeding van de module is een afzonderlijk draadpaar. |
| OPEN | Potentiaalvrij NO-contact voor openen; polariteit is niet van belang. |
| CLOSE | Potentiaalvrij NO-contact voor sluiten; bij I/L7 ON wordt gedeeltelijk openen geactiveerd. Polariteit is niet van belang. |
| ANTENNA / AERIAL | De middenader en afscherming van de coaxkabel aansluiten volgens de markering van de antenne-ingang. Dit zijn geen voedingsaansluitingen +/−; kies de juiste frequentie. |
Hulpvoeding – exacte polariteit
Voor een externe module kan 24 V DC, −30 % / +50 %, maximaal 100 mA in totaal. De module moet geschikt zijn voor een bereik van ongeveer 16,8–36 V. De onderstaande posities gelden bij dezelfde oriëntatie van de STOP- en P.P.-connectoren als op de oorspronkelijke afbeelding.
| Voeding / opdracht | RUA2-klem | Aansluiting van de module |
|---|---|---|
| Min − | Rechter STOP-klem | − / GND |
| Plus + | Linker P.P.-klem | + / V+ |
| Stapbedieningsopdracht | Beide P.P.-klemmen | Geïsoleerd potentiaalvrij COM–NO-contact |
Gebruik een afzonderlijke voeding bij een hoger stroomverbruik, een ongeschikt spanningsbereik of een inschakelpiek. Sluit op P.P. uitsluitend een geïsoleerde potentiaalvrije opdracht aan. Gebruik BlueBUS of FLASH niet als hulpvoeding.
EKS-sleutelschakelaar
Op EKS gebruik één paar C–NO op beide OPEN-klemmen en het tweede paar C–NO op beide CLOSE-klemmen. Gebruik de NC-contacten niet voor deze opdrachten. Sluit bij bediening met één stapcontact C–NO aan op beide P.P.-klemmen. Dit zijn potentiaalvrije contacten zonder polariteit; sluit geen 230 V of externe 24 V aan op de besturingsingangen.
Veiligheidslijsten en STOP
Sluit NO-contacten parallel aan en NC-contacten in serie. Twee weerstandsapparaten van 8,2 kΩ kunnen parallel worden aangesloten; voor meer apparaten is de voorgeschreven cascadeschakeling met eindweerstand vereist. Bij een combinatie van NO en NC wordt de NC-tak gebruikt met een weerstand van 8,2 kΩ, volgens het betreffende aansluitschema. Voer na elke wijziging het inleren en de veiligheidstest opnieuw uit; vervang een veiligheidslijst niet door een gewone brug.
BlueBUS-fotocellen en adressering
Huidige EPMB en andere compatibele BlueBUS-fotocellen sluit u aan parallel op het BLUEBUS-paar, zonder polariteit. De TX en RX van één paar moeten dezelfde jumpers hebben. Geef een volgend paar een ander ondersteund adres. Voer na toevoegen, verwijderen of wijzigen van een adres altijd het inleren van de apparaten opnieuw uit.
| Adres | Plaatsing en reactie |
|---|---|
| FOTO | Buitenste paar op ongeveer 50 cm boven het maaiveld; keert de beweging om tijdens het sluiten. |
| FOTO II | Buitenste paar op ongeveer 100 cm boven het maaiveld; keert de beweging om tijdens het sluiten. |
| FOTO 1 | Binnenste paar op ongeveer 50 cm; keert de beweging om tijdens het sluiten. |
| FOTO 1 II | Binnenste paar op ongeveer 100 cm; keert de beweging om tijdens het sluiten. |
| FOTO 2 | Buitenste paar voor beveiliging tijdens het openen. |
| FOTO 2 II | Binnenste paar voor beveiliging tijdens het openen. |
| FOTO 3 | Eén paar voor beveiliging tijdens zowel openen als sluiten; plaats de fotocellen zo dat ze elkaar en de andere paren niet beïnvloeden. |
De specifieke instelling van de jumpers vindt u bij EPMB-fotocellen – jumperstabel. Kies de beveiligingsfunctie op basis van de risicopunten van de daadwerkelijke poort; alleen de hoogte bepaalt de veiligheid niet. Voor EPMOW is een IBW-interface. Bij de FT210B wordt de zender op batterijen gevoed en wordt de ontvanger aangesloten op BlueBUS.
Eerste ingebruikname en inleren
Controleer de bevestiging, aanslagen, openingsrichting en alle klemmen. Zet het poortblad ongeveer halverwege het traject en vergrendel de aandrijving. Na het inschakelen moet BLUEBUS ongeveer eenmaal per seconde knipperen; de fotocellen moeten de normale status aangeven. Schakel bij een storing eerst de voeding uit en verhelp de oorzaak.
De openingsrichting instellen
Stel bij uitgeschakelde voeding de richtingsschakelaar in volgens de positie van de aandrijving en de bewegingsrichting van het poortblad. In dezelfde oriëntatie als op de afbeelding: openen naar links = schakelaar links, openen naar rechts = schakelaar rechts. Controleer na het inschakelen dat de eerste beweging tijdens het inleren openen is.
Apparaten en STOP-ingang herkennen
- Houd tegelijkertijd OPEN + STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- Laat los zodra L1 en L2 snel knipperen.
- Wacht tot het proces is voltooid. L1/L2 stoppen met knipperen om aan te geven dat het inleren is aangevraagd en de STOP-led moet branden. L3/L4 kunnen blijven aangeven dat het traject nog moet worden ingeleerd.
- Herhaal de procedure na een wijziging aan BlueBUS of STOP en test elke beveiliging afzonderlijk.
Traject inleren
- Houd na een geslaagde herkenning van de apparaten CLOSE + STOP/SET ongeveer 3 s.
- Laat los zodra de beweging begint. De eerste beweging moet openen zijn.
- Als de poort sluit, stop deze dan met STOP, schakel de voeding uit en corrigeer de instelling van de bewegingsrichting. Herhaal daarna het inleren.
- Laat de poort volledig openen tot aan de eindschakelaar en vervolgens volledig sluiten. Er mogen zich geen personen of obstakels in het bewegingstraject bevinden.
- Controleer beide eindposities, de gedeeltelijke opening, de vertraging en meerdere volledige cycli.
Testen en oplevering
De technicus controleert het openen en sluiten, het stoppen vóór de aanslagen, de accessoires en de beveiliging van alle gevaarlijke punten. Fotocellen en veiligheidslijsten worden afzonderlijk getest, in beide richtingen en volgens hun functie. Als de beveiliging gebruikmaakt van krachtbegrenzing, moeten de botskrachten worden gemeten; herhaal de test na wijziging van de snelheid, kracht, gevoeligheid of aanloop. Herhaal de test na wijziging van de snelheid, kracht, gevoeligheid of aanloop. De gebruiker moet de sleutels ontvangen en uitleg krijgen over de handmatige ontgrendeling, veilig gebruik en onderhoud.
Twee aandrijvingen – Master/Slave
Bij twee tegenover elkaar bewegende schuifvleugels heeft elke motor een eigen netvoeding. Gebruik twee bij elkaar passende aandrijvingen en de juiste besturingsprocedure; twee motoren verhogen de limiet voor één vleugel niet. De BlueBUS-verbinding volgt de volgorde 1 Master → 1 Slave en 2 Master → 2 Slave bij connectoren met dezelfde oriëntatie, volgens het oorspronkelijke schema in de montage-PDF. De cijfers 1/2 geven posities aan, geen voedingsaansluitingen +/−.
- Stel met uitgeschakelde voeding de bewegingsrichtingen van beide vleugels in en sluit ze aan volgens het Master/Slave-schema.
- Sluit de gemeenschappelijke bedieningselementen en ontvanger aan op Master. Stel op de tweede aandrijving I/L8 = ON.
- Voer de herkenning van de apparaten eerst uit op Slave en daarna op Master.
- Start het inleren van het bewegingstraject op Master en controleer de beweging van beide vleugels en alle beveiligingen.
Op Slave kunnen FLASH, S.C.A., STOP en P.P. afzonderlijk worden aangesloten. P.P. op Slave opent alleen de eigen vleugel volledig; OPEN/CLOSE worden niet gebruikt op Slave. Beoordeel de veiligheidsinstellingen en diagnose ook voor de tweede aandrijving.
Ontvanger en afstandsbediening
Plaats de ontvanger met uitgeschakelde voeding in de SM-aansluiting. De procedure voor koppelen en wissen van het geheugen is afhankelijk van de ontvanger OXIBD, OXI of OXILR; gebruik de knop ervan, de LED-bevestigingen en de handleiding voor het koppelen van NICE-afstandsbedieningen. Het inleren van het bewegingstraject van de poort is niet hetzelfde als het koppelen van een zender of het wissen van het radiogeheugen.
RUA2 programmeren
Met de knoppen OPEN ▲ en CLOSE ▼ wijzigt u de selectie; STOP/SET stopt en bevestigt de instellingen. De printplaat heeft LED's L1–L8. Tijdens het instellen moet de poort stilstaan. Noteer vóór wijzigingen de oorspronkelijke waarden; veiligheidsinstellingen mogen alleen door een technicus worden aangepast, gevolgd door een test.
Niveau I – AAN/UIT
- Houd STOP/SET ingedrukt totdat L1 begint te knipperen, ongeveer 3 s; laat de knop los.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de LED van de functie.
- Druk kort op SET om de status om te schakelen: kort knipperen = OFF, lang knipperen = ON.
- Wacht 10 s zonder op een knop te drukken om af te sluiten. De wijzigingen worden opgeslagen.
| LED – functie en betekenis | Status |
|---|---|
| L1 – Automatisch sluiten ON: na het openen sluit de poort na de pauze II/L1; fabrieksinstelling: 30 s. OFF: wacht op een opdracht. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L2 – Sluiten na fotocel Na het vrijgeven van de fotocel sluit de poort na 5 s. Met I/L1 OFF opent de poort eerst volledig; met I/L1 ON stopt het openen zodra de fotocel wordt vrijgegeven. De STOP-opdracht annuleert de functie voor de betreffende manoeuvre. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L3 – Altijd sluiten Na terugkeer van de voeding sluit de poort als deze openstaat; vóór de beweging klinkt 5 s lang een waarschuwing. Bij OFF blijft de poort stilstaan. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L4 – Vertraging Aan het einde van het bewegingstraject ongeveer 0,05 m/s, ongeacht de hoofdsnelheid, met behoud van de beschikbare kracht van de inverteraandrijving. Bij OFF is er geen vertraging. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L5 – Piekvermogen ON schakelt de geleidelijke aanloop uit en gebruikt het piekvermogen. Dit vervangt geen reparatie van verhoogde wrijving; meet na de wijziging de veilige krachten. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L6 – Voorwaarschuwing ON: waarschuwing 3 s vóór de beweging. OFF: het zwaailicht begint te werken zodra de beweging begint. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L7 – CLOSE = gedeeltelijk openen ON wijzigt zowel de opdracht via de klemmen als de radio-opdracht CLOSE in gedeeltelijk openen volgens II/L6. OFF behoudt de sluitfunctie. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L8 – Slave ON uitsluitend op de ondergeschikte aandrijving bij Master/Slave. OFF is Master. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
Buiten de programmeermodus brandt de functie-LED bij ON en is deze uit bij OFF. Het knipperen van L1/L2 of L3/L4 kan betekenen dat inleren nodig is; zie LED-diagnose.
Niveau II – Waarden
- Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt; laat de knop los wanneer L1 knippert.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de ingangs-LED van de parameter.
- Druk SET opnieuw in en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 3 s gaat de LED van de huidige waarde branden.
- Houd SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de waarde; laat daarna SET los.
- Stel de volgende parameter op dezelfde manier in; wacht 10 s zonder op een knop te drukken om op te slaan en af te sluiten.
| Ingangs-LED – naam en beschrijving | Instellings-LED – waarde |
|---|---|
| L1 – Pauzeduur Geldt wanneer I/L1 is ingeschakeld. | L1 – 5 s L2 – 15 s L3 – 30 s (fabrieksinstelling) L4 – 45 s L5 – 60 s L6 – 80 s L7 – 120 s L8 – 180 s |
| L2 – Stap-voor-stapmodus Volgorde van P.P. en de bijbehorende radio-opdracht. | L1 – Openen → stoppen → sluiten → stoppen L2 – Openen → stoppen → sluiten → openen (fabrieksinstelling) L3 – Openen → sluiten → openen → sluiten L4 – Gedeelde toegang: negeert een volgend commando tijdens het openen; opent opnieuw tijdens het sluiten L5 – Gedeelde toegang 2: zoals L4; stopt bij een commando langer dan 2 s L6 – Stap-voor-stap 2: bij een commando korter dan 2 s opent de poort gedeeltelijk L7 – Aanwezig persoon: beweging zolang het commando ingedrukt wordt gehouden L8 – Halfautomatisch openen, sluiten zolang het commando ingedrukt wordt gehouden |
| L3 – Motorsnelheid Controleer na wijziging het stoppen, het afremmen en de veilige krachten. Kies de snelheden op basis van de poort; de maximale snelheid onbelast is geen gegarandeerde snelheid onder belasting. | L1 – 0,06 m/s (3,6 m/min) L2 – 0,09 m/s (5,4 m/min) L3 – 0,13 m/s (7,8 m/min) L4 – 0,17 m/s (10,2 m/min) (fabrieksinstelling) L5 – 0,20 m/s (12 m/min) L6 – 0,25 m/s (15 m/min) L7 – Openen 0,17 m/s, sluiten 0,09 m/s L8 – Openen 0,25 m/s, sluiten 0,17 m/s |
| L4 – S.C.A.-uitgang Uitgangsfunctie 24 V DC / max. 4 W. Radio-uitgangen zijn afhankelijk van de ontvanger. | L1 – Openingsindicator: uit bij gesloten poort, brandt bij geopende poort; knippert langzaam tijdens het openen en snel tijdens het sluiten (fabrieksinstelling) L2 – Actief wanneer de poort gesloten is L3 – Actief wanneer de poort open is L4 – Radio-uitgang 2 L5 – Radio-uitgang 3 L6 – Radio-uitgang 4 L7 – Onderhoudsindicator L8 – Elektrisch slot |
| L5 – Gevoeligheid voor obstakels Een hogere gevoeligheid reageert op minder weerstand. L8 schakelt de obstakeldetectie uit; gebruik deze instelling niet als standaardoplossing voor stroef lopen of als vervanging van veiligheidsvoorzieningen. | L1 – Extreem hoge gevoeligheid L2 – Zeer hoog L3 – Hoog L4 – Gemiddeld L5 – Gemiddeld laag (fabrieksinstelling) L6 – Laag L7 – Zeer laag – zware poorten L8 – Obstakeldetectie uitgeschakeld |
| L6 – Gedeeltelijke opening De doorgang voor voetgangers moet korter zijn dan de aangeleerde totale slag. | L1 – 0,5 m L2 – 1,0 m (fabrieksinstelling) L3 – 1,5 m L4 – 2,0 m L5 – 2,5 m L6 – 3,0 m L7 – 3,4 m L8 – 4,0 m |
| L7 – Onderhoudswaarschuwing Aantal bewegingen tot onderhoud. Openen en sluiten zijn twee bewegingen; één volledige cyclus bestaat uit beide. | L1 – Automatisch op basis van de bewegingsbelasting (fabrieksinstelling) L2 – 2 000 bewegingen L3 – 4 000 bewegingen L4 – 7 000 bewegingen L5 – 10 000 bewegingen L6 – 15 000 bewegingen L7 – 20 000 bewegingen L8 – 30 000 bewegingen |
| L8 – Foutgeschiedenis Weergave van de laatste acht bewegingen; dit is geen instelbare standaardwaarde. | L1 – Meest recente beweging L2 – Op één na meest recente beweging L3 – 3e meest recente beweging L4 – 4e meest recente beweging L5 – 5e meest recente beweging L6 – 6e meest recente beweging L8 – 8e meest recente beweging L8 – 8e meest recente beweging |
Timer en permanent openstaande poort
Een potentiaalvrij P.P.-commando dat langer dan 2 s duurt, opent de poort en houdt deze open zolang het commando actief is, bijvoorbeeld van een tijdschakelaar. Een uitzondering is modus II/L2, waarde L5 ‘Gedeelde toegang 2’. Controleer bij een onverwacht aanhoudend commando de timer of het relais van de module.
Diagnose en probleemoplossing
FLASH kan een fout aangeven met twee gelijke reeksen knippersignalen, gescheiden door een pauze van ongeveer 1 s. Het aantal knippersignalen houdt geen verband met de waarde-LED tijdens het programmeren.
| Knippersignalen | Oorzaak en volgende stap |
|---|---|
| 1 + 1 | BlueBUS komt niet overeen met de aangeleerde apparaten. Controleer de kabels, adressen en status van de fotocellen; voer na de reparatie het inleren opnieuw uit. |
| 2 + 2 | Fotocel geactiveerd. Maak de lichtbundel vrij, reinig de optiek en controleer de uitlijning en het adres in de functietabel. |
| 3 + 3 | Obstakeldetectie of overmatige weerstand. Controleer eerst de mechaniek, controleer daarna de instelling II/L5 en de veilige krachten. |
| 4 + 4 | STOP geactiveerd. Controleer de veiligheidslijst, de contacten en de status van de aangeleerde ingang; STOP-bedrading. |
| 5 + 5 | Fout in interne parameters. Wacht ten minste 30 s en geef een commando; neem bij herhaling contact op met de servicedienst. |
| 6 + 6 | Toegestaan aantal bewegingen overschreden. Laat de aandrijving afkoelen en pas het gebruik aan op basis van het aantal cycli en de belasting. |
| 7 + 7 | Storing in de interne elektrische circuits. Een technicus koppelt alle voedingsbronnen los en herstelt na enige tijd de voeding; neem bij herhaling contact op met de servicedienst. |
| 8 + 8 | Een aanhoudend commando blokkeert verdere opdrachten. Controleer de knop, timer en relais op de ingangen. |
LED op de printplaat
| Signaal | Betekenis / controle |
|---|---|
| BLUEBUS – uit | Geen voeding of storing; controleer de voeding en zekeringen terwijl de voeding is losgekoppeld. |
| BLUEBUS – regelmatig 1 knippersignaal/s | Normale werking. Bij een wijziging van een ingang kan de led kort twee keer knipperen. |
| STOP – brandt | De aangeleerde STOP-ingang is in normale toestand. Uit = ingeschakeld of afwijkende toestand. |
| P.P. / OPEN / CLOSE – brandt | Actief commando op de betreffende ingang. Controleer bij afwezigheid van een commando op een vastzittende knop of relais. |
| L1 en L2 knipperen | Verzoek om apparaten in te leren. |
| L3 en L4 knipperen | Verzoek om het traject in te leren. |
De geschiedenis uitlezen
- Ga naar niveau II: houd SET ongeveer 3 s ingedrukt en laat los bij L1.
- Selecteer de ingangs-led L8. Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt totdat de manoeuvre-led wordt weergegeven.
- Houd SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de laatste manoeuvres L1–L8. Het aantal knippersignalen komt overeen met de fout in de bovenstaande tabel.
- Laat SET los en wacht 10 s.
Als de beveiliging niet werkt
Laat de defecte beveiliging zo snel mogelijk repareren. Tijdelijke beweging is alleen mogelijk onder direct toezicht en wanneer het traject veilig vrij is: geef binnen 3 s na afwijzing van het commando opnieuw een commando en houd dit ingedrukt. Na ongeveer 2 s beweegt de poort zolang u het commando ingedrukt houdt; zodra u loslaat, stopt de poort. Dit is geen automatische werking en geen vervanging voor reparatie. Brug veiligheidsingangen niet permanent door.
Onderhoud en serviceteller
Voer onderhoud minstens elke 6 maanden of 20 000 manoeuvres sinds het laatste onderhoud uit, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Eén opening en één sluiting tellen als twee manoeuvres. Controleer vaker bij zware omstandigheden.
- Koppel alle voedingsbronnen los, inclusief eventuele back-upvoeding.
- Controleer de stevigheid van de bevestigingen, corrosie en slijtage van het wiel, de tandheugel en de poortgeleiding; verwijder vuil van de rail en de optiek van de fotocellen.
- Herhaal na het herstellen van de voeding de test van de eindposities, fotocellen, veiligheidslijsten en veilige krachten.
- Registreer het onderhoud na afloop en reset de serviceteller.
| Tellerstand | Onderhoudssignalering |
|---|---|
| Minder dan 80% van de ingestelde limiet | FLASH werkt normaal; de onderhoudsuitgang brandt 2 s bij het begin van het openen. |
| 81–100% | FLASH blijft aan het begin 2 s branden; de onderhoudsindicator knippert tijdens de beweging. |
| Meer dan 100% | FLASH brandt 2 s aan het begin én aan het einde; de onderhoudsindicator knippert continu. |
De serviceteller uitlezen en resetten
Stel de limiet in via II/L7. Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt om de teller uit te lezen, selecteer L7 en houd SET nogmaals ongeveer 3 s ingedrukt. Druk kort op OPEN/CLOSE terwijl u SET ingedrukt houdt en tel de knippersignalen: één knippersignaal staat voor 10% van de ingestelde limiet. Laat daarna SET los.
Resetten na onderhoud: selecteer L7, houd SET ingedrukt en druk minstens 5 s tegelijkertijd op OPEN + CLOSE. Laat de knoppen los zodra het snelle knipperen de reset bevestigt. Wacht 10 s totdat de procedure is voltooid. Dit is uitsluitend een onderhoudsteller; hiermee worden geen zenders gewist en dit vervangt het inleren van apparaten of het traject niet.
Opnieuw inleren en geheugen van de ontvanger
Herhaal na wijziging van de bedrading het betreffende inleren. Wis het radiogeheugen volgens de instructies voor de betreffende ontvanger. Gebruik de procedure voor het resetten van de serviceteller niet als universele reset van de besturingseenheid.
Handmatige ontgrendeling
Ontgrendel de poort alleen wanneer deze stilstaat. Koppel de voeding los en beveilig het poortblad tegen ongewenste beweging. Na ontgrendeling moet u het volledige gewicht ervan bedienen.
- Schuif de afdekking van het slot weg.
- Steek de sleutel in het slot en draai deze rechtsom.
- Trek de ontgrendelingshendel uit en schuif de poort met de hand.
- Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om de poort weer te vergrendelen. Controleer vóór elektrische bediening of de tandwielkast weer aangrijpt.
Technische gegevens NICE RUN2500I
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Toepassing | Eén schuifpoortblad |
| Besturing | RUA2 + RUA3-inverter |
| Netvoeding | 230 V AC / 50–60 Hz; raadpleeg het typeplaatje van de betreffende aandrijving |
| Motor | Driefasige motor, gevoed door een inverter |
| Max. gewicht / lengte van het poortblad | 2 500 kg / 18 m |
| Eindschakelaar | Elektromechanisch |
| Catalogussnelheid onbelast | 0,26 m/s; instelling L4 = 0,17 m/s, instelbereik 0,06–0,25 m/s |
| Nominale snelheid | 0,15 m/s bij L4 |
| Max. kracht / koppel | 1 660 N / 60 Nm |
| Nominale kracht / koppel | 700 N / 25 Nm |
| Nominaal opgenomen vermogen / stroom | 450 W / 2,6 A |
| Piekvermogen / piekstroom | 650 W / 3,7 A |
| Cataloguswaarde aantal cycli | 56 cycli/u |
| Operationele cycli-limiet | Volgens de tabellen voor lengte en gewicht; het catalogusgetal is geen universele limiet. |
| Continu bedrijf onder nominale omstandigheden | 45 min; bij 50 °C maximaal 20 min |
| Tandwiel | 18 tanden, module 4 |
| Hulpvoeding | 24 V DC, −30% / +50%, max. 100 mA totaal |
| S.C.A. | 24 V DC, max. 4 W |
| BlueBUS | Max. 15 belastingseenheden |
| Beschermingsgraad / temperatuur | IP44 / −20 tot +50 °C |
| Gewicht van de motor | 25 kg |
| Afmetingen | 400 × 255 × 390 mm (catalogus); raadpleeg de tekening hieronder voor de montageafmetingen. |
Cataloguswaarden en waarden bij piek- of nominale belasting beschrijven verschillende bedrijfsomstandigheden; gebruik voor het ontwerp van de voedingsaansluiting het typeplaatje en de piekbelasting. De afmetingen op de oorspronkelijke montagetekening zijn in mm. De tekening behoudt de afmetingen, inclusief de positie van het tandwiel.
Hoe kan ik dit artikel bestellen?
Kies de manier die u het beste uitkomt:
- bestellen via de webshop: gebruik de koopknop om het artikel in uw winkelwagen te plaatsen (u vindt de koopknop hier in de tabel met productvarianten).
- bestellen per e-mail: bestel via [email protected]












