NICE RUN1200 HS - snelle aandrijving voor schuifpoorten (A)
NIEUW| Beschikbaarheid van het product: | Op voorraad | We verzenden producten standaard binnen 24 uur. |
|---|
op voorraad
€ 1.045,70 incl. btw
| Gewicht |
|---|
| 13 kg |
Beschrijving van het product NICE RUN1200 HS - snelle aandrijving voor schuifpoorten (A)
NICE RUN1200HS is snel niet-zelfremmend elektromechanische aandrijving voor een schuifpoort tot 1.200 kg. Heeft een 24 V DC-motor, ingebouwde besturing RUA6 en een elektromechanische eindschakelaar. De complete aandrijving wordt aangesloten op het 230 V ACnet; de motorspanning en de voedingsspanning van de installatie zijn verschillende gegevens.
De onbelaste snelheid bedraagt ongeveer 0,37 m/s (22 m/min). De doorgang van 7 m duurt naar schatting 18–19 s; de daadwerkelijke opening duurt langer door het aanlopen, afremmen en de belasting. Deze aandrijving is geschikt wanneer een snelle doorgang belangrijk is en tegelijk aan de veiligheidseisen wordt voldaan. Gebruik voor de planning van het gebruik de limieten op basis van lengte en gewicht, niet één vast aantal cycli voor elke poort.
Het betreft een afzonderlijke aandrijving voor één schuifpoortvleugel. Bij stroomuitval kan de aandrijving met een sleutel worden ontgrendeld. Kies de ontvanger, zender en veiligheidsaccessoires op basis van de gewenste uitrusting; complete uitvoeringen vindt u in het overzicht van de sets.
| Snel navigeren | |
|---|---|
| Keuze en limieten | Accessoires |
| Sets | Montage |
| Aansluiting | Fotocellen |
| Eerste ingebruikname | Programmering |
| Diagnose | Onderhoud |
| Ontgrendeling | Specificaties |
| PDF-handleiding |
Compatibele accessoires
| Wat | Waarom | Type |
|---|---|---|
| Zwaailampen | Waarschuwt wanneer de poort in beweging is. Kies een geschikte uitvoering voor FLASH en een antenne die past bij de frequentie van de ontvanger. Aansluiting van FLASH. | |
| Fotocellen | Beveiligen de doorgang op basis van hun adres; BlueBUS heeft twee niet-gepolariseerde draden. Aansluiting en adressen. | |
| Draadloze fotocellen | Voor EPMOW is de interface IBW vereist. De FT210B heeft een zender op batterijen en een ontvanger die op BlueBUS wordt aangesloten; hij kan ook het signaal van een beweegbare veiligheidslijst doorgeven. | |
| Radio-ontvangers | Installeer de SM-insteekontvanger alleen wanneer de voeding is uitgeschakeld. De codering en frequentie van de zender moeten overeenkomen met de gekozen ontvanger. | |
| Zenders | Bediening van de poort; voor het grote bereik van de ON3ELR is een LR-ontvanger vereist. Voor tweerichtingsfuncties is een geschikte ontvanger vereist. Koppelen. | |
| Antenne | Voor een groter bereik. Sluit de coaxkabel aan op de antenne-ingang; de frequentie moet overeenkomen met die van de ontvanger. | |
| Sleutelschakelaars / toetsenborden / lezers | Potentiaalvrije contacten van de sleutelschakelaar bedienen P.P./OPEN/CLOSE. BlueBUS-toetsenborden en -lezers worden als apparaten ingeleerd; draadloze modellen worden gekoppeld aan de ontvanger. | |
| Wi-Fi / GSM-bediening | De universele module bedient P.P. via een geïsoleerd potentiaalvrij contact COM–NO; kies de voeding afzonderlijk op basis van de spanning en de maximale stroomafname. BiDi-WiFi is niet compatibel met RUA6. | |
| Tandheugels | Module 4; kies het materiaal, de bevestiging en het draagvermogen op basis van de volledige poortvleugel. Een nylon tandheugel is niet automatisch geschikt voor elke zware poort. Montage van de tandheugel. | |
| Noodstroomvoorziening | RUA6 gebruikt een aparte lader en twee bijpassende 12 V-accu's. Keuze van de noodstroomvoorziening. |
Bij een bestaande installatie kunnen oudere onderdelen blijven functioneren LUCYB, MLBT, ELB, MOFB, MOSE, MOTXR, SMXI. Controleer bij vervanging de spanning, interface en codering; compatibiliteit van een oud onderdeel betekent niet dat het nog in productie is. Kies nieuwe apparatuur uit de hierboven genoemde geschikte alternatieven.
Sets en losse aandrijving
De sets verschillen in meegeleverde uitrusting, niet in de limiet van de motor. Elke set bevat één aandrijving; de lengte van de tandheugel moet worden afgestemd op de volledige poortbaan.
| Set met fotocellen en zwaailamp | Losse aandrijving | Set met tandheugel |
|---|---|---|
| NICE RUN1200HS – set D Aandrijving, ontvanger OXIBD, zender MYGO4, paar EPMB en een zwaailamp ELDC. | NICE RUN1200HS – losse aandrijving Besturing RUA6 in de aandrijving. Ontvanger, zender, fotocellen, zwaailamp en tandheugel selecteert u afzonderlijk. | NICE RUN1200HS – set F Aandrijving, ontvanger OXIBD, zender MYGO4, paar EPMB en een zwaailamp ELDC. |
| Andere variant | Extra uitrusting voor de aandrijving |
|---|---|
| Set B | OXIBD + MYGO4 |
| Set C | OXIBD + MYGO4 + paar EPMB |
| Set E | Uitrusting C + 4 m LZ-1 |
Kies bij een set met 4 m tandheugel en een langere poort de benodigde extra lengte bij; controleer ook of de tandheugel geschikt is voor het gewicht en de gebruiksintensiteit. De inhoud van elke set staat vermeld op de bijbehorende productpagina.
Meer modellen om te vergelijken vindt u in de categorie snelle NICE Hi-Speed-aandrijvingen. Elk model heeft eigen limieten en uitrusting.
Keuze van de aandrijving en gebruikslimieten
Het gewicht en de lengte van het volledige bewegende poortblad, inclusief de vulling en het contragewicht, zijn bepalend, niet alleen de doorgangsbreedte. De poort moet over de volledige baan soepel bewegen, goed geleid worden en voorzien zijn van stevige mechanische eindaanslagen. Meet de weerstand bij het opstarten en tijdens het bewegen, en houd rekening met verslechterende omstandigheden in de winter.
| Parameter | Limiet per aandrijving |
|---|---|
| Gewicht van het poortblad | 1 200 kg |
| Lengte van het poortblad | 14 m |
| Eindschakelaar | Elektromechanisch – beugels op de tandheugel bedienen de hefboom |
Dat beide uiterste waarden binnen de limieten vallen, betekent niet automatisch dat de poort geschikt is. Controleer ook de som van de belastingsindexen en de volgende cycluslimieten. Een hogere snelheid verhoogt het toegestane gewicht niet en neemt de veiligheidseisen niet weg.
Aantal cycli op basis van lengte en gewicht
Eén cyclus is een volledige opening en sluiting. Vermenigvuldig het aantal cycli per uur en achtereenvolgens uit de rij voor de lengte met de gewichtsfactor. Rond naar beneden af voor de planning. Temperatuur en mechanische weerstand kunnen de uitkomst verder verlagen.
| Lengte van het poortblad | Max. cycli/uur | Max. cycli achter elkaar |
|---|---|---|
| Tot 4 m | 36 | 21 |
| Meer dan 4 tot 6 m | 26 | 15 |
| Meer dan 6 tot 8 m | 23 | 12 |
| Meer dan 8 tot 10 m | 17 | 10 |
| Meer dan 10 tot 12 m | 14 | 8 |
| Meer dan 12 tot 14 m | 13 | 7 |
| Gewicht van het poortblad | Factor voor beschikbare cycli |
|---|---|
| 50–100 kg | 100 % |
| Meer dan 100 tot 200 kg | 80 % |
| Meer dan 200 tot 400 kg | 75 % |
| Meer dan 400 tot 550 kg | 60 % |
| Meer dan 550 tot 800 kg | 50 % |
| Meer dan 800 tot 1 000 kg | 40 % |
| Meer dan 1 000 tot 1 200 kg | 30 % |
Voorbeeld: poortblad 7 m / 900 kg → 23 × 0,40 en 12 × 0,40. Plan maximaal 9 cycli/uur en 4 cycli achter elkaar, vóór toepassing van verdere beperkingen. De vermelding van 60 cycli/uur is geen gebruikslimiet voor elke willekeurige poort; de tabellen en omstandigheden van de specifieke installatie zijn bepalend.
Indicatieve levensduur
Tel de indexen voor gewicht, lengte en andere relevante factoren bij elkaar op. Neem overige factoren mee als de kans dat ze optreden groter is dan 10 %. De grafiek toont het indicatieve aantal cycli bij regelmatig onderhoud, geen garantie en geen aantal jaren. De horizontale as toont de som van de indexen in %, de verticale as het aantal cycli.
Bij een totaal boven 100 % vallen de omstandigheden buiten de aanvaardbare grenzen. Kies de aandrijving op basis van de volledige poort en het gebruik; alleen voldoen aan het opgegeven gewicht garandeert niet dat de aandrijving geschikt is.
Als u uw keuze wilt laten controleren, neem dan contact met ons op en geef de lengte, het gewicht en het verwachte aantal cycli van de poort door.
Montage van de schuifpoort en aandrijving
Ontgrendel vóór de montage de aandrijving en controleer of de poort soepel met de hand beweegt, stabiel wordt geleid, tegen uitlichten is beveiligd en in beide eindposities stevige aanslagen heeft. De poort mag niet vanzelf bewegen. Bescherm de aandrijving tegen overstroming; de ondergrond moet stevig zijn en veilig ontgrendelen mogelijk maken.
- Leg kabelbeschermbuizen aan en plaats de funderingsplaat met vier ankers. Laat de schroefdraden boven de plaat maximaal 40 mm.
- Lijn de plaat uit volgens de oorspronkelijke tekening, parallel aan het poortblad. Laat het beton volledig uitharden.
- Bevestig de motor met moeren en ringen, stel de positie ten opzichte van de tandlat af en draai de bevestiging na het afstellen stevig vast.
- Zet de kabels vast zodat ze niet kunnen worden uitgetrokken of in contact komen met bewegende delen. Plaats alle afdichtingen van de kabelwartels en de behuizing terug.
Tandlat en speling bij het rondsel
Gebruik de bijpassende tandlat met module 4; stem de materiaalkeuze en het draagvermogen af op de poort. Het gewicht van het poortblad mag niet op het rondsel rusten. Houd tussen de tandlat en het rondsel een speling van 1–2 mm over de volledige lengte.
Lijn de tandlatdelen uit met het rondsel; zijwaartse afwijkingen tijdens handmatig bewegen mogen maximaal 5 mm bedragen. Controleer of de verbindingen soepel lopen en elk deel goed is bevestigd. Gebruik geen krachtigere motor om een verkeerd gemonteerde tandlat te compenseren.
Elektromechanische eindschakelaars
- Schuif het poortblad met de hand naar de open positie, minimaal 2–3 cm vóór de vaste aanslag.
- Schuif de beugel over de tandlat in de openingsrichting totdat de eindschakelaar wordt geactiveerd. Schuif hem in dezelfde richting nog minimaal 2 cm verder en zet hem vast.
- Stel de beugel voor de gesloten positie op dezelfde manier af.
- Vergrendel de aandrijving, laat de bewegingsweg inleren en controleer of de poort vóór beide vaste aanslagen stopt. De beugels van de eindschakelaars vervangen de mechanische aanslagen niet.
Bekabeling
| Aansluiting | Doorsnede / type | Max. lengte |
|---|---|---|
| Netvoeding 230 V | 3 × 1,5 mm² | 30 m |
| FLASH | 2 × 0,5 mm² | 20 m |
| Antenne | Coaxiaal RG58 | 20 m; aanbevolen minder dan 5 m |
| BlueBUS | 2 × 0,5 mm² | 30 m |
| Sleutelschakelaar | 2 kabels van 2 × 0,5 mm² of 4 × 0,5 mm² | 50 m |
| Aansluiting van de veiligheidslijst | 2 × 0,5 mm² | 30 m; een beweegbare kabelgeleiding of FT210B is geschikt |
Kies bij een netvoedingskabel langer dan 30 m een grotere doorsnede, bijvoorbeeld 3 × 2,5 mm², en zorg voor een geschikte beschermingsaarding. Voor BlueBUS-kabels langer dan 30 m en tot 50 m is 2 × 1 mm² vereist. Een elektricien moet de kabeldoorsneden en beveiligingen beoordelen op basis van het tracé, de omgeving en het spanningsverlies; signaalkabels zijn geen vervanging voor netvoedingskabels.
Elektrische aansluiting en besturingseenheid RUA6
Laat de elektrische aansluiting uitvoeren door een vakbekwaam persoon. Koppel vóór het openen en wijzigen van de klemmen de netvoeding en back-upaccu's los en controleer of de installatie spanningsvrij is. De netvoeding, motor en uitgangen voor accessoires hebben verschillende functies en spanningen.
230 V AC-netvoeding
| Klem | Aansluiting |
|---|---|
| L | Fasedraad |
| N | Nuldraad |
| PE / aardingssymbool | Groen-gele beschermingsdraad; een aandrijving van klasse I moet geaard zijn |
Voer de netvoedingskabel door een aparte, kleinere kabelwartel. Zet de accessoirekabels vast in de grotere kabelwartel; laat binnen ongeveer 20–30 cm reserve over. De membranen moeten de kabels nauw omsluiten en de bekabeling mag de behuizing niet hinderen.
Oriëntatie en functies van de klemmen
| Klem | Functie, spanning en polariteit |
|---|---|
| FLASH | Uitgang voor waarschuwingslamp, belasting volgens het aansluitschema: 12 V / 21 W per lamp, maximaal twee lampen. ELDC of WLT sluit ze aan volgens hun handleiding; dit is geen permanente voedingsbron. Volg bij een gepolariseerde waarschuwingslamp de markeringen op de klemmen en de FLASH-uitgang. De volgorde van de +/−-aansluitingen van de 24 V-hulpvoeding is niet van toepassing op FLASH. |
| S.C.A. | Uitgang van de indicator 24 V DC, max. 4 W, tolerantie −30 % / +50 %. Functie volgens II/L4. Controleer bij een gepolariseerd apparaat de aanduiding van de daadwerkelijke uitgang; de +/−-aansluiting voor de hulpvoeding wordt hier niet op aangesloten. |
| BLUEBUS | Voeding en communicatie voor compatibele apparaten, parallel via twee draden zonder polariteit. Limiet van 15 BlueBUS-belastingseenheden, niet 15 paar fotocellen. |
| STOP | Potentiaalvrije NO-, NC- of 8,2 kΩ-weerstandsapparaten. Een wijziging van de aangeleerde status wordt door de besturing geïnterpreteerd als een stop met een korte terugloop. Geen voedingsaansluiting +/−. |
| P.P. / STEP-BY-STEP | Potentiaalvrij NO-contact voor stapbediening. Sluit het relais van het accessoire COM–NO aan op beide P.P.-klemmen; polariteit maakt niet uit. De voeding van de module is een afzonderlijk paar. |
| OPEN | Potentiaalvrij NO-contact om te openen; polariteit maakt niet uit. |
| CLOSE | Potentiaalvrij NO-contact om te sluiten; bij I/L7 ON activeert het gedeeltelijk openen. Polariteit maakt niet uit. |
| ANTENNA / AERIAL | Sluit de middenader en de afscherming van de coaxkabel aan volgens de aanduiding van de antenne-ingang. Dit zijn geen voedingsaansluitingen +/−; kies de juiste frequentie. |
Hulpvoeding – exacte polariteit
Voor de externe module kan 24 V DC, −30 % / +50 %, maximaal 100 mA in totaal. De module moet geschikt zijn voor een bereik van ongeveer 16,8–36 V. De hieronder aangegeven posities gelden bij dezelfde oriëntatie van de STOP- en P.P.-connectoren als op de oorspronkelijke afbeelding.
| Voeding / commando | Klem RUA6 | Aansluiting van de module |
|---|---|---|
| Min − | Rechter STOP-klem | − / GND |
| Plus + | Linker P.P.-klem | + / V+ |
| Stapbedieningscommando | Beide P.P.-klemmen | Geïsoleerd potentiaalvrij COM–NO-contact |
Gebruik een afzonderlijke voeding bij een hoger stroomverbruik, een ongeschikt spanningsbereik of een stroompiek. Sluit op P.P. uitsluitend een geïsoleerd potentiaalvrij commando aan. Gebruik BlueBUS of FLASH niet als hulpvoeding.
EKS-sleutelschakelaar
Op de EKS gebruikt u één paar C–NO op beide OPEN-klemmen en het tweede paar C–NO op beide CLOSE-klemmen. Gebruik de NC-contacten niet voor deze commando's. Sluit bij bediening met één stapcontact C–NO aan op beide P.P.-klemmen. Dit zijn potentiaalvrije contacten zonder polariteit; sluit geen 230 V of externe 24 V aan op de commando-ingangen.
Veiligheidslijsten en STOP
Sluit NO-contacten parallel aan en NC-contacten in serie. Twee weerstandsapparaten van 8,2 kΩ kunnen parallel worden aangesloten; voor meer apparaten is de voorgeschreven cascadeschakeling met eindweerstand vereist. Bij een combinatie van NO en NC wordt de NC-tak gebruikt met een weerstand van 8,2 kΩ, volgens het betreffende aansluitschema. Voer na elke wijziging het inleren en de veiligheidstest opnieuw uit; vervang de veiligheidslijst niet door een gewone doorverbinding.
BlueBUS-fotocellen en adressering
Sluit de EPMB en andere compatibele BlueBUS-fotocellen aan parallel aan op het BLUEBUS-paar, zonder polariteit. TX en RX van één paar moeten dezelfde jumpers hebben. Geef het volgende paar een ander ondersteund adres. Herhaal na het toevoegen, verwijderen of wijzigen van een adres altijd het inleren van de apparaten.
| Adres | Plaatsing en reactie |
|---|---|
| FOTO | Buitenpaar op ongeveer 50 cm boven het terrein; keert de beweging om bij het sluiten. |
| FOTO II | Buitenpaar op ongeveer 100 cm boven het terrein; keert de beweging om bij het sluiten. |
| FOTO 1 | Binnenpaar op ongeveer 50 cm; keert de beweging om bij het sluiten. |
| FOTO 1 II | Binnenpaar op ongeveer 100 cm; keert de beweging om bij het sluiten. |
| FOTO 2 | Buitenpaar voor bescherming tijdens het openen. |
| FOTO 2 II | Binnenpaar voor bescherming tijdens het openen. |
| FOTO 3 | Eén paar voor bescherming tijdens zowel openen als sluiten; plaats het zo dat interferentie met de andere paren wordt voorkomen. |
De specifieke jumperinstellingen vindt u bij de EPMB-fotocellen – jumperinstellingentabel. Kies de beschermingsfunctie op basis van de risicovolle zones van de daadwerkelijke poort; de hoogte alleen bepaalt de veiligheid niet. Voor de EPMOW is een IBW-interface. Bij de FT210B wordt de zender op batterijen gevoed en wordt de ontvanger op BlueBUS aangesloten.
Speciale modus 2 – BlueBUS wordt omgezet naar 12 V
Modus 2 is een alternatieve aansluiting voor standaardfotocellen, geen instelling voor BlueBUS-fotocellen. Houd voor activering OPEN + SET langer dan 8 s ingedrukt. Laat pas los wanneer L1/L2 zeer snel knipperen, wacht tot de herkenning is voltooid en controleer of de STOP-led brandt. BlueBUS wordt een AUX-uitgang 12 V DC / max. 6 W; OPEN en CLOSE krijgen de functies PHOTO en PHOTO 2. BlueBUS-apparaten mogen dan niet op dit paar worden aangesloten.
| Uitgang in modus 2 | Polariteit ten opzichte van de oorspronkelijke afbeelding |
|---|---|
| Voormalig BLUEBUS-paar – AUX 12 V DC | Links +, rechts −; op het accessoire + op + en − op − |
Kies de modus vóór het aansluiten en volg de volledige procedure ervan in de montagehandleiding. Deze aanduiding +/− geldt niet voor de standaardmodus BlueBUS, waarin compatibele fotocellen zonder polariteit worden aangesloten.
Eerste ingebruikname en inleren
Controleer de bevestiging, aanslagen, openingsrichtingen en alle klemmen. Laat het hekblad ongeveer halverwege de rail staan en vergrendel de aandrijving. Na het inschakelen moet BLUEBUS ongeveer één keer per seconde knipperen; de fotocellen moeten de normale status aangeven. Koppel bij een storing eerst de voeding los en verhelp de oorzaak.
De openingsrichting instellen
Stel bij losgekoppelde voeding de richtingsschakelaar in op basis van de positie van de aandrijving en de bewegingsrichting van het hekblad. In dezelfde oriëntatie als op de afbeelding: opening naar links = schakelaar links, opening naar rechts = schakelaar rechts. Controleer na het inschakelen of de eerste beweging tijdens het inleren openen is.
| Opening naar links | Opening naar rechts |
|---|---|
![]() | ![]() |
Apparaten en STOP-ingang herkennen
- Houd tegelijkertijd OPEN + STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- Laat los zodra L1 en L2 snel knipperen.
- Wacht tot het proces is voltooid. L1/L2 stoppen met knipperen om aan te geven dat het inleren is aangevraagd en de STOP-led moet branden. L3/L4 kunnen nog steeds aangeven dat het inleren van de slag nodig is.
- Herhaal de procedure na een wijziging aan BlueBUS of STOP en test elke beveiliging afzonderlijk.
Slag inleren
- Houd na succesvolle herkenning van de apparaten CLOSE + STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
- Laat los zodra de beweging begint. De eerste beweging moet openen zijn.
- Als het hek sluit, stop het dan met STOP, koppel de voeding los en corrigeer de instelling van de bewegingsrichting. Herhaal daarna het inleren.
- Laat het hek volledig openen tot aan de eindschakelaar en daarna volledig sluiten. Er mogen zich geen personen of obstakels in het bewegingspad bevinden.
- Controleer beide eindposities, de gedeeltelijke opening, de vertraging en enkele volledige cycli.
Bij de standaardprocedure begint de vertraging ongeveer 50–70 cm vóór het einde. Als alternatief stelt inleren met CLOSE + SET langer dan 8 s de vertraging in op ongeveer 10 cm en de snelheid op zeer hoog. Laat de knoppen na 8 s los zodra L3/L4 zeer snel knipperen en laat het inleren van de slag voltooien; dit is geen standaardprocedure voor elk hek. Alleen een technicus mag dit gebruiken, en alleen bij geschikte mechanica, gecontroleerde veiligheid en meting van de krachten achteraf. Verwar dit niet met modus 2 voor apparaatherkenning.
Testen en opleveren
De technicus controleert het openen en sluiten, het stoppen vóór de aanslagen, de accessoires en de beveiliging van alle gevaarlijke zones. Fotocellen en veiligheidslijsten worden afzonderlijk getest, in beide richtingen en volgens hun functie. Als de beveiliging op krachtbegrenzing berust, moeten de botskrachten worden gemeten; herhaal de test na wijzigingen aan snelheid, kracht, gevoeligheid of aanloop. De gebruiker moet de sleutels krijgen en uitleg over de handmatige ontgrendeling, veilig gebruik en onderhoud.
Twee aandrijvingen – Master/Slave
Bij twee tegenover elkaar bewegende schuifhekbladen heeft elke motor een eigen netvoeding. Gebruik twee bij elkaar passende aandrijvingen en de juiste besturingsprocedure; twee motoren verhogen de limiet voor één hekblad niet. Sluit BlueBUS aan volgens de volgorde 1 Master → 1 Slave en 2 Master → 2 Slave met de stekkers in dezelfde oriëntatie, volgens het oorspronkelijke schema in de montagehandleiding in PDF. De cijfers 1/2 geven posities aan, geen voedingspolen +/−.
- Stel bij losgekoppelde voeding de bewegingsrichtingen van beide hekbladen in en sluit ze aan volgens het Master/Slave-schema.
- Sluit de gezamenlijke bedieningselementen en ontvanger aan op de Master. Stel op de tweede aandrijving I/L8 = ON.
- Herken eerst de apparaten op de Slave en daarna op de Master.
- Start het inleren van de slag op de Master en controleer de beweging van beide hekbladen en alle beveiligingen.
Op de Slave kunnen FLASH, S.C.A., STOP en P.P. afzonderlijk worden aangesloten. P.P. op de Slave opent alleen het hekblad van die aandrijving volledig; OPEN/CLOSE worden niet gebruikt op de Slave. Beoordeel de veiligheidsinstellingen en diagnose ook voor de tweede aandrijving.
Ontvanger en afstandsbediening
Plaats de ontvanger bij losgekoppelde voeding in de SM-aansluiting. De procedure voor het koppelen en wissen van het geheugen hangt af van de ontvanger OXIBD, OXI of OXILR; gebruik de knop ervan, de LED-bevestigingen en de handleiding voor het koppelen van NICE-afstandsbedieningen. Het inleren van de hekbeweging is niet hetzelfde als het koppelen van een zender of het wissen van het radiogeheugen.
RUA6 programmeren
Met OPEN ▲ en CLOSE ▼ wijzigt u de selectie; STOP/SET stopt en bevestigt de instellingen. De printplaat heeft leds L1–L8. Het hek moet stilstaan tijdens het instellen. Noteer de oorspronkelijke waarden voordat u wijzigingen aanbrengt; veiligheidsinstellingen mogen alleen door een technicus worden aangepast, gevolgd door een test.
Niveau I – ON/OFF
- Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 begint te knipperen, ongeveer 3 s; laat de knop los.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de led van de functie.
- Schakel de status om met een korte druk op SET: kort knipperen = OFF, lang knipperen = ON.
- Wacht 10 s zonder op knoppen te drukken om af te sluiten. De wijzigingen worden opgeslagen.
| Led – functie en betekenis | Status |
|---|---|
| L1 – Automatisch sluiten ON: na het openen sluit het hek na de pauze ingesteld bij II/L1; fabrieksinstelling: 30 s. OFF: wacht op een commando. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L2 – Sluiten na fotocel Na het vrijgeven van de fotocel sluit het hek na 5 s. Met I/L1 OFF wordt het hek eerst volledig geopend; met I/L1 ON stopt het openen zodra de fotocel wordt vrijgegeven. Het STOP-commando annuleert de functie voor de betreffende beweging. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L3 – Altijd sluiten Na terugkeer van de voeding sluit het een geopend hek; vóór de beweging klinkt gedurende 5 s een waarschuwing. Bij OFF blijft het hek stilstaan. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L4 – Stand-by Een minuut nadat de beweging is beëindigd, worden BlueBUS en de leds uitgeschakeld, behalve BLUEBUS, dat langzaam blijft knipperen; een commando wekt de besturing weer. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L5 – Piekvermogen ON schakelt de geleidelijke aanloop uit en gebruikt piekkracht. Dit vervangt geen herstel van verhoogde wrijving; meet na de wijziging de veilige krachten. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L6 – Voorwaarschuwing ON: waarschuwing 3 s vóór de beweging. OFF: het zwaailicht begint te werken zodra de beweging start. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L7 – CLOSE = gedeeltelijke opening ON wijzigt zowel het commando via de klemmen als het radiocommando CLOSE in een gedeeltelijke opening volgens II/L6. OFF laat de sluiting ongemoeid. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
| L8 – Slave ON alleen op de slave-aandrijving bij Master/Slave. OFF is Master. | OFF – fabrieksinstelling ON – ingeschakeld |
Buiten de programmeermodus brandt de functielamp bij ON en is deze uit bij OFF. Het knipperen van L1/L2 of L3/L4 kan betekenen dat de inleerprocedure nodig is; zie leddiagnose.
Niveau II – waarden
- Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt; laat los zodra L1 knippert.
- Selecteer met OPEN/CLOSE de ingangs-led van de parameter.
- Druk SET opnieuw in en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 3 s gaat de led van de huidige waarde branden.
- Selecteer met SET nog steeds ingedrukt de waarde met de knoppen OPEN/CLOSE; laat daarna SET los.
- Stel de volgende parameter op dezelfde manier in; wacht 10 s zonder op een knop te drukken om op te slaan en af te sluiten.
| Ingangs-led – naam en beschrijving | Instellings-led – waarde |
|---|---|
| L1 – Pauzeduur Geldt wanneer I/L1 is ingeschakeld. | L1 – 5 s L2 – 15 s L3 – 30 s (fabrieksinstelling) L4 – 45 s L5 – 60 s L6 – 80 s L7 – 120 s L8 – 180 s |
| L2 – Stapsgewijze bediening Sequentie van P.P. en het bijbehorende radiosignaal. | L1 – Openen → stop → sluiten → stop L2 – Openen → stop → sluiten → openen (fabrieksinstelling) L3 – Openen → sluiten → openen → sluiten L4 – Gezamenlijke doorgang: een volgend commando tijdens het openen wordt genegeerd; tijdens het sluiten wordt de poort opnieuw geopend L5 – Gezamenlijke doorgang 2: zoals L4; een commando langer dan 2 s stopt de poort L6 – Stapsgewijze bediening 2: een commando korter dan 2 s opent de poort gedeeltelijk L7 – Hold-to-run: beweging zolang het commando wordt ingedrukt L8 – Halfautomatisch openen, sluiten zolang het commando wordt ingedrukt |
| L3 – Motorsnelheid Controleer na een wijziging het stoppen, de vertraging en de veilige krachten. Kies de snelheid op basis van de poort; de maximale snelheid onbelast is geen gegarandeerde snelheid onder belasting. | L1 – Zeer langzaam L2 – Langzaam L3 – Gemiddeld L4 – Snel (fabrieksinstelling) L5 – Zeer snel L6 – Extreem snel L7 – Snel openen, langzaam sluiten L8 – Extreem snel openen, snel sluiten |
| L4 – S.C.A.-uitgang Functie van de uitgang 24 V DC / max. 4 W. Radio-uitgangen zijn afhankelijk van de ontvanger. | L1 – Openingsindicator: uit wanneer de poort gesloten is, brandt wanneer deze open is; knippert langzaam tijdens het openen en snel tijdens het sluiten (fabrieksinstelling) L2 – Actief wanneer de poort gesloten is L3 – Actief wanneer de poort open is L4 – Radio-uitgang 2 L5 – Radio-uitgang 3 L6 – Radio-uitgang 4 L7 – Onderhoudsindicator L8 – Elektrisch slot |
| L5 – Motorkracht Een hogere krachtinstelling vervangt niet het verhelpen van mechanische weerstand. De besturing houdt ook rekening met lage temperaturen; meet na een wijziging de stootkrachten. | L1 – Zeer licht – laagste niveau L2 – Heel licht L3 – Licht L4 – Gemiddeld L5 – Middelzwaar (fabrieksinstelling) L6 – Zwaar L7 – Zeer zwaar L8 – Zwaarste – hoogste niveau |
| L6 – Gedeeltelijke opening De voetgangersdoorgang moet kleiner zijn dan de ingeleerde totale slag. | L1 – 0,5 m L2 – 1,0 m (fabrieksinstelling) L3 – 1,5 m L4 – 2,0 m L5 – 2,5 m L6 – 3,0 m L7 – 3,4 m L8 – 4,0 m |
| L7 – Onderhoudswaarschuwing Aantal bewegingen tot onderhoud. Openen en sluiten zijn twee bewegingen; één volledige cyclus bestaat uit beide. | L1 – Automatisch op basis van de zwaarte van de beweging (fabrieksinstelling) L2 – 1 000 bewegingen L3 – 2 000 bewegingen L4 – 4 000 bewegingen L5 – 7 000 bewegingen L6 – 10 000 bewegingen L7 – 15 000 bewegingen L8 – 20 000 bewegingen |
| L8 – Foutgeschiedenis Weergave van de laatste acht bewegingen; dit is geen instelbare standaardwaarde. | L1 – Meest recente beweging L2 – Op één na meest recente beweging L3 – 3e meest recente beweging L4 – 4e meest recente beweging L5 – 5e meest recente beweging L6 – 6e meest recente beweging L7 – 7e meest recente beweging L8 – 8e meest recente beweging |
Tijdschakelaar en poort permanent open
Een potentiaalvrij P.P.-commando dat langer dan 2 s duurt, opent de poort en houdt deze open zolang het commando actief is, bijvoorbeeld via een tijdschakelaar. Uitzondering: modus II/L2, waarde L5 ‘Gezamenlijke doorgang 2’. Controleer bij een onverwacht permanent commando de tijdschakelaar of het modulerelais.
Diagnose en probleemoplossing
FLASH kan een fout melden met twee identieke reeksen knippersignalen, gescheiden door een pauze van ongeveer 1 s. Het aantal knippersignalen houdt geen verband met de waardelamp tijdens het programmeren.
| Knippersignalen | Oorzaak en volgende stap |
|---|---|
| 1 + 1 | BlueBUS komt niet overeen met de ingeleerde apparaten. Controleer de kabels, adressen en status van de fotocellen; voer na herstel de inleerprocedure opnieuw uit. |
| 2 + 2 | Fotocel geactiveerd. Maak de lichtstraal vrij, reinig de optiek en controleer de uitlijning en het adres in de functietabel. |
| 3 + 3 | Detectie van een obstakel of te hoge weerstand. Controleer eerst de mechanica, en daarna de instellingen II/L5 en de veilige krachten. |
| 4 + 4 | STOP-ingreep. Controleer de rand, de contacten en de status van de aangeleerde ingang; STOP-bedrading. |
| 5 + 5 | Fout in interne parameters. Wacht minstens 30 s en geef opnieuw een commando; neem bij herhaling contact op met de servicedienst. |
| 6 + 6 | Toegestaan aantal manoeuvres overschreden. Laat de aandrijving afkoelen en pas het gebruik aan op basis van het aantal cycli en de belasting. |
| 7 + 7 | Storing in de interne elektrische circuits. Laat een technicus alle voedingsbronnen loskoppelen en na enige tijd de voeding herstellen; neem bij herhaling contact op met de servicedienst. |
| 8 + 8 | Een permanent commando blokkeert verdere opdrachten. Controleer de knop, de timer en het relais op de ingangen. |
Led op de printplaat
| Signalisatie | Betekenis / controle |
|---|---|
| BLUEBUS – uit | Geen voeding of storing; controleer de voedingskabel en zekeringen terwijl de voeding is uitgeschakeld. |
| BLUEBUS – regelmatig 1 keer per seconde knipperen | Normale werking. Bij een wijziging van een ingang kan de led kort twee keer knipperen. |
| STOP – brandt | De aangeleerde STOP-ingang bevindt zich in de normale toestand. Uit = ingreep of afwijkende toestand. |
| P.P. / OPEN / CLOSE – brandt | Actief commando op de betreffende ingang. Controleer bij afwezigheid van een commando op een vastzittende knop of een vastzittend relais. |
| L1 en L2 knipperen | Verzoek om apparaten in te leren. |
| L3 en L4 knipperen | Verzoek om de baan in te leren. |
De geschiedenis uitlezen
- Ga naar niveau II: houd SET ongeveer 3 s ingedrukt en laat los bij L1.
- Selecteer ingang-led L8. Houd SET ongeveer 3 s ingedrukt, totdat de manoeuvre-led wordt weergegeven.
- Houd SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de laatste manoeuvres L1–L8. Het aantal knippersignalen komt overeen met de fout in de bovenstaande tabel.
- Laat SET los en wacht 10 s.
Als de beveiliging niet werkt
Laat een defecte beveiliging zo snel mogelijk repareren. Tijdelijke beweging is alleen mogelijk onder direct toezicht en wanneer de baan veilig vrij is: geef na weigering van het commando binnen 3 s opnieuw een commando en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 2 s beweegt de poort zolang u de knop ingedrukt houdt; laat de knop los om de poort te stoppen. Dit is geen automatische werking en vervangt geen reparatie. Brug de veiligheidsingangen niet permanent door.
Onderhoud en serviceteller
Voer onderhoud minstens om de 6 maanden of 20.000 manoeuvres sinds het laatste onderhoud uit, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Een opening en een sluiting tellen als twee manoeuvres. Controleer vaker bij zware omgevingsomstandigheden.
- Koppel alle voedingsbronnen los, inclusief eventuele noodvoeding.
- Controleer de stevigheid van de bevestigingen, corrosie, slijtage van het wiel, de tandheugel en de poortgeleiding; verwijder vuil van de rail en de optiek van de fotocellen.
- Herhaal na herstel van de voeding de test van de eindposities, fotocellen, veiligheidsranden en veilige krachten.
- Noteer het onderhoud na de servicebeurt en reset de serviceteller.
| Tellerstatus | Onderhoudssignalisatie |
|---|---|
| Minder dan 80% van de ingestelde limiet | FLASH werkt normaal; de onderhoudsuitgang brandt 2 s bij het begin van het openen. |
| 81–100% | FLASH blijft aan het begin 2 s branden; de onderhoudsindicator knippert tijdens de beweging. |
| Meer dan 100% | FLASH brandt 2 s aan het begin en het einde; de onderhoudsindicator knippert continu. |
De serviceteller uitlezen en resetten
Stel de limiet in via II/L7. Om de tellerstand uit te lezen, houdt u SET ongeveer 3 s ingedrukt, selecteert u L7 en houdt u SET nogmaals ongeveer 3 s ingedrukt. Druk kort op OPEN/CLOSE terwijl u SET ingedrukt houdt en tel de knippersignalen: één knippersignaal staat voor 10% van de ingestelde limiet. Laat SET daarna los.
Resetten na onderhoud: selecteer L7, houd SET ingedrukt en druk minstens 5 s tegelijkertijd op OPEN + CLOSE. Laat de knoppen los zodra de snelle knippersignalen de reset bevestigen. Wacht 10 s totdat de procedure is voltooid. Dit is uitsluitend een onderhoudsteller; hiermee worden geen zenders gewist en worden het inleren van apparaten of de baan niet vervangen.
Opnieuw inleren en het geheugen van de ontvanger
Herhaal na wijziging van de bedrading het betreffende inleren. Wis het radiogeheugen volgens de instructies van de betreffende ontvanger. Gebruik de procedure voor het resetten van de serviceteller niet als universele reset van de besturingseenheid.
Handmatige ontgrendeling
Ontgrendel de poort alleen wanneer deze stilstaat. Schakel de voeding uit en beveilig het poortblad tegen onbedoelde beweging. Bij het ontgrendelen draagt u het volledige gewicht van het poortblad.
- Schuif de afdekking van het slot weg.
- Steek de sleutel erin en draai deze met de klok mee.
- Trek de ontgrendelingshendel uit en schuif de poort met de hand.
- Voer de stappen in omgekeerde volgorde uit om de poort weer te vergrendelen. Controleer voordat u de poort elektrisch beweegt of de tandwielkast weer aangrijpt.
Noodvoeding RUN1200HS
De RUA6 heeft een speciale aansluiting voor de lader PS524 en twee bijbehorende accu's B12-B, elk 12 V. Sluit de noodvoeding aan volgens de handleiding van deze set, niet op de hulpuitgang van 100 mA en niet in plaats van BlueBUS. Verwar deze niet met de PS124-noodvoeding.
De noodvoeding bestaat uit lader voor RUN1200HS en 2 × B12-B-accu 12 V / 6 Ah. Kies onderdelen die voor deze set bestemd zijn en controleer bij vervanging het type en de connectoren van de oorspronkelijke onderdelen. Test de werking van de noodvoeding op de betreffende poort; het aantal openingen is afhankelijk van de staat van de accu's en de belasting.
Technische specificaties NICE RUN1200HS
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Toepassing | Eén schuifvleugel |
| Besturing | RUA6 |
| Netvoeding | 230 V AC / 50 Hz |
| Motor | 24 V DC |
| Max. vleugelgewicht / -lengte | 1 200 kg / 14 m |
| Eindschakelaar | Elektromechanisch |
| Onbelaste snelheid volgens catalogus | Ca. 0,37 m/s (22 m/min) |
| Nominale snelheid | 19 m/min |
| Max. kracht / koppel | 790 N / 28,4 Nm |
| Opgenomen vermogen / stroom volgens catalogus | 415 W / 2 A |
| Piekvermogen / piekstroom | 550 W / 5,2 A; dimensioneer de voedingskabel en beveiligingen volgens het typeplaatje |
| Aantal cycli volgens catalogus | 60 cycli/u |
| Bedrijfslimiet voor het aantal cycli | Volgens tabellen voor lengte en gewicht; het catalogusgetal is geen universele limiet. |
| Continu bedrijf onder nominale omstandigheden | 60 min bij 20 °C; bij 50 °C maximaal 10 min |
| Tandwiel | 18 tanden, module 4 |
| Hulpuitgang | 24 V DC, −30 % / +50 %, max. 100 mA totaal |
| S.C.A. | 24 V DC, max. 4 W |
| BlueBUS | Max. 15 belastings-eenheden |
| Beschermingsgraad / temperatuur | IP44 / −20 tot +50 °C |
| Motorgewicht | 24,5 kg |
| Afmetingen | 400 × 255 × 387 mm (catalogus); raadpleeg de tekening hieronder voor de montageafmetingen. |
Cataloguswaarden en waarden bij piek- of nominale belasting beschrijven verschillende bedrijfsomstandigheden; gebruik bij het dimensioneren van de voeding het typeplaatje en de piekbelasting. De afmetingen op de oorspronkelijke montagetekening zijn in mm. De tekening behoudt de maatvoering, inclusief de positie van het tandwiel.
Hoe kan ik dit artikel bestellen?
Kies de manier die u het beste uitkomt:
- bestellen via de webshop: gebruik de koopknop om het artikel in uw winkelwagen te plaatsen (u vindt de koopknop hier in de tabel met productvarianten).
- bestellen per e-mail: bestel via [email protected]















