NICE Run RUN1500P - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten


Beschikbaarheid van het product: op aanvraag

Het product is mogelijk niet beschikbaar, neem contact met ons op voor meer informatie.



NICE-RUN1500P
op aanvraag
€ 775,78 excl. btw
€ 938,69 incl. btw

 st.
Gewicht
12 kg

Beschrijving van het product NICE Run RUN1500P - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten

NICE RUN1500P is een losse zelfremmend aandrijving voor schuifpoorten met een poortvleugel tot 1 500 kg en 14 m. De motor is 24 V DC, netvoeding 230 V AC. Heeft een ingebouwde besturingseenheid RBA3R10 en inductieve eindschakelaar.

RUN1500P detecteert de eindposities zonder mechanische hefboom. De losse motor verschilt van de set: kies de radio-ontvanger, afstandsbediening, fotocellen, zwaailamp en tandheugel op basis van de gewenste uitrusting.

Snelle navigatie
AccessoiresSets en uitrusting
Keuze en cycliMontage
AansluitingFotocellen
Eerste ingebruiknameProgrammering
Bediening en noodvoedingMaster/Slave
DiagnoseOntgrendeling
OnderhoudSpecificaties
Handleiding PDF

Accessoires en besturingseenheid

De losse aandrijving bevat de besturing. Voor een complete automatisering moeten een tandheugel, bediening en veiligheidsvoorzieningen worden toegevoegd, afhankelijk van de specifieke poort.

WatWaaromType
BesturingInstelling en onderhoud van de aandrijving; controleer bij vervanging de aanduiding op de gemonteerde printplaat.
ZwaailampGeeft beweging aan. De FLASH-uitgang is laagspanning.
FotocellenDetecteren een obstakel in het beveiligde gebied. Vervangen niet de beoordeling van alle risico’s van de poort.
ZenderKies afstandsbedieningen op basis van de ontvanger en het type radiocodering.
OntvangerZonder ontvanger kan een afzonderlijke motor geen radiografische commando's ontvangen. NICE-ontvangers.
Bediening met een mobiele telefoonMaak onderscheid tussen de instelling van de aandrijving en de dagelijkse bediening. Wi-Fi-relaismodules sluit ze aan met een potentiaalvrij contact.
AntenneVerbeterde ontvangst bij een geschikte plaatsing. De antenne is geen voeding voor het waarschuwingslicht.
ToetsenbordToegang zonder afzonderlijke afstandsbediening.
SleutelschakelaarBediening met een sleutel via een potentiaalvrij contact.
KaartlezersToegang met een kaart of sleutelhanger.
TandheugelBrengt de beweging van het rondsel over op het poortblad. Kies het type op basis van de belasting en de bevestiging.
NoodstroomvoorzieningMaakt beperkt gebruik mogelijk tijdens een stroomstoring.

Huidige vervangende printplaat: RBA3R10. Oudere RBA3 is vervangen. Controleer bij een bestaande installatie de daadwerkelijke printplaat en aansluitingen; de aanduiding van de RUN-familie bepaalt op zichzelf niet dat alle modellen dezelfde besturing hebben.

Uitrusting van de afzonderlijke aandrijving RUN1500P

RUN1500P wordt geleverd als afzonderlijke motor met besturing. Kies de radio-ontvanger, afstandsbedieningen, fotocellen, zwaailamp en tandheugel passend bij de specifieke poort. Spreek de uitrusting van de set af bij de bestelling.

Eigenschappen van de aandrijving

  • Robuuste behuizing van aluminiumlegering met epoxycoating en slagvaste afdekking.
  • BlueBUS met tweedraads aansluiting en ondersteuning voor adressen van fotocellen.
  • Instelling van de snelheid, van de kracht en van de pauzetijd; automatische sluiting optioneel.
  • De besturing houdt rekening met de temperatuur en beperkt het aantal bewegingen bij overbelasting. De krachtreserve moet altijd mechanisch worden gecontroleerd.
  • Diagnose via zwaailamp en leds, geheugen voor de laatste acht bewegingen en serviceteller.
  • Master/Slave voor twee tegenover elkaar bewegende schuifvleugels.

Keuze van de aandrijving en bedrijfsgrenzen

RUN1500P is geschikt voor één schuifvleugel tot 1 500 kg en 14 m lang. Gewicht, lengte en bewegingsweerstand worden samen beoordeeld. De maximale gewichtsaanduiding is geen aanbeveling om elke poort van 1 500 kg op de hoogste snelheid te laten werken.

Wat moet worden gecontroleerdGrens / voorwaarde
Gewicht van de vleugelMaximaal 1 500 kg; naarmate het gewicht toeneemt, neemt het aantal cycli en de toegestane snelheid af.
Lengte van de vleugelMaximaal 14 m; de lengte bepaalt het basis­aantal cycli.
AanloopDe benodigde kracht moet minder zijn dan de helft van 1 000 N, dus minder dan 500 N.
Vlotte bewegingDe benodigde kracht moet minder zijn dan de helft van 560 N, dus minder dan 280 N over het volledige traject.
ReserveNICE adviseert een krachtreserve van 50% om verhoogde wrijving bij ongunstige weersomstandigheden op te vangen.

Voor een gebruikelijke keuze adviseren we ook bij de afmetingen en het gewicht een reserve aan te houden, en als richtlijn onder 80% van de maximumwaarden te blijven. Dit is een hulpmiddel bij de keuze, geen vervanging voor het meten van de benodigde kracht en het controleren van wind, ijsvorming en de cyclustabel. De vleugel moet met de hand soepel kunnen worden verschoven en mag niet vanzelf in beweging komen.

Aantal cycli volgens de lengte

Lengte van de vleugelCycli/uurAchtereenvolgend
Tot 4 m6030
Meer dan 4 tot 6 m4020
Meer dan 6 tot 7 m3417
Meer dan 7 tot 8 m3015
Meer dan 8 tot 10 m2012
Meer dan 10 tot 12 m2010
Meer dan 12 tot 14 m178

Vermindering op basis van het gewicht

Gewicht van de vleugelAandeel cycliHoogste snelheid
Tot 200 kg100 %V6
Meer dan 200 tot 400 kg100 %V6
Meer dan 400 tot 500 kg95 %V6
Meer dan 500 tot 600 kg90 %V5
Meer dan 600 tot 700 kg85 %V5
Meer dan 700 tot 800 kg80 %V5
Meer dan 800 tot 900 kg75 %V5
Meer dan 900 tot 1 000 kg70 %V4
Meer dan 1 000 tot 1 200 kg65 %V4
Meer dan 1 200 tot 1 350 kg60 %V3
Meer dan 1 350 tot 1 500 kg55 %V3

Vermenigvuldig de waarden uit de eerste tabel met het aandeel uit de tweede tabel en overschrijd de uitkomst niet. Eén cyclus bestaat uit openen en sluiten. Voorbeeld: vleugel 5 m / 650 kg: 40 × 0,85 = 34 cycli/uur, 20 × 0,85 = 17 achtereenvolgens, maximaal V5. Continu bedrijf is maximaal 10 minuten toegestaan. Bij hoge temperaturen kan de beveiliging het aantal bewegingen verder beperken. Snelheidsinstelling.

Indicatieve levensduur

Tel de indexwaarden voor lengte, gewicht en relevante omstandigheden bij elkaar op. Zoek de som op de horizontale as en lees het geschatte aantal cycli af. Het resultaat is een schatting bij regelmatig onderhoud, geen garantie voor de levensduur of een aantal jaren.

Eigenschappen van de complete automatiseringIndexLevensduurgrafiek
Lengte minder dan 6 m5 %

Grafiek met de geschatte levensduur van de RUN1500-aandrijving – belastingsindex en aantal cycli

Horizontaal: index in %.
Verticaal: aantal cycli.

6 tot 9 m10 %
9 tot 12 m15 %
12 tot 14 m20 %
Gewicht 100 tot 200 kg5 %
200 tot 400 kg10 %
400 tot 600 kg20 %
600 tot 800 kg30 %
800 tot 1 000 kg40 %
1 000 tot 1 200 kg50 %
1 200 tot 1 500 kg60 %
Boven 40 °C / onder 0 °C of een luchtvochtigheid boven 80 %20 %
Stof, zand of zoutgehalte15 %
Snelheid hoger dan L4 ‘snel’15 %

Voorbeeld: 6,5 m / 450 kg in een stoffige omgeving: 10 % + 20 % + 15 % = 45 %, in de grafiek ongeveer 200 000 cycli. Kies bij een waarde op de grens van twee intervallen voor de beoordeling de hogere index, uit voorzorg. Extrapoleer de grafiek niet voorbij het weergegeven bereik. De aandrijving mag niet worden geïnstalleerd in een zure, zoute of explosieve atmosfeer; de regel over zoutgehalte in de tabel is geen toestemming voor dergelijk gebruik.

Montage van de aandrijving en de tandheugel

Laat de montage en elektrische aansluiting uitvoeren door een vakbekwaam persoon. Schakel vóór werkzaamheden de netvoeding en eventuele accu- of zonnevoeding uit. De poort moet zijn voorzien van stevige mechanische eindaanslagen, beveiliging tegen ontsporing en een voldoende stevige geleiding. De eindschakelaar van de aandrijving vervangt de mechanische aanslag van de poort niet.

  1. Controleer of de poort over de volledige slag soepel met de hand beweegt en de grenzen voor de benodigde kracht. Beveilig gevaarlijke knelpunten, ook aan de achterzijde van het schuifhek.
  2. Kies een stevige, horizontale fundering op een plek die niet kan overstromen. Zorg dat de sleutel en de afdekking bereikbaar blijven. Leg de kabelbuizen zo aan dat er geen water naar de aandrijving kan lopen.
  3. Plaats de verankeringsplaat parallel aan de poort, volgens de oorspronkelijke tekening. De ankerdraad steekt ongeveer 30–40 mm boven de plaat uit. Laat het beton volledig uitharden voordat u de ankers vastdraait.
  4. Plaats de aandrijving en lijn deze uit met het hekblad. Draai na montage van de tandheugel de bevestigingen vast en dek de moeren af met de meegeleverde doppen.

Plaatsing van de funderingsplaat RUN1500 ten opzichte van de poort

Verankering van de funderingsplaat RUN1500 en draaduiteinde van 30–40 mm

Tandheugel – module 4

Het rondsel heeft module 4, 18 tanden. De tandheugel moet dezelfde module hebben en geschikt zijn voor het gewicht van het hekblad. Het gewicht van de poort mag niet op het rondsel rusten. Kies nylon- en staaluitvoeringen op basis van de specificaties van de betreffende tandheugel, niet alleen op basis van dezelfde module.

  1. Ontgrendel de motor en plaats het hekblad tijdens de montage van de tandheugel op minstens 50 cm van de gesloten eindpositie.
  2. Bevestig de tandheugel met geschikte houders aan het hekblad; houd over de volledige slag een afstand aan tussen de tandheugel en het rondsel van 1–2 mm.
  3. Houd bij het verbinden van de delen een gelijkmatige tandsteek aan. Beweeg de poort met de hand over de volledige slag en controleer de uitlijning; de zijdelingse afwijking mag volgens de fabrikant maximaal 5 mm bedragen.
  4. Controleer na het vastdraaien opnieuw of de poort vrij beweegt, de speling correct is en de eindschakelaars werken.

Speling van 1–2 mm tussen de tandheugel en het rondsel van de RUN1500-aandrijving

Uitlijning van de tandheugel met het rondsel van de RUN1500 over de volledige slag

Eindposities – verschil tussen de uitvoeringen

De RUN1500P heeft een inductieve eindschakelaar. Deze detecteert de eindposities zonder een hendel mechanisch in te drukken. Stel bij de montage de detectie-elementen in volgens de meegeleverde assemblage RBA1 zodat ze in beide richtingen betrouwbaar reageren, vóór de mechanische aanslagen worden bereikt. Stel de inductieve detectie-elementen van deze aandrijving af.

Stel vóór het inleren de openingsrichting in met de schakelaar op de printplaat, overeenkomstig de oriëntatie van de aandrijving. Schakel bij het wijzigen van de richting alle voedingsbronnen uit. Na het inleren van de slag controleert u of de aandrijving ongeveer 50–70 cm vóór het einde afremt en ongeveer 2–3 cm vóór de mechanische aanslag stopt. Controleer de werkelijke positie door de werking in beide richtingen te testen.

Schakelaar voor de openingsrichting van de RUN1500 – het hekblad beweegt naar links

Schakelaar voor de openingsrichting van de RUN1500 – het hekblad beweegt naar rechts

Bekabeling

DoelKabel en maximale lengte
Netvoeding3 × 1,5 mm² tot 30 m. Bij een langere kabelroute: 3 × 2,5 mm² en beschermende aarding van de automatisering, volgens het ontwerp van de elektricien.
Waarschuwingslamp2 × 0,5 mm²; 20 m.
AntenneRG58; maximaal 20 m, aanbevolen lengte minder dan 5 m.
BlueBUS / fotocellen2 × 0,5 mm² tot 30 m; bij een kabelroute van meer dan 30 tot 50 m: 2 × 1 mm².
Vaste veiligheidscontactlijsten2 × 0,5 mm²; 30 m, aansluiting volgens het STOP-type.
Beweegbare veiligheidscontactlijst2 × 0,5 mm²; 30 m; gebruik voor de overdracht naar het beweegbare hekblad een geschikt apparaat, bijvoorbeeld FT210B.
Sleutelschakelaar2 kabels van 2 × 0,5 mm² of één kabel van 4 × 0,5 mm²; 50 m.

Gebruik kabels die geschikt zijn voor de betreffende omgeving. Laat in de aandrijving ongeveer 20–30 cm kabelreserve en bevestig de kabels zo dat ze niet uit de klemmen kunnen worden getrokken. De netvoedingskabel moet een beschermingsleiding hebben en veilig volledig kunnen worden losgekoppeld.

Aansluiting en oriëntatie op de printplaat

De voedingsspanning van de aandrijving is 230 V AC; de eigen motor is 24 V DC. Sluit geen netspanning aan op de laagspanningsklemmen of BlueBUS. De printplaat is voorzien van de knoppen OPEN, STOP/SET en CLOSE, leds L1–L8, een SM-ontvangerconnector en een BusT4-interface via IBT4N.

Netaansluiting en bevestiging van de kabel van de RUN1500-aandrijving

Oriëntatie van de printplaat en de uitneembare klemmen van de RUN1500

Aansluitschema

RUN1500-schema – FLASH, OGI, BlueBUS, STOP, SbS, OPEN, CLOSE, Aux In, antenne en IBT4N

FLASH = zwaailamp; OGI = programmeerbare uitgang; TX/RX = zender en ontvanger van de fotocel; Aerial = antenne; Receiver = afstandsbedieningsontvanger; Selector = richtingsschakelaar. De klemmaanduidingen zijn hetzelfde als op de printplaat.

KlemAansluiting en belangrijke voorwaarde
FLASHUitgang voor één of twee waarschuwingszwaailampen met een 12 V-lamp, maximaal 21 W volgens de aansluiting van de fabrikant. Gebruik voor ledverlichting een compatibele ELDC. Zwaailamp en antenne.
OGI24 V DC (−30 % / +50 %), maximaal 4 W; de functie wordt bepaald door II/L4. De fabrieksinstelling is radio-uitgang 3, niet automatisch het lampje voor een open poort. De volgorde van +/− van deze uitgang is niet aangegeven in het schema; leid deze niet af van de hulpvoeding.
BlueBUSTweedraads voeding en communicatie voor compatibele accessoires. Fotocellen worden parallel aangesloten zonder polariteit.
STOPVeiligheidsingang NO, NC of 8,2 kΩ; het type wordt tijdens het inleren herkend. Een statuswijziging stopt de beweging en veroorzaakt een korte terugloop.
SbSStapsgewijs commando via een potentiaalvrij NO-contact; de werking is afhankelijk van II/L2.
OPENOpenen via een potentiaalvrij NO-contact.
CLOSESluiten via een potentiaalvrij NO-contact. Als I/L7 ON, gaat het om een gedeeltelijke opening.
Aux InHulp- ingang, standaard NC met STOP-functie. Herprogrammering via Oview. Dit is geen voedingsuitgang voor accessoires.
ANTENNA / AerialDe middengeleider en afscherming van de coaxkabel aansluiten volgens het oorspronkelijke schema; dit is geen +/−-voeding.

Hulpvoeding – specifieke polariteit

Bij de oriëntatie van de connector zoals op de volgende afbeelding: rechter klem van het STOP-paar = min (−), linker klem van het SbS-paar = plus (+). De hulpuitgang is 24 V DC, −30 % / +50 %, totaal maximaal 100 mA. Verbind op het accessoire + met de voedings-+ en − met de voedings-−; het NO/COM-bedieningscontact blijft afzonderlijk.

Hulpvoeding RUN1500 – rechts STOP min, links SbS plus, 24 V DC

De polariteitsvolgorde geldt voor deze hulpvoeding. Pas deze niet toe op FLASH, OGI, antenne of BlueBUS. Een module met een hoger stroomverbruik moet een geschikte, afzonderlijke voeding hebben; sluit het potentiaalvrije contact aan op SbS. Aux In wordt niet gebruikt voor voeding.

ELDC-zwaailamp en antenne

ELDC heeft een laagspanningsingang voor verlichting van 12–36 V DC, die u aansluit op FLASH. De detailafbeelding hieronder maakt onderscheid tussen het verlichtingspaar en het antennepaar. Sluit geen 230 V aan op het verlichtingspaar. In de getoonde aansluiting geeft de fabrikant de volgorde van +/− van het verlichtingspaar niet aan; gebruik hiervoor niet de polariteit van de hulpuitgang STOP/SbS.

Klemmen van de ELDC-zwaailamp – laagspanningsverlichting en afzonderlijke antenne

Antenne

Sluit de ELDC-antenne of ABFKIT afzonderlijk aan met RG58 op de antenne-ingang: de middengeleider op het signaalsymbool, de gevlochten afscherming op het afschermingssymbool, volgens het schema. Sluit de antennedraden niet aan op het voedingspaar. De antenne moet overeenkomen met de frequentie van de ontvanger.

Sleutelschakelaar, relais en bedieningsingangen

Op SbS, OPEN en CLOSE horen potentiaalvrije NO-contacten. Bij EKS of een relaismodule sluit u COM en NO van het gekozen contact aan op het paar van de betreffende ingang. Contacten hebben geen +/−. Voer geen modulevoeding naar de ingangen. Bij een permanent OPEN-contact kan de poort open blijven staan, zoals bij een timer; de netvoeding van de aandrijving wordt hiervoor niet uitgeschakeld.

STOP en veiligheidslijst

Type apparaatAansluitprincipe
NO-contactenParallel.
NC-contactenIn serie.
Twee veiligheidslijsten van 8,2 kΩVolgens de fabrikant kunnen ze parallel worden aangesloten; bij meer dan twee in cascade, met één afsluitweerstand van 8,2 kΩ.
Combinatie NO / NCParallelle takken, met een serieweerstand van 8,2 kΩ in de NC-tak volgens de goedgekeurde aansluiting.

Potentiaalvrije contacten en een passieve weerstandsveiligheidslijst hebben geen voedings-+/−. Een elektronische veiligheidslijst kan een eigen voeding vereisen – raadpleeg de handleiding. Voer na elke wijziging van de aansluiting een inleerprocedure van de apparaten en een veiligheidstest uit. Alleen een NO/NC-aansluiting garandeert niet dezelfde storingsdiagnose als een weerstandsveiligheidslijst. Brug de veiligheidsingang niet om een fout te verhelpen.

BlueBUS-fotocellen

Bijvoorbeeld EPMB: sluit zowel TX als RX aan parallel op dezelfde twee BlueBUS-draden. Er is geen plus en min. TX en RX van één paar moeten dezelfde jumperinstellingen en hetzelfde adres hebben; geef een volgend paar een ander ondersteund adres. Herhaal na het toevoegen of verwijderen van een apparaat de inleerprocedure.

Plaatsing van beveiligingsfotocellen voor de RUN1500-schuifpoort

Adresinstelling van het paarBeveiligde beweging / plaatsing
FOTOBuitenpaar op ongeveer 50 cm; stopt en keert de beweging om bij het sluiten.
FOTO IIBuitenpaar op ongeveer 100 cm; beveiliging tijdens het sluiten.
FOTO 1Binnenpaar op ongeveer 50 cm; beveiliging tijdens het sluiten.
FOTO 1 IIBinnenpaar op ongeveer 100 cm; beveiliging tijdens het sluiten.
FOTO 2Buitenpaar voor beveiliging tijdens het openen.
FOTO 2 IIBinnenpaar voor beveiliging tijdens het openen.
FOTO 3Paar over het volledige bewegingsbereik; gezamenlijk gebruik met FOTO II vereist een correcte onderlinge plaatsing van TX/RX.

De exacte instelling van de jumpers staat op de kaart EPMB – jumpertabel. Controleer na de instelling de optische uitlijning en de reactie van elk paar in de beveiligde richting. Wijzig bij de gebruikelijke veiligheidsconfiguratie een paar niet in een openingscommando door verbinding A door te knippen.

EPMOW heeft nodig IBW en is zonder extra apparatuur geen vervanging voor een bedraad paar. FT210B verzendt met een batterijgevoede zender op het bewegende vleugelblad de status van de veiligheidslijst naar BlueBUS; de aansluiting en adressering volgen de handleiding van FT210B.

Eerste inschakeling en inleerprocedure

  1. Controleer de montage, eindschakelaars, aarding en bedrading. Het vleugelblad moet ongeveer halverwege de slag staan en de motor moet vergrendeld zijn.
  2. Sluit de voeding aan. BlueBUS moet ongeveer eenmaal per seconde knipperen; de fotocellen TX/RX geven aan dat ze werken; FLASH en OGI moeten uit zijn. Koppel bij een fout de voeding los en controleer de bedrading.
  3. Leer eerst de apparaten in, daarna de slag en voer ten slotte tests uit. Tijdens de beweging moet het volledige gebied vrij zijn.

Apparaten inleren – OPEN + STOP/SET

  1. Houd tegelijk OPEN en STOP/SET ongeveer 3 seconden ingedrukt.
  2. Laat de knoppen los zodra L1 en L2 snel beginnen te knipperen.
  3. Wacht tot de procedure is voltooid. De STOP-led moet branden; L1/L2 stoppen met de inleerindicatie. L1–L8 geven vervolgens de functiestatussen aan.

Voer deze stap ook uit zonder aangesloten veiligheidsaccessoires. Als L1/L2 knipperen, is de herkenning niet voltooid; ga niet zomaar door met het inleren van de slag.

OPEN en STOP/SET voor het inleren van BlueBUS en STOP

Slag inleren – CLOSE + STOP/SET

  1. Houd na een geslaagde herkenning van de apparaten CLOSE en STOP/SET ongeveer 3 seconden ingedrukt.
  2. Laat de knoppen los zodra de motor start. De eerste beweging moet openen. Als de poort sluit, druk dan op STOP/SET, koppel de voeding los, corrigeer de richtingsschakelaar en herhaal de procedure.
  3. De aandrijving opent tot aan de eindschakelaar en sluit vervolgens. Wacht tot de volledige inleerprocedure is voltooid en let op eventuele diagnosemeldingen.
  4. Voer enkele volledige openings- en sluitcycli uit. Controleer de vertraging, de eindposities en of de motor niet tegen een vaste aanslag drukt.

CLOSE en STOP/SET voor het inleren van de vleugellengte

Test en oplevering

  1. Controleer de stevigheid van de montage en de handmatige ontgrendeling. Bij de test moet het vleugelblad met een kracht van maximaal 390 N handmatig in beide richtingen kunnen worden verschoven; daarnaast moet het voldoen aan de strengere voorwaarden voor de benodigde kracht bij de keuze van de aandrijving.
  2. Test elke fotocelset en veiligheidslijst afzonderlijk. Bij een statuswijziging geeft BlueBUS twee snelle knippersignalen; controleer ook of het vleugelblad correct reageert.
  3. Laat de krachten professioneel meten na het instellen van de gevoeligheid en na elke wijziging die de veiligheid kan beïnvloeden. Alleen voldoen aan de gewichtslimiet en fotocellen plaatsen is niet voldoende.
  4. Overhandig de handleiding, de documentatie van de volledige automatisering, instructies voor de ontgrendeling en het onderhoudsschema. Lever de poort niet op zolang de veiligheidstest niet volledig is uitgevoerd.

De besturingseenheid programmeren

OPEN / CLOSE doorlopen de ledselectie; STOP/SET bevestigt of opent de programmeermodus wanneer u de knop ingedrukt houdt. Bij normaal gebruik dienen ze voor openen, stoppen en sluiten. Wijzig instellingen terwijl de poort stilstaat. Herhaal de test na een wijziging van de kracht, snelheid of werking van de veiligheidsvoorzieningen.

Knoppen OPEN, STOP/SET, CLOSE en leds L1 tot en met L8

Niveau I – functies in- en uitschakelen

  1. Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 begint te knipperen, ongeveer 3 seconden; laat de knop daarna los.
  2. Selecteer met OPEN of CLOSE de led van de functie.
  3. Druk kort op STOP/SET. Kort knipperen betekent OFF, langer knipperen betekent ON.
  4. Wijzig desgewenst de volgende functie. Als u ongeveer 10 seconden geen knop indrukt, wordt de programmeermodus beëindigd en worden de wijzigingen opgeslagen.

Led – functie en betekenisStatus
L1 – Automatisch sluiten
ON: na het openen sluit de poort na de ingestelde pauze in II/L1. OFF: automatisch sluiten uitgeschakeld.
Fabrieksinstelling: OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L2 – Sluiten na fotocel
ON: na het vrijgeven van de fotocel sluit de poort na 5 s. Als automatisch sluiten niet is ingeschakeld, voltooit de poort eerst het openen; als het wel is ingeschakeld, kan het vrijgeven van de fotocel de opening verkorten. STOP annuleert deze sequentie.
Fabrieksinstelling: OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L3 – Altijd sluiten
ON: na herstel van de voeding detecteert de besturing een open poort en begint na 5 s voorwaarschuwing te sluiten. OFF: voert deze herstelprocedure niet uit.
Fabrieksinstelling: OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L4 – Stand-by
ON: ongeveer een minuut na afloop van de beweging schakelt de besturing BlueBUS en de indicaties uit, behalve het langzaam knipperende BlueBUS; bij een commando wordt de werking hervat. Handig bij batterij- of zonne-energievoeding.
Fabrieksinstelling: OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L5 – Startpiek
ON: bij het starten wordt de maximale kracht gebruikt in plaats van geleidelijk op te trekken. Na het starten geldt II/L5. OFF: geleidelijke start.
Fabrieksinstelling: OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L6 – Voorwaarschuwing
ON: het waarschuwingslicht knippert 3 s voordat de beweging begint. OFF: begint te knipperen zodra de beweging start.
Standaard OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L7 – CLOSE als gedeeltelijke opening
ON: de CLOSE-ingang stuurt gedeeltelijke opening aan volgens II/L6. OFF: de CLOSE-ingang sluit.
Standaard OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld
L8 – Slave-modus
ON: ondergeschikte motor van een paar; Master stuurt de commando's en beweging aan. OFF: zelfstandige / hoofdregeling.
Standaard OFF
ON = ingeschakeld
OFF = uitgeschakeld

Niveau II – parameterwaarden

  1. Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 knippert en laat de knop los. Selecteer met OPEN/CLOSE de invoer-LED van de parameter.
  2. Druk opnieuw op STOP/SET en houd de knop ingedrukt. Na ongeveer 3 seconden brandt de waarde-LED.
  3. Houd STOP/SET ingedrukt en selecteer de waarde met OPEN/CLOSE.
  4. Laat STOP/SET los. Druk nergens meer op en wacht ongeveer 10 seconden tot de instelling is opgeslagen en de modus wordt afgesloten.

Invoer-LED – naam en beschrijvingInstellings-LED – waarde
L1 – Pauzetijd
Pauze vóór automatisch sluiten; vereist I/L1 ON.
L1 – 5 s
L2 – 15 s
L3 – 30 s (standaard)
L4 – 45 s
L5 – 60 s
L6 – 80 s
L7 – 120 s
L8 – 180 s
L2 – SbS-functie
Volgorde van commando's voor de stap-voor-stapingang en het bijbehorende radiokanaal.
L1 – Openen – stop – sluiten – stop
L2 – Openen – stop – sluiten – openen (standaard)
L3 – Openen – sluiten – openen – sluiten
L4 – Appartementencomplex: negeert een volgend commando tijdens het openen
L5 – Appartementencomplex 2: een commando van meer dan 2 s stopt de beweging
L6 – SbS 2: een commando korter dan 2 s opent gedeeltelijk, langer dan 2 s opent volledig
L7 – Bediening continu ingedrukt houden
L8 – Halfautomatisch openen, sluiten zolang de knop ingedrukt wordt gehouden
L3 – Motorsnelheid
V1–V6 zijn oplopende snelheden; overschrijd de limiet voor het gewicht niet.
L1 – V1 zeer langzaam
L2 – V2 langzaam
L3 – V3 gemiddeld
L4 – V4 snel (standaard)
L5 – V5 zeer snel
L6 – V6 uitzonderlijk snel
L7 – Openen op V4, sluiten op V2
L8 – Openen op V6, sluiten op V4
L4 – Functie van uitgang OGI
Programmeerbare uitgang 24 V / 4 W. De signalering voor een open poort is alleen beschikbaar bij waarde L1.
L1 – Signalering poort open
L2 – Actief wanneer de poort gesloten is
L3 – Actief wanneer de poort open is
L4 – Radio-uitgang 2
L5 – Radio-uitgang 3 (standaard)
L6 – Radio-uitgang 4
L7 – Onderhoudsindicator
L8 – Elektrisch slot
L5 – Motorkracht
Stel de krachtdrempels alleen in op het noodzakelijke niveau en controleer ze met een krachtmeting.
L1 – Uitzonderlijk lichte poort
L2 – Zeer lichte poort
L3 – Lichte poort
L4 – Middelzware poort
L5 – Zwaar-middelzware poort (standaard)
L6 – Zware poort
L7 – Zeer zware poort
L8 – Uitzonderlijk zware poort
L6 – Gedeeltelijke opening
Afstand voor gedeeltelijke opening; maximaal volgens de daadwerkelijk ingeleerde beweging.
L1 – 0,5 m
L2 – 1 m
L3 – 1,5 m
L4 – 2 m (standaard)
L5 – 2,5 m
L6 – 3 m
L7 – 3,4 m
L8 – 4 m
L7 – Onderhoudsmelding
Grens voor het aantal bewegingen; de automatische waarde houdt rekening met de kracht en de bewegingsduur.
L1 – Automatisch
L2 – 1 000 bewegingen
L3 – 2 000 bewegingen (standaard)
L4 – 4 000 bewegingen
L5 – 7 000 bewegingen
L6 – 10 000 bewegingen
L7 – 15 000 bewegingen
L8 – 20 000 bewegingen
L8 – Foutgeschiedenis
De laatste acht bewegingen uitlezen; dit is geen instelling en wist het geheugen niet.
L1 – Laatste beweging
L2 – Op één na laatste
L3 – Twee na laatste
L4 – Drie na laatste
L5 – Vier na laatste
L6 – Vijf na laatste
L7 – Zes na laatste
L8 – Zeven na laatste

Het instellen van de snelheid en kracht vervangt niet het verhelpen van wrijving of het verwijderen van een obstakel. Wanneer OGI is ingesteld als poortindicator, is deze uit als de poort gesloten is, brandt hij als de poort open is, knippert hij langzaam tijdens het openen en snel tijdens het sluiten. Bij gebruik als slot moet het apparaat voldoen aan de uitgangsspanning en -limiet.

Lang SbS-commando – permanent open

Met een SbS-commando van langer dan 2 s kan de poort worden geopend en open blijven, bijvoorbeeld met behulp van een timer. Dit geldt zolang de SbS-ingang niet opnieuw is geprogrammeerd voor de sluitfunctie. Kies voor normale bediening met een relaismodule een korte puls; continu schakelen kan tot ander gedrag leiden dan verwacht.

Afstandsbediening, BusT4 en back-up

De ontvanger wordt met uitgeschakelde voeding in de SM-aansluiting geplaatst. De losse aandrijving wordt geleverd zonder radio-ontvanger; voeg een ontvanger toe volgens de gewenste uitrusting. De keuze van de afstandsbediening hangt af van de ontvanger en de ingestelde coderingsfamilie, niet alleen van de frequentie.

Een insteekontvanger in de SM-aansluiting van de RUN1500 plaatsen

OntvangerKeuze van de afstandsbediening
OXIBDAfstandsbedieningen MYGO2, MYGO4, MYGO8, DOMIW3C, ON3EBD afhankelijk van de ondersteunde eenrichtings- of tweerichtingsmodus. Controleer bij oudere afstandsbedieningen welke geheugenfamilie is ingesteld.
OXIEenrichtingsbediening met O-Code / FloR, bijv. ON2E, ON4E, ON9E, INTI2, FLO2RE, FLO2R-S. De ontvanger ondersteunt ook andere coderingsfamilies; controleer bij het toevoegen van een afstandsbediening welke familie het opgeslagen geheugen gebruikt.
SMXIEen eenrichtingsontvanger met FloR-codering, bijv. FLO2RE, FLO2R-S. SMXIS is een andere ontvanger voor Smilo; verwar deze aanduidingen en afstandsbedieningen niet met elkaar.
OXILRGroot bereik met geschikte LR-zenders, bijv. ON3ELR. De LR-voordelen gelden met de bijbehorende LR-afstandsbediening.

Radiocommando’s

Uitgang van de ontvangerCommando van de besturingsprint
1SbS – stap-voor-stapcommando
2Gedeeltelijk openen
3Openen
4Sluiten

Koppel en wis afstandsbedieningen volgens de instructies voor de betreffende ontvanger; de motorknoppen zijn geen knop voor het radio-geheugen. Instructies voor het koppelen van NICE-afstandsbedieningen en de documentatie van de gekozen ontvanger beschrijven de bijbehorende procedures. Test na het opslaan elke knop en controleer welk commando deze daadwerkelijk geeft.

BusT4 / IBT4N en Aux In

Oview wordt aangesloten via IBT4N op BusT4; hiermee kunnen compatibele besturingen worden ingesteld, gediagnosticeerd en beheerd. BIDI-WIFI is voornamelijk een programmeer- en diagnose-interface. Controleer bij de keuze van een module voor dagelijks gebruik via een mobiele telefoon de aansluitmethode, het bereik en het aantal gebruikers. BiDi-ZWave dient om een compatibele aandrijving aan te sluiten op een Z-Wave-systeem. Kies beide modules voor de daadwerkelijk gemonteerde printversie en de bijbehorende Opera-interface. BusT4 is geen paar voedingsklemmen. Verbind de connector niet met BlueBUS of de antenne.

Oview aansluiten op de RUN1500-aandrijving via IBT4N

Aux In is standaard een NC-veiligheidsingang met STOP-functie; via Oview kan een andere functie worden toegewezen. Controleer na de wijziging hoe de poort daadwerkelijk reageert. De voeding van het externe relais wordt afzonderlijk geregeld, overeenkomstig de polariteit en limiet van 100 mA.

Noodaccu en Solemyo

Voor de compatibele RBA3R10 kan de oorspronkelijke PS124 of de huidige PSS124 met de juiste meegeleverde kabel voor R10 worden gebruikt. Sluit de accu pas aan nadat de montage en programmering zijn voltooid en de netvoeding is losgekoppeld. Gebruik de daarvoor bestemde connector en plaats de accu op een beschermde plek in de aandrijving; sluit de accu niet aan op de motorklemmen, FLASH of BlueBUS.

Plaatsing van de PS124-noodaccu en connector in de RUN1500

Test na aansluiting zowel op netvoeding als op accuvoeding. Het aantal bewegingen hangt af van de belasting, temperatuur, leeftijd en lading van de accu. Bij een Master/Slave-combinatie heeft elke motor een eigen accu nodig.

Bij een zonne-energiesysteem Solemyo gebruikt u de daarvoor bestemde aansluiting en controleert u de energiebalans. Wanneer de aandrijving door Solemyo wordt gevoed, mag deze niet tegelijkertijd op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Handig is Standby I/L4.

Aansluiting van het Solemyo-zonne-energiesysteem op RUN1500

Twee schuifvleugels die naar elkaar toe bewegen – Master/Slave

Een paar compatibele RUN1500P-aandrijvingen kan twee schuifvleugels aansturen die naar elkaar toe bewegen. Elke vleugel moet afzonderlijk binnen de gewichts- en bedrijfsgrenzen vallen. Twee motoren verhogen de limiet voor één vleugel niet.

Bedrading van RUN1500 Master en Slave – BlueBUS, signaallampen, fotocellen en commando’s

Verbind de printplaten in deze volgorde: 1 Master → 1 Slave en 2 Master → 2 Slave volgens de gelijk georiënteerde connectoren op het schema. De cijfers 1/2 geven hier posities aan, geen universele voedingsaansluitingen +/−. Normale BlueBUS-fotocellen zijn niet polariteitsgevoelig.

  1. Monteer beide motoren en stel de tegengestelde openingsrichtingen in volgens de geometrie van de vleugels.
  2. Sluit de printplaten volgens het schema aan terwijl de voeding is uitgeschakeld. Gemeenschappelijke apparaten en de radio-ontvanger worden aangesloten op de Master.
  3. Schakel de voeding in en stel op de Slave-motor I/L8 Slave ON.
  4. Leer de apparaten eerst in op de Slave en daarna op de Master. Voer het inleren van de bewegingsbaan uit op de Master.
  5. Test de samenwerking, alle veiligheidsreacties en de eindposities van beide vleugels.

Op de Slave kunnen eigen FLASH-, OGI-, STOP- en SbS-aansluitingen aanwezig zijn; de SbS-ingang ervan opent alleen de Slave-vleugel. OPEN, CLOSE en Aux In worden niet gebruikt op de Slave. Standby, piek, Slave, OGI en kracht kunnen afzonderlijk worden ingesteld; ook kan de foutgeschiedenis worden uitgelezen. Voor noodvoeding heeft elke motor een eigen accu nodig.

Diagnose en probleemoplossing

Tel bij een storing eerst de snelle FLASH-knippers: de groep herhaalt zich na een pauze van ongeveer één seconde. Bij beweging knippert de lamp normaal ongeveer 0,5 s aan / 0,5 s uit. Koppel vóór reparaties alle voedingen los.

KnippersBetekenis en volgende stap
1BlueBUS
Gewijzigd of niet herkend apparaat; controleer de bedrading, adressen en inleren.
2Fotocel
Verwijder de hindernis, reinig en richt de optiek uit; controleer het adres en de beveiligde richting.
3Krachtbegrenzing
Controleer de handmatige beweging, wrijving en aanslagen. Pas pas daarna eventueel de kracht aan en meet de veilige krachten opnieuw.
4STOP
Controleer de status van de contacten of de veiligheidslijst en de STOP-aansluiting.
5Interne parameters
Wacht minstens 30 s en geef het commando opnieuw. Blijft de fout bestaan, laat de besturing dan nakijken door de servicedienst.
6Manoeuvrelimiet
De besturingsprint heeft de beweging begrensd; wacht tot deze is afgekoeld en controleer de toegestane cycli.
7Intern elektrisch circuit
Koppel alle voedingen enkele seconden los en herhaal de test. Bij herhaling: service inschakelen.
8Continu commando
Controleer of OPEN is ingeschakeld of dat er een timer actief is; de besturingsprint wacht tot het commando wordt vrijgegeven.
9Automatisering geblokkeerd door een commando
Hef de elektronische blokkering op met het daarvoor bestemde ontgrendelingscommando. Dit is geen mechanische ontgrendeling met een sleutel.

Led op de printplaat

Led / statusBetekenis
BlueBUS uitGeen voeding of storing; controleer de voeding en zekeringen.
BlueBUS brandt continuErnstige fout; koppel alle voedingen kort los. Schakel bij herhaling de servicedienst in.
BlueBUS 1×/sNormale werking. Twee snelle knippers duiden op een gewijzigde ingang of een ontvangen commando.
STOP brandt / is uitBrandt = normale status herkend; uit = STOP geactiveerd.
SbS / OPEN / CLOSE brandtHet betreffende contact of commando is actief.
L1 + L2 knipperenBlueBUS-/STOP-apparaten moeten worden herkend.
L3 + L4 knipperenDe vleugellengte moet worden ingeleerd.

Meest voorkomende symptomen

ProbleemWat u moet controleren
Afstandsbediening heeft geen ledBatterij van de zender en de juiste polariteit bij vervanging.
Afstandsbediening brandt, poort reageert nietOntvanger, registratie van de zender en coderingsfamilie; radiografische bediening.
Reageert niet en BlueBUS brandt nietVoeding en zekeringen F1/F2. Zoek eerst de oorzaak van de storing en vervang daarna alleen de zekering door een exemplaar van hetzelfde type en met dezelfde waarde.
Beweging keert onmiddellijk omHindernis, weerstand in de geleiding of gevoeligheid; verhoog de kracht niet zonder de mechaniek te controleren.
Sluit niet automatischI/L1, tijd II/L1, geactiveerde fotocel/STOP of een continu OPEN-commando.
OGI signaleert openen nietControleer eerst II/L4; standaard is radio-uitgang 3 ingesteld.
Zwaailamp werkt nietBedrading van FLASH, compatibiliteit en kortsluiting. Verwissel de aansluitingen van de lamp niet met die van de antenne.

Geschiedenis van de laatste acht manoeuvres

  1. Houd STOP/SET ingedrukt tot L1 knippert om de programmeermodus te openen en laat de knop los.
  2. Selecteer met OPEN/CLOSE de ingang L8. Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt.
  3. De brandende leds geven de manoeuvres met een fout aan: L1 is de laatste, L8 de achtste van achteren. Houd STOP/SET ingedrukt en selecteer met OPEN/CLOSE de gewenste manoeuvre.
  4. De geselecteerde led knippert het aantal keer dat in de diagnosetabel is aangegeven. Laat STOP/SET los.

Noodbediening bij storing van een veiligheidsvoorziening

Het veiligst is om de poort te ontgrendelen en handmatig te verplaatsen. Gebruik de noodbediening door de knop ingedrukt te houden alleen als u volledig zicht hebt op een vrije ruimte en onder de door de installateur bepaalde voorwaarden: geef een commando; als de aandrijving alleen een fout meldt, herhaal het commando dan binnen 3 s en houd het ingedrukt. Na ongeveer 2 s beweegt de poort alleen zolang u de knop ingedrukt houdt. De veiligheidsdetectie kan beperkt zijn; laat het apparaat onmiddellijk repareren en los het probleem niet op door de ingang permanent te overbruggen.

Ontgrendeling en onderhoud

Ontgrendel alleen een stilstaand vleugel, die tegen onbedoelde beweging is beveiligd. Steek de meegeleverde sleutel in en ontgrendel het ontgrendelingsmechanisme volgens de markering op de aandrijving; maak het mechanisme los en verplaats de poort handmatig. Bij de uitvoering met ontgrendelingshendel moet u deze na het ontgrendelen ook openen. Om de aandrijving weer te vergrendelen, zet u het mechanisme terug, vergrendelt u het en verwijdert u de sleutel. Controleer na hervatting van de werking of de aandrijving goed is vergrendeld en controleer de eindposities.

Sleutel voor mechanische ontgrendeling van de RUN1500-aandrijving

Regelmatig onderhoud

Vakkundig onderhoud uiterlijk elke 6 maanden of na 20 000 manoeuvres, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Controleer de verankering, corrosie, geleiding, rondsel, tandheugel, eindschakelaars en alle veiligheidsvoorzieningen. Koppel vóór controle van de mechaniek de netvoeding en noodvoedingen los; voer daarna de test opnieuw uit. De gebruiker mag de optiek van de fotocellen reinigen met een zachte, vochtige doek en hindernissen verwijderen wanneer de aandrijving is beveiligd.

Onderhoudswaarschuwing

Percentage van de ingestelde limietFLASH / OGI als onderhoudsindicator
Minder dan 80 %FLASH werkt normaal; OGI brandt 2 s aan het begin van het openen.
81–100 %FLASH brandt 2 s aan het begin van de beweging; OGI knippert tijdens de beweging.
Meer dan 100 %FLASH brandt 2 s aan het begin en einde van de beweging; OGI knippert continu.

De OGI-functie moet zijn ingesteld op II/L4, waarde L7. De onderhoudslimiet wordt ingesteld door II/L7. Het gaat om het aantal manoeuvres, niet om de gebruiksjaren.

De tellerstand uitlezen

  1. Ga naar de programmeermodus en selecteer de ingang LED L7.
  2. Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt totdat de waarde-led brandt; blijf de knop ingedrukt houden.
  3. Druk OPEN en CLOSE kort tegelijk in. Het aantal knippersignalen van de waarde-led geeft veelvouden van 10% van de limiet aan; 4 knippersignalen betekenen bijvoorbeeld 40–49%. Onder 10% knippert de led niet.
  4. Laat STOP/SET los.

De onderhoudsteller resetten

  1. Ga pas na het uitgevoerde onderhoud naar de programmeermodus en selecteer ingang L7.
  2. Houd STOP/SET ongeveer 3 s ingedrukt totdat de waarde-led gaat branden en blijf de knop ingedrukt houden.
  3. Houd OPEN en CLOSE minstens 5 s tegelijk ingedrukt en laat ze daarna los. Snelle knippersignalen bevestigen dat de teller is gereset.
  4. Laat STOP/SET los en controleer de ingestelde onderhoudslimiet.

De teller resetten wist de zenders of de instellingen van de besturingsprint niet. Gebruik bij het wijzigen van accessoires de procedure voor het inleren van apparaten; bij nieuwe instellingen voor de eindposities leert u de slaglengte in. Bij vervanging van de print moeten de ingebruikname en tests voor de betreffende besturing worden uitgevoerd; de procedure voor het radiogeheugen hoort bij de ontvanger.

Technische gegevens en afmetingen

ParameterWaarde
ModelNICE RUN1500P
EindschakelaarInductief
Motor / netspanning24 V DC / 230 V AC, 50–60 Hz
BesturingseenheidIngebouwd; RBA3R10
Gewicht / lengte van de vleugelMaximaal 1 500 kg / 14 m, onder de voorwaarden vermeld bij de selectie van de aandrijving
Maximaal opgenomen vermogen / stroomverbruik400 W / 2 A
Maximaal aanloopkoppel / kracht35 Nm / 1 000 N
Nominaal koppel / kracht20 Nm / 560 N
Onbelaste snelheid0,25 m/s; zes standaardsnelheden van ongeveer 100 / 85 / 70 / 55 / 45 / 30 %
Snelheid bij nominale belasting0,18 m/s
BedrijfMaximaal 60 cycli/uur bij een korte, lichte vleugel; verlaag dit aantal afhankelijk van de lengte en het gewicht
Continu bedrijfMaximaal 10 minuten
RondselModule 4, Z18, steek 12,6 mm, steekcirkeldiameter 72 mm
Beschermingsgraad / temperatuurIP44 / −20 tot +50 °C
Gewicht van de aandrijving19 kg
Benodigde montageruimteVolgens de onderstaande maattekening en de daadwerkelijk geleverde versie van de behuizing
Hulpvoeding voor accessoires24 V DC, totaal 100 mA; + links SbS, − rechts STOP volgens de oriëntatie van het schema
OGI24 V, maximaal 4 W; programmeerbare functie
Radio-ontvangerOptioneel voor de SM-connector
Back-upCompatibele PS124 / PSS124 met de bijbehorende kabel; eventueel Solemyo bij losgekoppelde netvoeding

Maattekening van de RUN1500-aandrijving – lengte 400 mm, breedte 255 mm, hoogte 390 mm

De behuizing beschermt de aandrijving tegen normale weersinvloeden; IP44 betekent niet dat deze onder water kan worden gezet. Laat bij de montage voldoende ruimte over om de behuizing te openen, onderhoud uit te voeren en de aandrijving te ontgrendelen. Lever elektrische en elektronische onderdelen en batterijen in bij een geschikt inzamelpunt, niet bij het gewone huishoudelijke afval.

Hoe kan ik dit artikel bestellen?

Kies de manier die u het beste uitkomt:

  1. bestellen via de webshop: gebruik de koopknop om het artikel in uw winkelwagen te plaatsen (u vindt de koopknop hier in de tabel met productvarianten).
  2. bestellen per e-mail: bestel via [email protected]

Stel uw vragen over het product NICE Run RUN1500P - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten

Product: NICE Run RUN1500P - afzonderlijke aandrijving voor schuifpoorten
Naam:
E-mail:
Telefoon:
Bericht:
Deze pagina wordt beschermd door Google reCAPTCHA.